De paus komt, Cuba gelooft weer

Morgen begint de paus zijn bezoek aan Cuba. Een ontmoeting tussen twee bejaarde prima donna's: Fidel Castro en Johannes Paulus II.

HAVANA, 20 JAN. Met bloedende knieën kruipt de vrouw de trappen van de kerk op. Dat had ze de Heilige Lazarus vorig jaar beloofd, toen haar dochter bijna op sterven lag. Drie kilometer op haar knieën zou ze afleggen, om Hem te danken voor zijn interventie. Verderop bedelt een man om geld. Rode rum-ogen heeft hij. “Ik heb een ziek familielid beloofd dat ik een bijdrage voor zijn heil zou vragen”, liegt hij vrolijk.

Ook op deze laatste dagen voor het langverwachte pausbezoek is het de 'gewone' mengeling van katholicisme en bijgeloof. Achter de kerk tappen mensen water uit een bron. “Gewoon een breuk in de waterleiding”, verklaart priester Gabriël. “Maar als de mensen geloven dat het water Heilig is, spreek ik ze niet tegen.”

In de kerk is de toeloop groter dan ooit. Nog nooit heeft vader Gabriël zo'n volle kerk gehad. “Natuurlijk komt dat door de paus”, zegt hij tussen de ene mis en de andere door. “De hoop op Cuba is hooggespannen.” Buiten zijn de grappen over Zijne Heiligheid niet van de lucht. Vervende, schrobbende en harkende mannen proberen het verval van de kerk te maskeren. Over seksualiteit hoeft zijne Heiligheid de Cubanen echter niets te vertellen. “Het is voor het eerst dat de paus condooms bij zich heeft”, zeggen de mannen, “omdat de mooie Santissima Madonna de la Cobre van Cuba elke buitenlander op de knieën krijgt.”

Wat komt Johannus Paulus II eigenlijk doen in het minst katholieke land van heel Amerika? Een communistische staat waar het atheïsme bijna veertig jaar staatsgodsdienst was. Ook vóór de revolutie van 1959 had Cuba weinig op met het katholicisme. Het waren vooral de Afrikaanse slavengodsdiensten die domineerden. “We zullen de paus als een koning ontvangen”, zegt Fidel Castro nu. Hetzelfde staatshoofd dat tot een paar jaar geleden elk partijlid dat in de kerk werd gezien onmiddellijk ontsloeg.

Stralend zit pater Felipe Tejerina (56) in zijn kerk, omringd door de vergane glorie van de eens zo chique buitenwijk Miramar. Zoals de meeste priesters op Cuba komt ook hij van buiten. Een Spaanse Kapucijner die sinds zes jaar in Cuba werkt. Om de paar minuten komen mensen zijn kerk binnenlopen. Meisjes met blotebuiktruitjes en oma's in legging. Ze willen buttons en T-shirts van de Paus. “Na veertig jaar onderdrukking kruipen de gelovigen nu uit de catacomben”, stelt Tejerina tevreden vast. “Dat is de reden dat de paus naar Cuba komt.”

Het volk verwacht ongelofelijk veel van het pausbezoek, zegt de priester. Het hoogste en vreemdste bezoek dat revolutionair Cuba ooit heeft gehad. Sinds twee dagen hangt zijn beeltenis voor alle ramen.

Pagina 5: Vaticaan tegen embargo Cuba

Zelfs bij de trouwste partijleden prijkt de tekst: 'Johannes Paulus II, boodschapper van waarheid en hoop.' “Die absurde blokkade van de Verenigde Staten. Dat is het punt waarop de paus en Castro overeen zijn gekomen”, zegt Tejerina. Al jaren keert het Vaticaan zich tegen het handelsembargo dat ooit nog door Kennedy tegen Cuba is ingesteld. Na de val van de Soviet-Unie werden de Amerikaanse sancties tegen Cuba nog eens verscherpt. Decennia lang was Cuba door Soviet-steun aan zijn haren omhoog gehouden. Nu maakte het eiland een vrije val de armoede in.

Natuurlijk, zegt Tejerina. De belangrijkste blokkade is Cuba zelf. Een land van melk en honing dat door zijn 'absurde systeem' niets produceert. Doel van de paus is echter een dialoog met Clinton op gang te brengen. “Zodat ook de Amerikanen zien dat dit regime slechts uit kartonnen poppen bestaat.” Daarom komt de paus naar Cuba, stelt de priester, en daarom hebben de Cubanen zoveel hoop. De priester doet geen enkele poging zijn anti-revolutionaire gevoelens te verbergen. Natuurlijk is de Cubaanse katholieke kerk tegen Castro, zegt hij. Natuurlijk hebben er priesters meegedaan aan de landing in de Varkensbaai, in een mislukte poging het regime van Castro omver te werpen. “Wij zijn altijd tegen de revolutie geweest, nog steeds. Dat is de kracht die ons samenbindt.”

Johannes Paulus II kent zijn tegenspeler. Karol Wojtyla (77) en Fidel Castro (71). Beide oude wolven in de politiek. Charismatische volksmenners die beide de rol van prima donna op het wereldtoneel ambiëren. Maar ook allebei aan het aftakelen. Toevallig beide met dezelfde ziekte: bevend van de Parkinson. Het is een strakgespannen koord waarop de Poolse anti-communist en de Jezuïtisch opgevoede revolutionair elkaar de komende dagen treffen. Castro heeft concessies aan de kerk moeten doen - de enige institutie in Cuba die niet onder staatscontrole staat. Hij heeft het Kerstfeest weer ingevoerd, en een grote hoeveelheid nonnen en priesters binnengelaten om de leeggebloede Cubaanse kerk weer bij te voeden.

Omgekeerd weet Castro ook dat Cuba voor Wojtyla geen nieuw Polen zal zijn. In zijn geboorteland kon de Paus een doorslaggevende rol spelen bij de val van het communisme. Cuba is anders. Om te beginnen is er hier geen diepgeworteld en levend katholicisme. Belangrijker is echter dat er geen georganiseerde binnenlandse oppositie is, zoals de vakbond Solidariteit in Polen. Het protest tegen het regime gaat nog niet veel verder dan binnensmonds geknor en met verhulde gebaren schimpen op 'baardmans'.

Wat de Cubanen nu zelf van het pausbezoek vinden? “Hij brengt iets goeds voor iedereen”, zegt de jonge fietser, die met zijn zelfgebouwde riksja voor één van de boordenvolle journalistenhotels staat. Naast hem de mooie meisjes die eveneens wachten op een ritje met een journalist met dollars. In de staatshotels mogen mannen nu voor het eerst hun Cubaanse minaressen mee op de kamer nemen. En tot grote vreugde van de rest van de bevolking heeft Castro deze dagen de verhuur van kamers aan buitenlanders toegestaan. Belastingvrij bovendien. Wel moeten de wijkcommitées voor de verdediging van de Revolutie 'voor uw eigen veiligheid' alle meegebrachte bagage doorzoeken.