'Oliepiraten' loeren op Kaspische pijpleiding

Na een onderbreking van drie jaar stroomt de Kaspische olie weer naar de wereldmarkt. Zonder problemen gaat dat niet. “Oliepiraten noemen we ze, die struikrovers die illegaal de pijpleiding aftappen.”

GEORGIJEVSK, 20 JAN. Als Anatoli Marozov het kraantje opendraait, drupt er een bruine sliert smurrie in de sneeuw. “Olie uit Azerbajdzjan, vermengd met Dagestaanse, Tsjetsjeense, Ingoesjetische... Alles door elkaar! Het lijkt verdomme wel de vroegere Sovjet-Unie!”

Liefdevol beklopt Marozov de pijpleiding, die bij dit controlepunt als een reusachtige worm uit de grond komt zetten. Met zijn nagel tikt hij op de manometer. Het ding moet op 20 atmosfeer staan en dat doet-ie. “Zodra de druk wegvalt, vliegen we uit”, zegt de inspecteur, wijzend op een kleine helikopter in een distelveld.

Zakt het wijzertje, dan lijkt de barak van de oliewacht op slag op een brandweerkazerne na een brandmelding. Zou je elders in de wereld denken aan een lek, een milieuramp, vogels met besmeurde veren, de 57-jarige Marozov weet wel beter: “Oliepiraten noemen we ze, die struikrovers die illegaal de pijpleiding aftappen.”

Marozov - jagershoedje, mager gezicht - waakt over 480 van de 1.411 kilometer lange leiding van Baku aan de Kaspische tot Novorossijsk aan de Zwarte Zee. In een strakke lijn met af en toe een knik volgt de leiding de noordzijde van de Kaukasus. Ze doorpriemt daarbij de geblakerde Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. Natuurlijk hadden de Tsjetsjenen meteen bij het begin van de oorlog deze Russische levensader afgesneden.

Sinds 7 november, na een onderbreking van drie jaar, stroomt de Kaspische olie weer naar de wereldmarkt. Anders dan voorheen is het Tsjetsjeense tracé van 153 kilometer nu verboden terrein voor de Russische pijpleidinginspecteurs. Marozov kan niet meer doen dan de druk meten aan het begin en het einde van Tsjetsjenië. “Als er een verschil is bellen we Grozny.”

De Tsjetsjenen hebben keihard onderhandeld met de Russen voor het doorlaten van de olie. De pijpleiding is hun troef. Het is de vraag of Moskou even bitter en even bot geprobeerd zou hebben de opstandige bergstreek te onderwerpen als er géén pijpleiding zou hebben gelopen. Als verliezers van de oorlog boden de Russen vorig najaar een doorvoertarief van 43 dollarcent per ton olie. Maar de Tsjetsjenen eisten het tienvoudige, inspelend op de grote angst van het Kremlin: naast de Kaspische olie te grijpen.

Ofschoon de voormalige oorlogspartijen het niet eens konden worden over deze tolheffing, sleepte Grozny een voordelige deal in de wacht: 854.000 dollar voor het doorlaten van naar schatting 200.000 ton olie tot 1 januari van dit jaar, plus reparatie van de pijpleiding op kosten van Moskou. Over de nieuwe tarieven wordt opnieuw onderhandeld, maar de olie stroomt. Voor het zover was hadden Russische arbeiders onder bewaking van de Tsjetsjeense nationale garde segmenten vervangen, buizen aan elkaar gelast, gaten gedicht.

“Als de olie stroomt, zal ook de welvaart zich verspreiden”, sprak de Russische vice-premier Boris Nemtsov bij het feestelijke opendraaien van de kraan. Er zijn Kaukasus-bewoners die deze uitspraak letterlijk nemen. Marozov heeft de grootste moeite hen op te sporen. “Soms kunnen we nergens een gat ontdekken. Dan blijkt bijvoorbeeld dat er ergens onder de grond een afsluiter op de buis is gemonteerd. Heel vakkundig.”

De oliepiraten huren ontslagen ingenieurs van Transneft, het staatsbedrijf dat toezicht houdt op het buizenstelsel. De illegale handelaren bezitten eigen tankauto's, eigen olieraffinaderijtjes, eigen pompstations. Vooral in Tsjetsjenië. Vlak voor de oorlog waren er tientallen bendes actief die olie tapten uit de strategische pijpleiding. Nadat de buizen droog waren komen te staan, richtten zij zich op de plaatselijke oliewinning. Tijdens de oorlog hielden de machtigste krijgsheren er allemaal een oliehandel op na, waarmee ze hun privé-legertjes financierden.

Nu probeert de Tsjetsjeense president, Aslan Maschadov, een einde te maken aan die struikroversmentaliteit. Zijn minister van Binnenlandse Zaken heeft de oorlog verklaard aan de aftappers. Tweeduizend gardisten zouden de laatste maanden “enkele honderden” huisraffinaderijtjes hebben ontmanteld. Van de 209 aangehouden tankauto's bleken er 110 gestolen olie te vervoeren.

Maar helpt het? Pal aan de grens met Tsjetsjenië, in het Russische dorpje Galoegajevskaja, staat een witte Opel met nummer 20 in het kenteken. Nummer 20, dat betekent: bezoek uit Grozny! De kozakken, de traditionele verdedigers van het Russische rijk, die in dit grensdorp de dienst uitmaken, cirkelen nieuwsgierig rond de vreemde auto. Drie mannen stappen uit. Ze dragen leren jassen en krommen hun schouders tegen de kou. De bestuurder heeft een badge op zijn jack met daarop het woord 'Peace'.

“Wij zijn oliehandelaren, we komen de bestelling opnemen”, zeggen ze. Wat ze te bieden hebben is samopal, zelfgekraakte benzine. Het woord is een variant op samogon, zelfgestookte wodka. Het proces is hetzelfde. Om de ruwe olie te scheiden in zwaardere en lichtere onderdelen gebruiken ze de distilleerbuizen van illegale alcoholstokerijen. Je graaft een kuil, maakt een vuur, stuwt de ruwe olie omhoog en laat de lichte benzine en kerosine afvloeien.

“Jullie leveren diesel en noemen het benzine, hè?”, zegt Nikolaj Litvinov uitdagend. Hij is een ataman, een kozakkenaanvoerder, die als vrijwilliger tegen de Tsjetsjenen heeft gevochten. “Tja, het octaangehalte is niet al te hoog, maar we gooien het zelf ook in onze tank en het rijdt prima”, antwoordt de olieboer. Litvinov, gekleed in een camouflagepak, maakt zich nog breder dan hij al is. “Jullie Tsjetsjenen jatten Russische olie uit de pijpleiding en verkopen het aan ons, Russen. Dat is jullie handel!”

De Tsjetsjeense handelaar verplaatst zijn gewicht van het ene naar het andere been en terug. Wijzend op de lage zon, die de avondlucht boven de grensrivier de Terek oranje kleurt, zegt hij: “Neem me niet kwalijk, maar ik wil graag voor donker terug zijn in Tsjetsjenië. Volgende week komen we terug met onze tankauto.”

Inspecteur Marozov erkent het probleem: hij kan nog zo grondig surveilleren langs zijn deel van de olieleiding, op wat de Tsjetsjenen doen heeft hij geen zicht. Moskou weet zich gijzelaar van de goodwill van de Tsjetsjeense president, en heeft nogal slapjes gedreigd de deal te annuleren zodra er weer olie verdwijnt. Maar Maschadov heeft lang niet zijn gehele republiek onder controle. Keer op keer wordt hij uitgedaagd door krijgsheer Salman Radoejev en diens privé-leger.

Radoejev, een terrorist die gijzelingen en bomaanslagen tot diep in Rusland uitvoert, verzet zich tegen het voorgenomen bezoek van president Jeltsin aan Grozny. “Als hij daadwerkelijk komt blazen we de oliepijpleiding op”, zo beloofde hij in een gesprek met het Russische blad Troed. Moskou heeft maar één antwoord op deze chantage, en dat is de bouw van een bypass rond het verloren gebied. Net als de trein en de snelweg, die nu met een wijde boog om Tsjetsjenië heen lopen, zou ook de oliepijpleiding omgeleid moeten worden. Marozov vouwt in zijn kantoor de kaart open. Met zijn kammetje volgt hij de met de hand ingetekende lijn: een omweg van 293 kilometer. “Dit project gaat heel duur worden, in de orde van 200 miljoen dollar, maar we hebben geen keus”, zegt hij.

De Tsjetsjenen, ook niet achterlijk, hebben een ander plan. Om de Russen dwars te zitten, stellen zij voor om een afsplitsing van de leiding te bouwen: over de Kaukasus heen naar de Georgische hoofdstad Tbilisi en vandaar verder naar de Zwarte Zee. Andere serieus overwogen alternatieven lopen direct van Baku naar Georgië, of zuidelijker, naar Turkije. En dan is er nog het ver gevorderde plan van het Caspian Pipeline Consortium - met onder meer het Amerikaanse bedrijf Chevron en het Russische Lukoil - dat vanuit Kazachstan een leiding wil bouwen naar Novorossijsk aan de Zwarte Zee, en wel ten noorden van Tsjetsjenië.

Ook al moeten de heipalen voor die laatste transportroute volgens schema al deze winter de grond in, niets is nog zeker. Het geopolitieke spel met de olieroutes is nog niet gespeeld. De Russen zijn zich ervan bewust dat Radoejev of andere terroristen ook de bypass of de noordelijke leiding uit Kazachstan kunnen opblazen. Maar Rusland heeft er zoveel belang bij om althans een deel van de Kaspische olierijkdom naar zich toe te trekken dat het daarop ook al een antwoord klaar heeft: desnoods zal de olie per schip over de Wolga naar Wolgograd worden gebracht, en vandaar per trein naar de Zwarte Zee.