Voetbalboek

Wie in Britse voetbalboeken gaat bladeren komt meestal een keur van foto's tegen, die hun eigen verhaal vertellen, dat soms nog meer indruk maakt dan de begeleidende teksten, hoe zinvol ook. The Story of Football is zo'n boek. Het werd geschreven door commentator Martin Tyler en kreeg een introductie mee van Bobby Moore, de veel te jong gestorven captain van West Ham United en de Engelse nationale ploeg.

Zo heb ik glimlachend zitten kijken naar een moment uit Engeland-Hongarije uit 1953, waar Puskas op een toen onwaarschijnlijk geachte manier een bal van de lijn terughaalde met de onderkant van de voetzool en daardoor drie Engelsen voor aap zette, doelman Merrick voorop. Voetbal, zo dacht men toen nog in Engeland, wordt vooruit gespeeld en nimmer achteruit. Een foto verder brengt het vijfde Hongaarse doelpunt in beeld. Alf Ramsey, de rozenkweker uit Ipswich, staat vrijwel op de doellijn bij de rechterpaal, maar zijn keeper wordt door een vliegend schot aan de andere kant gepasseerd. Ramsey kon daar dus niets aan doen, maar het lijkt alsof hij toch nog wil pogen de treffer te voorkomen, want zijn linkerbeen maakt een trappende beweging - in het niets.

Illustratief is ook de manier waarop een van de goals van Pele in de WK-finale van 1958 is nagebootst, namelijk via een situatietekening. De 17-jarige Braziliaan staat halverwege het Zweedse strafschopgebied als hij, met de rug naar het doel staande, een bal opvangt. Hij speelt de bal met een subtiel boogje over een verdediger heen en eer het ding de grond heeft geraakt, knalt hij de bal langs de mistastende keeper. In een iets minder moeilijke situatie hebben wij de eveneens soms onnavolgbare Paul Gascoigne tijdens het Europees kampioenschap van 1996 hetzelfde zien doen. Intussen verdwenen sommige clubs in Engeland naar bescheiden regionen of zelfs helemaal uit de Football League. Ooit waren bijvoorbeeld Gateshead en Accrington Stanley tamelijk prominente clubs. Omdat in Engeland de regel bestaat dat bondsofficials de ene ploeg kunnen wegstrepen om een andere toe te laten, verruilde men Gateshead voor Peterborough. En Accrington Stanley trok op den duur zo weinig toeschouwers - 484 tegen Gateshead - dat men besloot de nationale league te verruilen voor een regionale.

Tot mijn genoegen kwam ik ook Jackie Milburn tegen. Op bladzijde 192 scoort hij in een finale op Wembley tegen Manchester City en een bladzijde verder tikt hij in een tekening een pass van Ernie Taylor en scoort met een droge knal van buiten het strafschopgebied. Milburn was nooit een naam die in Nederland veel losmaakte. Wij kennen in de jaren vijftig Stanley Matthews, dan kwam er een tijdje niemand en vervolgens goede, maar toch wat mindere uitblinkers als Billie Wright, Stanley Mortensen, Alf Ramsey, en anderen. Maar wat ik in de jaren waarin de tv geen rol speelde, over Milburn had gehoord, moet hij een bijzondere voetballer zijn geweest. Niet zo stoer als de klassieke Britse middenvoor van vroeger (Ted Drake van Arsenal), maar beweeglijker, sneller, intelligenter. Je komt ze in het boek allemaal tegen. Natuurlijk ook Matthews, de tovenaar van Stoke en Blackpool. Voor een interview was hij totaal ongeschikt. Hij speelde op intuïtie en kon eigenlijk niets uitleggen. Maar hij was de man die 3000 Blackpool-supporters zo gek kreeg door een Engelse winteravond met stortbuien en windstoten te zwoegen om een protestbijeenkomst bij te wonen, waarin Blackpool werd bezworen Matthews niet te laten gaan. En Matthews was eveneens de man die de grootste droogstoppel van het Verenigd Koninkrijk tot spontaan reageren verleidde tijdens een cupfinal Blackpool-Bolton Wanderers. “Stan ... lovely”, kreunde hij naast mij op de perstribune van good old Wembley.