Acties tegen Tsjetsjeense terroristen

Om Tsjetsjeense terroristen uit te schakelen voordat zij op Russisch grondgebied kunnen toeslaan, mogen Russische infiltranten de afgescheiden republiek binnenvallen. Dat vinden niet alleen de haviken binnen de Russische regering, maar ook president Jeltsin.

Generaal Anatoli Koelikov, Ruslands minister van Binnenlandse Zaken, zei begin januari dat zijn troepen voortaan “preventief zullen toeslaan tegen bandieten, ook als zij zich in Tsjetsjenië ophouden”. Grozny dreigde in dat geval een 'nieuwe oorlog' te ontketenen. Jeltsins adviseurs haastten zich te distantiëren van generaal Koelikov, een hardliner die het in september 1996 gesloten vredesbestand tussen Moskou en Grozny afkeurt.

Gisteren, op zijn eerste werkdag na vijf weken ziekbed en vakantie, ontbood de president Koelikov in het Kremlin. “Ik sta met mijn opvattingen dicht bij u”, sprak Jeltsin hem toe. “Erg dicht bij.” Alleen de woordkeus van de generaal was ongelukkig; hij had er goed aan gedaan eerst met Jeltsin te overleggen.

Hoezeer deze adhesie-betuiging ook voor interne consumptie bedoeld is (veel Russen zijn bezorgd over de frequente Tsjetsjeense aanslagen), de relatie Moskou-Grozny komt er verder door onder druk te staan. De Tsjetsjeense president, Aslan Maschadov, riep eerder deze maand op “een einde te maken aan de gewoonte om elkaar te provoceren, te bedreigen en te chanteren”. Het is echter de vraag of hij zijn achterban in bedwang kan houden.