Van Mierlo neemt stelling tegen wensen van VVD

Vanuit Oeganda keert minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) zich tegen de VVD. Hij wil dat ook het nieuwe kabinet een minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft en is tegen een lager budget voor deze post.

KAMPALA, 20 JAN. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) is ervoor dat er in de komende regeerperiode een aparte minister blijft voor Ontwikkelingssamenwerking. De minister wil ook vasthouden aan het budget van Ontwikkelingssamenwerking. Nu is dat 0,8 procent van het bruto nationaal product (bnp).

Dit zei Van Mierlo gisteravond in het vliegtuig dat hem van Jemen naar Oeganda bracht, het tweede land dat hij bezoekt op zijn reis die hem later deze week naar Ethiopië zal voeren.

Met zijn standpunt neemt Van Mierlo afstand van de VVD, die in haar ontwerp-verkiezingsprogramma pleit voor verlaging van het budget van Ontwikkelingssamenwerking tot 0,7 procent van het bnp.

Het congres van de PvdA heeft het afgelopen weekeinde bepaald dat het budget voor Ontwikkelingssamenwerking moet worden verhoogd van 0,8 tot 1 procent van het bnp. Het partijbestuur van de PvdA verzette zich daar aanvankelijk tegen, maar boog voor de wens van het congres.

In tegenstelling tot Van Mierlo wil de VVD af van een aparte minister voor Ontwikkelingssamenwerking. In het kabinet-Kok is dat J. Pronk (PvdA).

Van Mierlo vindt wel dat er tijdens de kabinetsformatie moet worden gesproken over een betere definitie van de verantwoordelijkheden voor de geldstroom naar de Derde Wereld dan nu tussen hem en minister Pronk bestaat.

Er mag niet weer een situatie ontstaan van een minister van 0,8 procent en een minister van 0,3 procent (het budget van Buitenlandse Zaken), vindt hij.

Volgens Van Mierlo is de inspanning voor de Derde Wereld van groot belang voor de Nederlandse positie in de Verenigde Naties. Gegeven de 'uitstraling' die Nederland door zijn hulp heeft, en door de politieke en economische 'spin-off' daarvan zou het in het buitenland ook “een vreemde indruk maken als het ministerschap voor Ontwikkelingssamenwerking zou verdwijnen”, zei hij.

“De samenwerking tussen Pronk en mij gaat steeds beter, in elk geval beter dan iedereen denkt. Er zijn spanningen geweest, maar die behoren tot het verleden. Pronk en ik hebben verschillende karakters, en dat is merkbaar op het departement. Hij heeft een andere verhouding tot het ambtelijk apparaat, maar er is weinig verschil tussen onze politieke posities”, aldus Van Mierlo.

De minister had tijdens zijn bezoek van drie dagen aan Jemen bevestigd gezien dat een bredere algemeen-politieke relatie dan alleen via ontwikkelingshulp met veel landen geboden is. Dat was ook de reden geweest voor zijn besluit om Jemen, Oeganda en Ethiopië te bezoeken. De Jemenitische regering, met onder anderen president Ali Abdulla Saleh en minister van Buitenlandse Zaken Abdul Ali Al-Eryani, had met “grote openheid” met hem gesproken over de rol die Jemen op het Arabische schiereiland kan - en volgens Van Mierlo ook moet - gaan spelen als meest democratische staat.

Van Mierlo heeft in Jemen een aantal ontwikkelingsprojecten bezocht. De “grote populariteit” van Nederland in de in 1994 uit Noord- en Zuid-Jemen herenigde kuststaat is volgens de minister niet alleen terug te voeren op de omstreeks 700 miljoen gulden aan hulp die de afgelopen tien jaar uit Den Haag is gekomen. Ook oude historische banden, die al dateren van het scheepvaartverkeer uit Nederland via Aden naar Indië in de Gouden Eeuw, spelen een rol. Voorts het feit dat Nederland de ontwikkelingsrelatie met Jemen niet veranderde toen het land in de Golfoorlog (1991) een andere (genuanceerde) positie jegens Irak koos, al veroordeelde het de Iraakse invasie in Koeweit wél.

Volgens Van Mierlo is Jemen economisch en politiek “op de goede weg”. Noodzakelijk is wel een verbetering van het rechtsstelsel, vooral de naleving ervan in het door sterke regionale verschillen en stammentegenstellingen gekenmerkte land.

Zowel om economische redenen, bijvoorbeeld ten behoeve van buitenlandse investeerders, als met het oog op de handhaving van de democratie en mensenrechten, zijn zulke verbeteringen nodig, zei hij. In de huidige situatie laat zowel de rechtspraak als de behandeling van politieke en andere gevangenen per regio nog grote verschillen zien, omdat de centrale overheid in Sana'a haar gezag niet overal kan afdwingen.

Mede om het Nederlandse vertrouwen in de toekomstige ontwikkeling van Jemen duidelijk te maken, heeft Van Mierlo afgesproken dat er in de hoofdstad Sana'a een dependance van het Nederlandse cultuurinstituut in Kairo zal worden gevestigd. Ook komen er voortaan jaarlijkse, bilaterale, politieke consultaties op hoog diplomatiek of ministerieel niveau.

Op voorwaarde dat minister Zalm (Financiën) ermee instemt zal Nederland binnenkort (“binnen enkele weken”) bovendien de handel met Jemen gaan bevorderen met exportkredietgaranties, zei Van Mierlo.