Kamer wil nieuwe heffing op verbruik elektriciteit

DEN HAAG, 20 JAN. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil vanaf het jaar 2000 een nieuwe heffing op het elektriciteitsverbruik introduceren om met de opbrengst acties voor meer energiebesparing te financieren.

De Kamerfracties van PvdA, CDA, D66, Groen Links en het GPV hebben dat gisteren bepleit tijdens overleg met minister Wijers (Economische Zaken) over de nieuwe Elektriciteitswet. Wijers heeft in die wet een heel nieuw systeem vastgelegd voor vrijheid van productie, handel en afname van elektriciteit in het kader van een vrije Europese energiemarkt.

De bestemmingsheffing voor energiebesparing moet in de plaats komen van de huidige MAP-toeslag (Milieu Actie Plan) die de meeste regionale energiebedrijven nog innen. Ze is dringend nodig als instrument om de Nederlandse bijdrage in het terugdringen van de broeikasgassen handen en voeten te geven, meent de Kamer.

Volgens PvdA-energiespecialist drs. Ferd Crone, die een amendement (wijzigingsvoorstel) voor de heffing in de maak heeft, zou deze net als de MAP-toeslag 0,2 a 0,3 cent per kilowattuur elektriciteit moeten bedragen, maar voor alle verbruikers, ook het bedrijfsleven, moeten gelden. Voor grote energieverbruikers kan een maximum worden vastgesteld. Om te voorkomen dat bedrijven die rechtstreeks stroom importeren aan de verhoging ontkomen wordt de heffing op de kosten voor transport van elektriciteit in rekening gebracht.

Wijers zei zelf “sterke voorkeur” te hebben voor verhoging van de huidige Regulerende Energie Belasting (REB ofwel 'ecotax') op brandstoffen, waarvoor al een wettelijke regeling bestaat. Maar Wijers stuitte gisteren op weerstand van het VVD-Kamerlid Johan Remkes. De VVD heeft de ecotax eerder een “onding” genoemd en stemde pas knarsetandend in met invoering nadat premier Kok een zwaar beroep op deze coalitiepartner had gedaan.

Remkes zei niets te voelen voor de suggestie van Wijers omdat er al te veel heffingen op energieverbruik bestaan. De VVD'er geeft er de voorkeur aan nieuwe acties voor energiebesparing te betalen uit de algemene belastingmiddelen. Een deel van de Vennootschapsbelasting die de energiebedrijven vanaf het jaar 2000 verschuldigd zijn zou daarvoor bestemd kunnen worden.

Ondanks een regen van kritische beschouwingen uit de Kamer lijkt minister Wijers binnenkort wel een meerderheid voor zijn nieuwe Elektriciteitswet te krijgen. Hij stelde zich open voor wijziging van zijn wetsvoorstel op onderdelen en maakt daarmee kans om ook de steun van oppositiepartij CDA te verwerven. Wel wil de minister vasthouden aan zijn voorsprong op andere landen door als eerste stap 40 procent van de Nederlandse stroommarkt vrij te maken, omdat vooral het bedrijfsleven voordeel heeft bij meer concurrentie tussen producenten en leveranciers. Ook blijft Wijers bij een verplichte deling van energie-distributiebedrijven in een 'leveringspoot' en een aparte NV voor het beheer van het elektriciteitsnet. Hij is het oneens met de kritiek dat de scheiding te veel verlies aan synergievoordelen zou betekenen. “De operationele synergie - onderhoud en installatie van het netwerk - hoeft niet te worden afgesplitst”, aldus de minister. “En dat is 85 procent van het totaal.”

Volgens het wetsvoorstel worden per 1 januari 1999 de grootste verbruikers van stroom vrij in het kiezen van hun leverancier. In 2002 volgt de middencategorie van verbruikers en in 2007 zijn de huishoudens en kleine bedrijven aan de beurt.

De fracties van PvdA en CDA dienden een amendement in om de marktwerking voor kleinverbruikers afhankelijk te maken van een evaluatie. Daarmee willen ze risico's voor deze kwetsbare groep vermijden. Bijna alle fracties vroegen om een strengere regeling ter voorkoming van het 'dumpen' door andere landen van overtollige elektriciteit in Nederland, waardoor verstoring van de markt kan optreden. De minister zal, zij het met tegenzin, een amendement van dr. Ad Lansink (CDA) accepteren. Daarin wordt een “omgekeerde bewijslast” voorgesteld: niet de minister moet bewijzen dat verstoring door import optreedt, maar de importeur moet aantonen dat dit niet het geval is. Daarbij moet vast komen te staan dat het exportland in gelijke mate als Nederland concurrentie op zijn binnenlandse markt toelaat.

Wijers wil de vrijheid om een groot aantal regels op basis van de wet uit te werken in Algemene maatregelen van bestuur (AMvB's), maar de Kamer eist daar invloed op. Daarom steunt een meerderheid een amendement-Lansink voor een “zware voorhangprocedure” die de minister verplicht deze stukken ter beoordeling naar de Kamer te sturen. Het gaat daarbij vooral om de tarieven, heffingen, het aandeel van duurzame energiebronnen, energiebesparing en vergoedingen, bijvoorbeeld voor bezitters van windmolens en zonnepanelen die stroom over hebben en deze aan het openbare net terugleveren.

Op voorstel van ir. B.J. van der Vlies (SGP) zal Wijers met de elektriciteitssector nagaan hoe het staat met de aansprakelijkheid voor schade door stroomstoringen en hoe de kleinverbruiker daarbij zoveel mogelijk kan worden ontzien.