Kritiek wethouder op parkeerbeleid

AMSTERDAM, 20 JAN. De gemeente Amsterdam moet ophouden met het opheffen van parkeerplaatsen in de binnenstad zolang er in garages geen vervangende parkeerruimte is. Dat vindt de nieuwe wethouder van verkeer en vervoer, I. Cornelissen (D66).

In het Verkeers-inrichtingsplan (VIP) van de gemeente Amsterdam is afgesproken dat het opheffen van parkeerplaatsen op straat gecompenseerd zal worden door nieuwe plaatsen in parkeergarages. Zolang deze ondergrondse parkeergarages nog niet zijn gebouwd, is het volgens Cornelissen niet verstandig om al parkeerplaatsen op te heffen, zoals nu gebeurt. Cornelissen is de opvolger van Ernst Bakker, die onlangs burgemeester van Hilversum is geworden.

D66 besteedt in haar lokale verkiezingsprogramma uitgebreid aandacht aan het parkeerbeleid. Net als Cornelissen wil de partij geen parkeerplaatsen opheffen voordat er alternatieve parkeerfaciliteiten zijn ingericht. Verder wil D66 zeshonderd extra parkeervergunningen toewijzen aan bewoners van de Amsterdamse binnenstad en bezoek van ouderen en gehandicapten tegen een gereduceerd tarief laten parkeren.

Het VIP heeft volgens Cornelissen overigens goed gewerkt. Door het invoeren van betaald parkeren is de binnenstad weer met de auto bereikbaar en is er overdag ongeveer 25 procent vrije parkeerruimte, 's avonds is dat elf procent. Maar het VIP heeft volgens Cornelissen ook een aantal negatieve gevolgen. Daaronder zijn de lange wachtlijsten voor bewoners voor een parkeervergunning.

De Amsterdamse VVD uitte gisteren tijdens een campagnebijeenkomst forse kritiek op het VIP. “Wij vinden dat het VIP op een laag pitje gezet moet worden”, vindt de nieuwe lijsttrekker H. Groen. Volgens Groen is er te weinig draagvlak voor het huidige parkeerbeleid. “En dat is ook te begrijpen: een volwassen parkeerplaats met een lantaarn in het midden is geen beleid, dat is getreiter.”

Het VIP is een uitvloeisel van het referendum in maart 1992 over een autoluwe binnenstad.