Cuba-reis paus investering lange termijn

De relatie tussen kerk en staat op Cuba is de laatste tijd verbeterd. De paus gaat echter niet voor Castro, door hem gezien als duivel, maar voor de periode na de Cubaanse leider.

ROME, 20 JAN. Voor het Vaticaan is het pausbezoek aan Cuba in zekere zin een dialoog met de duivel. Niet alleen is lider maximo Fidel Castro een van de laatste communistische leiders in de wereld. Hij is ook het symbool en de gangmaker geweest voor revolutionaire marxistische strijd in heel Latijns Amerika en in een aantal Afrikaanse landen. Daarom heeft de paus in de bijna twintig jaar dat hij aan de macht is, nooit eerder een bezoek gebracht aan het eiland.

De relaties tussen kerk en staat op Cuba zijn de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd, al wordt binnen het Vaticaan gemopperd dat Castro niet moet denken dat de relaties geheel hersteld zijn door de bisschop van Havana een half uur spreektijd op tv geven. Daarmee wordt niet ongedaan gemaakt dat de katholieke kerk, in de woorden van een functionaris hier, “35 jaar de mond is gesnoerd”.

De paus heeft duidelijk een lange termijn-doel met zijn bezoek. Niet voor niets wordt gesproken over een van zijn belangrijkste reizen. In de jaren tachtig was de paus met zijn steun voor de Poolse vakbond Solidariteit een van de belangrijkste stammen in de roep om verandering in het communistische Oost-Europa. Nu probeert deze communistenvreter ook in Cuba zijn bijdrage te leveren aan een proces van verandering. Een frontale aanval is daarbij niet te verwachten. Zijn woordvoerder heeft gezegd dat hij komt om de kerk te versterken, niet om Castros regime te verzwakken.

Maar de paus kijkt al verder, naar de periode na Castros dood. Hij wil ervoor zorgen dat de katholieke kerk in staat is een belangrijke rol te spelen in de opbouw van een nieuwe samenleving. In een lang artikel op de voorpagina van het Cubaanse partijblad Granma schreef de paus vorige maand dat hij “als boodschapper van Christus religieuze verdieping wil brengen”. Maar zijn woordkeur was algemeen: “De oude orde is verdwenen en een nieuwe orde is al begonnen.”

Vanuit het Vaticaan is gisteren gezegd dat de paus zeker zal praten over mensenrechten, in het midden latend of dat gebeurt in openbare toespraken of in besloten gesprekken. Daarbij zou hij amnestie vragen voor politieke gevangenen.

De paus zal ook pleiten voor meer religieuze vrijheid. Daarom loopt Castro het risico met de paus een soort paard van Troje binnen te halen en bij te dragen aan zijn eigen ondergang. Maar vooralsnog heeft hij meer te winnen. Het bezoek op zichzelf vergroot zijn legitimiteit. Het Vaticaan geeft hiermee een duidelijk signaal dat in zijn ogen de situatie op Cuba geen internationaal isolement rechtvaardigt.

Maar Castro hoopt op meer. Een pauselijke uitspraak tegen het Amerikaanse embargo zou voor hem een geschenk uit de hemel zijn. Twee belangrijke Vaticaanse functionarissen hebben dat al gedaan. Op zijn bezoek aan Cuba vorig jaar oktober veroordeelde kardinaal Jean Louis Tauran, de minister van buitenlandse zaken van het Vaticaan, de Helms-Burton wet die bedrijven die met Cuba handelen uitsluit van toegang de Amerikaanse markt.

Castro heeft gezegd dat het pausbezoek “een succes van de Revolutie moet zijn. De paus wil dat ook. Maar dan van zijn eigen revolutie, die zowel is gericht tegen de marxistische als de kapitalistische materialist.

Naast hun politieke meningsverschillen hebben de paus en Castro veel raakpunten bij sociale problemen. De paus heeft vaak hard uitgehaald naar de consumptiecultuur, naar het alles overheersende marktdenken waarom menselijke waardigheid wordt gepletterd in de stormloop op meer geld.