Bromet stort zich op het gezin

Documentarist Frans Bromet heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de bijzonderste en productiefste programmamakers van de Nederlandse televisie. Bij de publieke omroepen lopen dit seizoen drie series van zijn hand: bij de VPRO Wat is nou... (met Peter van Ingen) en Buren, bij de NCRV begon gisteravond de 6-delige serie De opvoeding.

Het is mij nog nooit gelukt om me te vervelen bij een programma van Bromet. Zelfs als het onderwerp me minder aanspreekt, ben ik na tien minuten 'Bromet' verkocht en zit ik tóch weer geboeid te kijken. Bromet weet telkens weer zijn onvermoeibare nieuwsgierigheid naar de motieven achter menselijk gedrag op je over te brengen.

Zijn kracht schuilt in zijn veelgeroemde directheid, maar dat is het niet alléén: hij heeft ook een goed ontwikkelde intuïtie voor iemands zwakke plekken. Voordat je als kijker de (scherpe) vraag hebt kunnen formuleren, neemt Bromet al de honneurs voor je waar. Zijn aandacht verslapt nooit.

Bromet speelt ook graag met de vorm. In Wat is nou... houden Van Ingen en hij soms de videocamera's op elkaar gericht - wat niet altijd werkt, maar soms ook een hilarisch effect heeft -, en in De opvoeding geeft hij de ouders een camera om een poosje belangrijke momenten in hun gezin vast te leggen. Vervolgens neemt hij ouders en kinderen - los van elkaar - interviews af over de gefilmde fragmenten.

In deze eerste aflevering leidde dat tot een indringend portret van het gezin Sjerps. Nico en Cisca Sjerps hebben drie kinderen, van wie de oudste, de 13-jarige Petrus, een lastige, moeilijk toegankelijke tiener blijkt te zijn. De film was vooral een verslag van de worsteling van de ouders om Petrus enigszins in het gareel te krijgen.

Het was een heel herkenbare worsteling, want elk gezin kent wel zulke, doorgaans tijdelijke, 'probleemgevallen'. Achteraf bezien valt het meestal wel mee, maar in de moeilijke perioden weet je dat nog niet en kan de radeloosheid hoog oplopen.

Zo ook bij Nico en Cisca. Een van de interessantste aspecten van de film was het verschil van inzicht dat zich gaandeweg tussen de ouders openbaart. Bromet zou Bromet niet zijn als hij zich daar niet alert op geconcentreerd had.

“Opvoeden, hoe doe je dat?” is zijn eerste vraag aan Cisca. “Dat is een plompverloren vraag”, lacht Cisca, nog onbekend met Bromets benadering, “je leert het in de praktijk.”

Later blijkt echter dat ze er in de praktijk niet uitkomt. Ze volgt daarom een cursus volgens de methoden van de Amerikaanse pedagoog Thomas Gordon. Gordon (hier had Bromet via ondertitels wat meer informatie over kunnen geven) vindt dat ouders geen macht over kinderen mogen gebruiken: ze moeten via onderhandelingen de conflicten met hun kinderen oplossen.

Nico Sjerps wil die cursus niet volgen, hij lijkt meer te hechten aan een dwingender manier van opvoeden. Cisca betreurt dat, maar ze laat haar afkeuring niet openlijk blijken. “Ik wil Nico niet afvallen als de kinderen erbij zijn”, zegt ze ergens. En als Bromet verder zuigt (“De negatieve boodschappen van Nico moeten jou niet erg bevallen”), glimlacht ze: “Ik heb me er afzijdig van gehouden.”

Die kloof tussen de ouders in opvoedkundig opzicht gaf een intrigerende spanning aan de film, die nog verhevigd werd door de evaluerende gesprekjes die Bromet met de kinderen voerde. Ze kregen van Bromet de gelegenheid zich tegen hun ouders af te zetten. “Dat was weer zo'n raar, onvolwassen idee van mijn vader”, zegt Petrus ergens met het air van ouders die over hun kinderen praten. Aan het slot vraagt Bromet zelfs: “Als je de top-twee van je ouders moet maken, wie staat er dan op een?”

Uit een interview in de VPRO Gids begreep ik dat de ouders met zeer gemengde gevoelens op het openhartige portret van hun gezin terugkijken. Vooral Nico vindt dat Bromet zich te veel heeft gericht op de negatieve momenten. Het is een klassiek, en soms ook wel terecht, verwijt aan de journalistiek, maar ik geloof dat het echtpaar Sjerps zich in dit geval geen zorgen hoeft te maken: wij zagen een liefdevol portret van een gezin vol liefde dat zich nergens voor hoeft te schamen.