Endemol op tv-markt in VS

NEW ORLEANS, 20 JAN. Endemol onderneemt opnieuw een poging om op de Amerikaanse televisiemarkt voet aan de grond te krijgen. Het amusementsconcern heeft een contract gesloten met Dick Clark Productions om gezamenlijk een Amerikaanse versie van de in Europa succesvolle Soundmixshow te produceren.

Volgens Ruud Hendriks, lid van de raad van bestuur van Endemol, is het programma nog niet verkocht aan een tv-station, maar tonen twee networks “serieuze interesse” voor de Soundmixshow, waarin amateurs bekende artiesten nazingen.

De televisie in de Verenigde Staten wordt grotendeels bepaald door vier networks (CBS, NBC, ABC en Fox) die elk ongeveer twintig lokale televisiestations aan zich hebben gebonden.

Hendriks is met een uitgebreide Endemol-delegatie in New Orleans, waar deze week de grootste televisieprogrammabeurs ter wereld, de NATPE, gehouden wordt. Dick Clark is volgens Hendriks een 'topproducent' die door de Amerikaanse agent van Endemol, William Morris, is aangedragen omdat Clark vooral veel ervaring heeft met muziekprogramma's. Clark is een bekende televisiepersoonlijkheid die in de jaren zestig een popprogramma presenteerde en op NBC als gastheer optreedt in een programma met 'bloopers'. Nu is hij vooral als producent actief.

Het is de tweede keer dat Endemol probeert de Amerikaanse televisiemarkt te betreden. De eerste keer, in 1996, moest het bedrijf de Amerikaanse plannen afblazen. Endemol had toen een samen met All American Freemantel geproduceerde pilot-versie van het in Nederland en elders in Europa succesvolle dating-programma All You Need Is Love op 14 televisiestations in de Verenigde Staten laten draaien in de hoop interesse te kweken voor zijn programma's. Het werd een desillusie. “Op televisiegebied zijn de Amerikanen ontzettend conservatief. Ze willen liever de 184ste aflevering van een talkshow dan een goed nieuw programma”, zei Van den Ende toen.

Pagina 19: Prime-time show VS

Volgens Hendriks had de mislukking van destijds te maken met het ingewikkelde Amerikaanse omroepsysteem. Voor All You Need Is Love was gekozen voor de zogenaamde syndication-markt: Behalve het lidmaatschap van een network met bijbehorende programmering, programmeren stations ook eigen programma's in speciaal daarvoor bestemde tijdvakken. Volgens Hendriks bleek de ruimte van die stations beperkt omdat ze in die uren ook veel nieuws en verplichte herhalingen van network-programma's op de buis moeten brengen: “Het is net een enorme trechter. Die duizenden uren televisie worden samengeperst tot een paar honderd uren. En in de vrij beshikbare ruimte heersen een beperkt aantal bedrijven.” Een bijkomstig probleem, zo zegt Hendriks nu, was dat de toenmalige Amerikaanse partner All Amrican Freemantel niet voldoende stevig achter het programma bleek te staan om er een succes van te maken.

Rond de huidige deal met Dick Clark blijven overigens eveneens grote onzekerheden bestaan. Nu is wel gekozen voor de strategie om de Soundmixshow direct aan networks zelf aan te bieden, hetgeen grofweg betekent dat het programma voor prime-time gemaakt wordt. Maar als er een overeenkomst met een van de vier netwerken wordt gesloten, betekent dat allerminst gegarandeerd succes. Eerst moet er een pilotversie worden gemaakt. Als die bevalt moeten Endemol en Clark vijf afleveringen maken, waarna bij gebleken succes daar weer dertien nieuwe uitzendingen aan kunnen worden toegevoegd. Vervolgens wordt van jaar tot jaar bepaald hoeveel afleveringen er kunnen worden bijgeleverd.

Endemol mikt in de VS niet uitsluitend op de Soundmixshow, door Hendriks “onze belangrijkste kroonjuweel” genoemd. Ook over de Honeymoonquiz en opnieuw All You Need is Love wordt met Amerikaanse producenten gesproken over mogelijke co-productie. “De vraag is niet of we in Amerika programma's zullen maken, maar wanneer,” zegt Hendriks. Endemol baarde gisteren tijdens de eerste dag van de beurs in New Orleans opzien door te adverteren met een door Endemol Entertainment geproduceerde documentaire over de vermoorde Israëlische premier Jitzhak Rabin, gemaakt door Willy Lindwer, op basis van de herinneringen van weduwe Leah.