Premier Milorad Dodik; Duif uit Banja Luka

Lieveling van het Westen was Milorad Dodik (39) altijd al. Zijn eerste uitspraken als premier van de Bosnische Serviërs klinken de internationale gemeenschap dan ook als muziek in de oren. Uitvoering van Dayton-akkoord “naar de letter” - inclusief uitlevering van ex-president Radovan KaradEÉc aan tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag. Een snelle privatisering van staatsbedrijven. Bestrijding van corruptie. Controle over de mafiose politie. En een dialoog met de oude vijanden: de moslims en Kroaten.

Binnen het Bosnisch-Servische politieke spectrum, dat varieert van ultra-nationalistisch tot gewoon nationalistisch, is Dodiks 'Partij van Onafhankelijke Sociaal-Democraten' (SNSD) nog het meest gematigd. En tot voor kort geheel onbetekenend. Dodik genoot aanhang rond zijn thuisbasis Lakta, een welvarend voorstadje van Banja Luka. Maar bij de Bosnisch-Servische parlementsverkiezingen haalde zijn partij vorig jaar slechts twee zetels.

Dodik is een succesvol zakenman. Voor de oorlog importeerde hij benzine en koffie en exporteerde hij hout. Hij heeft meubelfabriekjes in Lakta en bij Belgrado, en dat betekent binnen de Servische verhoudingen dat hij goede contacten heeft in Belgrado, met de partij van MiloseviEÉc. Die lijkt zijn benoeming tot premier voorlopig te steunen.

Dodik trad in 1991 toe tot de nationalistische SDS van Radovan KaradEÉc. In december 1994 trad hij met zeven parlementariërs uit de partij. Met steun van president MiloseviEÉc, die toen gebrouilleerd was met zijn voormalige protegé KaradEÉc en in Dodik en de zijnen een tegenwicht hoopte te vinden. Dodik richtte de Onafhankelijke Sociaal-Democraten op en het blad Nezavisne novine, dat stevig te keer ging tegen de hardliners. Die betaalden hem met gelijke munt terug. Dodik heette in de staatsmedia een “oorlogsprofiteur” te zijn. Nu hij met steun van moslim-parlemtariërs tot premier is gekozen, is hij ook een “Quisling”.

Dodik is een van de bekendste 'duiven' van Banja Luka. Vorig jaar kwam het door het conflict tussen president Biljana PlavEÉc en ex-president KaradEÉc tot een breuk tussen de machtscentra Banja Luka en Pale. Maar die tegenstelling sluimerde al langer. De stad Banja Luka is van oudsher op Kroatië georiënteerd, maar leidt nu een kwijnend bestaan in een uithoek van het Servische gebied. Logisch dus dat politici als Dodik goede contacten met Kroatië en met de oude vijanden in Bosnië nastreven en een verzoenende toon aanslaan.

De vraag is echter of Dodik de hardliners in hun bastion, het oosten van de Servische Republiek, te lijf durft te gaan. Binnen dertig dagen zegt hij alle politiebureaus in de Servische Republiek te willen beheersen. Als minister van Binnenlandse Zaken heeft Dodik daartoe een wel zeer offensief type benoemd: Milovan StankoviEÉc. Kolonel StankoviEÉc, een voormalige oorlogsheld, bevond zich deze zomer in het centrum van de machtsstrijd tussen PlavsiEÉc en de hardliners. Hij bezette een televisietoren bij het plaatsje Doboj, werd in de cel gegooid, verloor zijn parlementaire onschendbaarheid en leidde daarna per magafoon een 'belegering' van hardliners in een hotel in Banja Luka. Dodiks minister van Defensie is generaal Manojlo MilovanoviEÉc, die veel meer gezag binnen het leger geniet dan de Defensieminister van de hardliners, generaal ColiEÉc. ColiEÉc viel tot dusver slechts op door passiviteit en drankzucht. Met dit soort rauwdouwers in zijn kabinet lijkt Dodik op een ramkoers met de hardliners te liggen.