'Troostprijs voor Joop van den Ende'

Ursul de Geer zie je wel vaker op feestjes. Maar toen John de Mol en André van Duin zich bij de garderobe meldden, wist iedereen hoe laat het was. Dat de hele familie uit Aalsmeer aan het binnendruppelen was, kon maar een ding betekenen. Joop zélf zou worden uitgeroepen tot omroepman van het jaar. “Joop!”, fluisterde het verbaasd bij de kapstok, “Ome Joop”, ging het in de hal, en “Joop wordt het”, tussen de tafeltjes. “Omroepman van het jaar!”

Kon de jaarlijkse verkiezing van de omroepman/vrouw van het jaar door de redactie van het omroep vakblad Broadcast wel vaker in de zes jaar dat de titel bestaat op scepsis rekenen, de zevende jaargang werd wel heel verbaasd ontvangen. Want Joop van den Ende mag dan door het overgrote deel van het Nederlandse publiek in de armen gesloten worden, tussen hem en het journaille, dat hem steevast afschildert als grootgrossier in plat entertainment of 'de man die ons de bagger bracht', wilde het nooit zo boteren. En juist die club leek nu met het toekennen van de onderscheiding ook gezwicht voor Van den Endes zinderende enthousiasme voor televisie.

“We wilden eens afrekenen met het dedain dat in de journalistiek nog zo vaak wordt gehanteerd als het gaat om het grote amusement”, verklaarde Broadcast-hoofdredacteur Dick Versteeg plechtig tijdens de uitreiking. Het was zout in open wonden.

“Een troostprijs omdat hij onlangs ten faveure van John de Mol binnen Endemol is teruggetreden”, was dan ook al snel de zure reactie bij een van de naborrelende aanwezigen. “Voor ShowbizCity? O? Ik dacht dat hij daarmee begonnen was omdat hij nog ergens twee studio's had leegstaan”, meesmuilde een ander. Zelfs de tot gistermiddag gedoodverfde favoriet Gerard Hulshof, netmanager van Nederland 1, had moeite zijn teleurstelling te verbergen. En niet alleen omdat de jury hem in haar rapport nog een trap na had gegeven met de opmerking dat 'het gebrek aan onderscheidende programmering Nederland 1 zowel qua kijkcijfers als reclame-inkomsten begint op te breken'.

“Als ik had gewonnen, had ik gezegd, dat er blijkbaar nog iemand serieus naar het medialandschap kijkt en weet wat voor het publieke bestel van belang is”, sprak Hulshof, verdekt opgesteld achter een pilaar. “Terwijl nu... Maar ach, misschien gaat het ook wel wat ver dit op te vatten als de Endemollisering van het instituut Omroepman van het jaar.”

Het feestvarken zelf trok ook gisteravond zich de kritiek weer aan. Zoals hij dat al twintig jaar doet. “Ik heb in 1996 de twee belangrijkste toneelprijzen in Engeland en Amerika gewonnen. We hebben verdomme Hamlet geproduceerd. Alleen al het idee dat we niet goed genoeg zouden zijn voor de VPRO”, briest hij in een interview met Broadcast. “Dit betekent meer voor me dan je denkt”.

De man die het aandurfde Ischa Meijer meerdere malen per week late night te programmeren, die zijn nek uitsteekt voor het grootste televisietalent van de komende jaren Arjan Ederveen, die zeven maal de Televizierring won, en die succesvol is op de internationale televisiemarkt, zou er eigenlijk zijn neus voor moeten ophalen. In plaats daarvan is hij dankbaar voor de erkenning van een handjevol kleinzielige journalistjes. Hij is er weer ingetrapt.