Ochten vreest Henkie's thuiskomst

Henkie van de H. keert wellicht terug naar Ochten. Een aantal van de kinderen die hij misbruikte, is later ook slachtoffer van een andere zwakbegaafde geweest. “Nee leren zeggen kan moeilijk zijn zolang ouders niet willen dat je over seksualiteit praat”.

OCHTEN/ROTTERDAM, 20 JAN. Er is geen sprake van algehele volkswoede, althans niet tegen de dader. Ochten heeft medelijden met 'Henkie' van de H., zegt A. van Nuland, directeur van de plaatselijke openbare basisschool. “Het jong is ziek. En dat zijn ouders het niet nodig vonden gisteren bij zijn rechtzaak aanwezig te zijn, is typerend voor het trieste van de hele situatie.”

Vijf ouderparen uit het 3.000 inwoners tellende Ochten in Gelderland poogden gisteren in kort geding voor de Arnhemse rechtbank een verbod op Henkie's terugkeer bij zijn ouders in het dorp af te dwingen. Zij willen dat het gezin verhuist. In 1994 was de toen zeventienjarige Henkie van de H. wegens misbruik van 24 kinderen, in leeftijd variërend van vier tot tien jaar, veroordeeld tot jeugd-tbs in de inrichting 'Harreveld'. Henkie had de kinderen in speeltuin 'De Bongerd' tot seksuele handelingen gedwongen door ze met een stok op het hoofd en in het kruis te slaan, hij had ze bedreigd met een mes en had gedreigd hun huis in brand te steken als ze het zouden vertellen aan hun ouders. En hij begreep niet hoe verkeerd dat was.

Toen Henkie werd veroordeeld, gold nog dat zijn straf hooguit twee keer met twee jaar kon worden verlengd en dat tot een maximum-leeftijd van 21 jaar. Inmiddels is het jeugdstrafrecht gewijzigd en kan jeugd-tbs zo nodig drie maal met twee jaar worden verlengd. Henkie had volgens de nieuwe regeling tot zijn 23ste in tbs kunnen blijven. Maar voor hem geldt nog de oude wet. Op 11 februari, zijn 21ste verjaardag, komt hij vrij. Ofschoon hij nog lang niet is uitbehandeld. Directeur M. van Heteren van het instituut Harreveld verklaarde gisteren tegenover de rechter dat “zien” voor Henkie nog steeds “doen” is. “Hij kan de gevolgen van zijn handelen niet overzien.”

Rechter J. Hooft Graafland besliste desondanks dat burgemeester H. Zomerdijk van de gemeente Echteld, waartoe Ochten behoort, eerst een nieuwe bemiddelingspoging met Henkie's ouders moet ondernemen. Mocht dat op 30 januari nog niet tot resultaat hebben geleid, dan zal de rechter op 3 februari alsnog uitspraak doen. De ouders worden evenals Henk zelf als zwakbegaafd omschreven. “Vorige week heb ik zelf ook al een gesprek met ze gehad”, zegt Zomerdijk. Op de vraag of ze wilden verhuizen werd toen “geen ja en geen nee” gezegd. Zomerdijk: “De ouders hebben geen misdrijf begaan en zijn ook niet veroordeeld. Als zij verhuizen naar een ander dorp voelen zij dat als een straf.” Volgens Henkie's advocaat C. van Ouwerkerk hebben zijn ouders inmiddels dreigbrieven ontvangen uit omringende dorpen. Daarin staat “dat ze het niet in hun hoofd moeten halen daar naartoe te verhuizen”.

“Verhuizen of niet verhuizen, natuurlijk kan de rechter die keuze niet maken”, zegt basisschooldirecteur Van Nuland. “Dan zit een andere gemeente met hetzelfde probleem. Het gaat erom dat Henkie wordt behandeld.” Maar dat kan nu alleen nog op basis van vrijwilligheid. Volgens een woordvoerder het ministerie van Justitie is het juridisch onmogelijk “het recht op te rekken in de richting van het volwassenenstrafrecht” om zo alsnog via tbs een behandeling af te dwingen.

Zodoende zijn het binnenkort alleen nog de misbruikte kinderen en hun ouders die nog onder behandeling zijn. Volgens A. van Bon-Moors, advocaat van de ouders, hebben zeven van de acht kinderen wier ouders het kort geding aanspanden therapeutische hulp gehad. Drie van hen zijn nog altijd onder behandeling. Een aantal gezinnen is verhuisd, sommige ouders kregen een drankprobleem. “Eén gezin raakte zo ontwricht dat overwogen werd tot klinische opname van alle gezinsleden. Een aantal leden van het gezin zit nu nog steeds in dagbehandeling”, aldus Van Bon-Moors.

Niet bekend

De schaamte was te groot: “Veel van die kinderen en hun ouders werden naar aanleiding van de ontucht door Henkie al intensief begeleid door het Riagg en andere instellingen. Nog steeds vraagt iedereen zich af hoe in 's hemelsnaam dit voor een tweede keer kon gebeuren”, zegt Van Nuland. Niemand kan zijn kinderen 24 uur in de gaten houden zonder ze voorgoed binnen op te sluiten, een andere verklaring kan hij niet geven.

A.J. keerde vorig jaar terug naar zijn ouderlijk huis in Ochten. “Zijn ouders hebben ons de absolute garantie gegeven dat er geen problemen meer zouden volgen. Dat heeft neutraliserend gewerkt” zegt burgemeester Zomerdijk. Maar van de in totaal tweehonderd kinderen op de Houtkoper-school zijn er na de tweede ontuchtzaak dertig door hun ouders vanaf gehaald. Onder hen waren drie misbruikte kinderen wier ouders verhuisden. Andere ouders haalden hun kind van school omdat ze vreesden dat het aandacht tekort zou komen als de leerkrachten misbruikte kinderen intensief gingen begeleiden. Naar aanleiding van de tweede zaak is op de Houtkoperschool een extra leerkracht aangesteld om meer aandacht aan de kinderen te kunnen geven.

De kinderen op de school krijgen nu zogenoemde weerbaarheidstrainingen. “We leren ze 'nee' te zeggen”, aldus Van Nuland. “Maar dat kan heel moeilijk zijn zolang er ouders zijn die niet willen dat je over seksualiteit praat.” Zijn leerkrachten zijn “de hele dag bezig” met de de vraag hoe ze de kinderen nu het beste kunnen begeleiden. “Je kunt ze niet 's ochtends in de kring zetten en zeggen: 'Jongens, Henkie komt er weer aan'. We kunnen alleen zo uitvoerig mogelijk ingaan op de vragen die de kinderen zelf aandragen.”

“Henkie heeft me gepest”, zegt een van zijn slachtoffertjes nu. Zijn moeder ontdekte het toen ze blauwe plekken in de vorm van vingerafdrukken op de billen van haar toen vierjarige zoontje zag. “Terwijl iedereen wist dat je je kinderen niet alleen naar het speeltuintje moest sturen als Henkie er was.” Ze had haar zoontje daarom opgedragen uitsluitend met drie of vier leeftijdgenootjes te gaan spelen. “Toen bleek dat Henkie ze gewoon alle vier tegelijk misbruikte en ze dwong dingen met elkaar te doen”. Ze deed aangifte, kreeg slachtofferhulp en belandde uiteindelijk met haar zoontje bij het Riagg. Daar kreeg het kind vier tot vijf maanden therapeutische hulp. Begin 1996 is het gezin verhuisd. Het kon de aanblik van de buurt en het speeltuintje niet meer verdragen. De moeder wil haar naam niet in de krant - haar nieuwe buren weten van niets. Haar zoontje is nu negen en voelt zich geen slachtoffer, zegt ze. “Maar hoe gaat dat straks als hij een vriendinnetje krijgt? Ik denk dat ik pas opgelucht ademhaal als hij lang en breed getrouwd is en zelf kinderen heeft. Als dan blijkt dat hij zich goed heeft ontwikkeld, ben ik pas gerust.”