Gisela May

Frits Abrahams had blijkens zijn bespreking van de tv-documentatie over Gisela May 'Een culturele ambassadrice van de DDR' (13 januari) een andere film willen zien. Hij betreurt het dat Carrie de Swaan niet in debat ging over het 'onverwerkt verleden' van Gisela May.

Maar wat Carrie de Swaan heeft gemaakt is een mooi portret van de laatste nog levende contemporaine vertolker van de grootste toneel- en liedtekstschrijver van deze eeuw, Bertolt Brecht.

In een poging toch zijn eigen idee voor de film in te brengen maakt Abrahams een aantal suggestieve opmerkingen. “Het was een zangeres die politieke boodschappen deed voor een fout, leugenachtig regime”. “Ze stond gewoon op de loonlijst van Ulbricht en Honecker.” “Ze zong: Zonder kapitalisten gaat het beter, veel beter in de wereld.”

Gaat het met kapitalisten beter? Brecht vond dat niet en Gisela May kan zich daar blijkbaar in vinden. Mag ze?

En die loonlijst? Kunstenaars werden in de DDR door de overheid gehonoreerd, daar is wat tegen, maar ook veel voor te zeggen. Die discussie hebben wij in het Westen ook gehad. Gisela May zegt in de documentaire dat zij niet stond te juichen bij de Wende. Ze was niet verlokt door de glitter en glim van het Westen die de DDR-burgers via de Westerse televisie voorgespiegeld kregen. Door haar reizen kende ze de prijs ervoor: werkloosheid en sociaal onrecht. Precies datgene waar Brecht zich tegen had afgezet.

May heeft protest aangetekend tegen de Ausbürgerung van Wolf Biermann. Maar ze zegt in de film niet dat daarmee haar loyaliteit jegens de DDR verviel. “Dat was voor mij op cultureel gebied 't eerste heel moeilijke punt waarbij ik niet meer mee wilde doen”, zegt ze. Je kunt loyaal blijven zonder onvoorwaardelijke goedkeuring van alle aspecten. En dat is wat Gisela May deed. Wat was trouwens haar alternatief? Het kapitalistische Westen met zijn (in haar overtuiging) nog ernstiger misstanden?