Het gevaar Saddam

WIE EIND VORIG JAAR veronderstelde dat de problemen met Saddam Hussein over de inspectieteams van de VN waren opgelost, heeft het misgehad. Iraks leiders kondigden dit weekeinde een heilige oorlog aan voor het geval de VN niet op hun eis zouden ingaan: opheffing van de internationale sancties binnen vier maanden op straffe van beëindiging van alle wapeninspecties binnen Iraks grenzen.

Het is bekend: het conflict speelt zich formeel af tussen het regime in Bagdad en de VN, maar in werkelijkheid zijn volgens Saddam en zijn kliek de Verenigde Staten de boosdoener. “De Amerikaanse tiran” tracht Irak te vernederen met steeds verdergaande inspecties die niet meer te onderscheiden zijn van regelrechte spionage. Dat de sancties voortduren valt ook alleen te verwijten aan Washington.

Nu zit er in zoverre een kern van waarheid in deze voorstelling van zaken dat de druk op Irak praktisch alleen van de kant van Amerika komt. Fransen en Russen bijvoorbeeld hebben zich in het verleden sterk gemaakt voor versoepeling van de inspecties en voor beëindiging van de sancties. Zij steunden de Amerikanen vorig jaar toen Saddam al te opzichtig het recht in eigen hand nam, maar de neerslag van dat verzet ging niet verder dan de mantra van opeenvolgende Veiligheidsraadsresoluties. Parijs en Moskou, en op afstand Peking, hebben Washington meer dan duidelijk gemaakt dat het zich isoleert wanneer het met geweld tegen Irak optreedt.

DE ALLIANTIE die de Golfoorlog voerde is uiteengevallen. Dat heeft Saddam onderkend en dat biedt hem de gelegenheid de nog slechts formele eensgezindheid in de Veiligheidsraad op de proef te stellen. Irak is volgens de VN-inspecteurs in staat om op ieder moment de productie van zeer giftige strijdgassen te hervatten. Ook gaat, ondanks de gemaakte afspraken en de internationale controle, de ontwikkeling van raketten met grote reikwijdte onverminderd door. De slotsom moet zijn dat het Irak van Saddam Hussein nog steeds een gevaar oplevert voor de regio en zelfs daarbuiten en dat het resultaat van de Golfoorlog gemakkelijk ongedaan kan worden gemaakt.

Onder de gegeven omstandigheden kan een ondubbelzinnig antwoord op Saddams uitdaging niet uitblijven. Beperkte Amerikaanse represailles hebben op Bagdad onvoldoende indruk gemaakt. Zij verschaffen hem munitie voor de haatcampagne waarmee hij het Iraakse volk aan zijn leiderschap bindt. Amerikaans leiderschap is op dit moment onontbeerlijk. Maar zeker Amerika's Europese bondgenoten zullen zich rekenschap moeten geven van de stand van zaken. Met toegeven aan deze Irakese leider zal de toestand verder verslechteren. De nederlaag in de Golfoorlog heeft Saddam niet tot inkeer gebracht. De sancties hebben slechts het Iraakse volk getroffen, niet het regime. Resoluties alleen hebben hem niet kunnen overtuigen.