Waardetaxaties: onroerend goed in Nederland 1,6 biljoen waard

ROTTERDAM, 20 JAN. De totale waarde van alle onroerend goed in Nederland bedraagt 1,6 biljoen gulden. Zeventig procent hiervan betreft woningen. Dat blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek die zijn gebaseerd op de waardetaxaties door de gemeenten volgens de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ).

De gemiddelde waarde van alle woningen (zowel huur als koop) bedraagt 175.000 gulden. De duurste huizen staan in Bloemendaal, met een gemiddelde waarde van 457.000 gulden. Daarna volgen Laren (402.000 gulden), Blaricum (398.000), Wassenaar (392.000) en Bergen (369.000). De tien gemeenten met de duurste huizen liggen alle in het westen van het land.

De gemeenten met de goedkoopste huizen daarentegen liggen in Groningen en Friesland: Reiderland (gemiddelde waarde 86.000 gulden), Leeuwarden (87.000 gulden), Pekela (99.000), Eemsmond (101.000) en De Marne (102.000).

In de drie grote steden zijn de huizen aanmerkelijk goedkoper dan gemiddeld. Woningen in Utrecht zijn even duur als het gemiddelde in Nederland. De verschillen worden behalve door kwaliteit van het vastgoed ook door schaarste op de markt veroorzaakt.

De waarde van het onroerend goed is een van de maatstaven die het rijk hanteert om de financiële bijdrage aan gemeenten vast te stellen. Het rijk gaat er hierbij van uit dat een gemeente met gemiddeld dure woningen op haar grondgebied veel inkomsten ontvangt uit de Onroerende Zaak Belasting. De bijdrage uit het Gemeentefonds is in zo'n geval lager.

De 1,6 biljoen gulden die al het Nederlandse onroerend goed waard is, is hoger dan de waarde van alle ondernemingen die aan de Amsterdamse effectenbeurs staan genoteerd (1,1 biljoen gulden) en alle beleggingen van pensioenfondsen en grote verzekeraars (1,0 biljoen). Negen gemeenten hebben geen opgave gedaan van de taxatieresultaten, ofschoon zij daartoe wettelijk verplicht waren.