Politici beloven verdubbeling sportbudget

DEN HAAG, 20 JAN. De regeringspartijen zijn voor een verdubbeling van het bedrag dat de overheid aan sport besteedt. PvdA, VVD en D66 spraken zich gisteren in Den Haag uit voor een verhoging van zo'n 50 miljoen gulden. Momenteel bedraagt het sportbudget 55 miljoen gulden.

Fractieleiders Wallage (PvdA), Bolkestein (VVD) en De Graaf (D66) lieten dit weten tijdens het forumdebat 'Kiezen voor een gezonde samenleving', over de relatie sport en overheid, waaraan de voorzitters van de vijf grootste politieke partijen deelnamen. Ook oppositiepartij CDA is voor een verhoging van het bedrag voor sport. Fractievoorzitter De Hoop Scheffer wilde echter geen bedrag noemen. GroenLinks-voorman Rosenmöller schaarde zich achter de drie regeringspartijen.

Staatssecretaris van sport, Terpstra, was zeer ingenomen met dit voornemen. Zij noemde de politici “kanjers” en sprak van een “historisch moment” voor de sport. Voor het eerst werd op zo'n hoog niveau binnen de politiek over dit onderwerp gesproken.

Discussieleider Paul Witteman opende het forum met de vraag wat de politieke kopstukken zelf aan sport doen. Alle forumleden doen aan hardlopen. Alleen Bolkestein, die zei te fietsen, tennissen en zwemmen, doet er niet aan. “Ik geloof in een gezonde geest in een gezond lichaam”, zei Rosenmöller.

Van de fractieleiders levert Rosenmöller de meest indrukwekkende sportprestaties. De halve marathon loopt hij in slechts één uur en 35 minuten. Collega De Hoop Scheffer doet er tien minuten langer over. Bovendien wist de CDA-topman heel nauwkeurig de tijd te noemen waarmee schaatser Gianni Romme onlangs het wereldrecord op de 5.000 meter verbeterde.

In de zaal volgde Terpstra de discussie vanaf het puntje van haar stoel. De staatssecretaris was blij met de beloofde verdubbeling van de jaarlijkse overheidsbijdrage. De voorzitter van NOC*NSF, W. Huibregtsen, was minder snel tevreden. Hij zei in een toespraak: “Ik heb het gevoel een coach te zijn die zijn pupillen tien kilometer wil laten rijden, terwijl ze zich net van 400 naar 800 meter hebben verbeterd.”

De politici reageerden fel op de uitspraak van Huibregtsen. “Ik zou eerder willen spreken van een sporter die net een wereldrecord heeft gereden en van wie de coach zegt: het kan nog beter”, zei De Graaf. Bolkestein sprak over “een brede overeenstemming over het belang van de sport”. Meer zat er volgens de VVD-leider niet in. “Revoluties vinden hier niet plaats!”

Huibregtsen verklaarde na afloop dat hij misschien te kritisch was geweest. “Ik heb altijd hoge verwachtingen. Ik had veel meer geld willen hebben dan die honderd miljoen. Toch moeten we wel tevreden zijn. Er is hier veel gebeurd. We zien met z'n allen duidelijk het daglicht gloren. Maar de sleutel is nog niet gevonden.”

De sfeer achter de discussietafel was soms opvallend lacherig. Toen werd geconstateerd dat het wenselijk is dat gymnastieklessen door vakleerkrachten worden gegeven, zei Bolkestein dat hij goede herinneringen bewaarde aan zijn gymlessen. De mensen in de zaal - veel politici, sportbestuurders en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven - waren kennelijk niet onder de indruk van zijn sportieve prestaties, en moesten gniffelen. “Met alle respect, maar dat had u beter niet kunnen zeggen”, reageerde discussieleider Witteman.

Bolkestein liet zich echter niet van de wijs brengen en vertelde dat hij als kind 's middags van twaalf tot twee in het Amsterdamse Zuiderbad ging schoolzwemmen. “Dan kreeg je je boterhammen in een trommeltje mee en die at je dan op in de tram.” Witteman tot hilariteit van de toehoorders: “Zo gedetailleerd hoeft het nu ook weer niet in de sportnota!”.

Het gelach verstomde toen Wallage zei dat hij met andere ogen naar sport is gaan kijken. “Vroeger was het alleen maar hartstikke leuk. Nu ben ik ervan overtuigd geraakt dat sport een karaktervormende eigenschap heeft die in de rest van de samenleving juist wegebt. Dat is de discipline van binnenuit. Als je in de sport die zelfregulering niet hebt, heb je geen succes. Zo heeft sport een duidelijke maatschappelijke uitstraling.”

Dat zijn opmerkingen die men in de sport graag hoort uit de mond van gezaghebbende figuren. Terpstra hield vervolgens haar slotwoord kort. “We zijn er nog lang niet. Laten we aan het werk gaan!”