Violist Vengerov in metafysische wereld

Concert: Maxim Vengerov (viool) en Igor Uryash (piano). Programma: Mozart: Sonate in e KV 304; Beethoven: Kreutzer Sonate; Brahms: Derde Sonate; Hongaarse dansen nrs. 7,2 en 5. Gehoord: 17/1 Concertgebouw Amsterdam.

Volgende concerten van Maxim Vengerov: 23, 25/1 Concertgebouw Amsterdam.

Prometheus stal het vuur uit de hemel en bracht het naar de aarde. De 23-jarige Maxim Vengerov, wereldwijd beschouwd als het belangrijkste viooltalent van deze tijd, doet hetzelfde. Hij lijkt een vanzelfsprekend contact te onderhouden met wat de romantici de 'wereld aan gene zijde' noemden. Als musicus opereert Vengerov als een medium tussen het leven van alledag en de metafysische wereld. Daar regeren begrippen als bezieling, schoonheid en volmaaktheid in hun meest pure hoedanigheid. En daar zijn, behalve de goden, mogelijk ook de tot abstractie verworden geesten van door Vengerov uitgevoerde componisten als Mozart, Beethoven en Brahms gehuisvest.

Niet dat Vengerov een opzettelijke poging doet om zich als jonge god boven het aardse gepeupel te verheffen. Hij is gewoon zo geboren, als een bijzonder ontvankelijk jongetje in Siberië met een goddelijk viooltalent, een volkomen open geest en een door en door beminnelijke aard.

Door die eigenschappen kon hij, gestimuleerd door zijn voormalige leraar Zachar Bron, uitgroeien tot de goddelijke 'muzikale drieëenheid' die hij nu is.

Want als Vengerov om het even welke muziek speelt, zijn er drie elementen die zijn vertolking tot zo'n sublieme ervaring maken: zijn unieke openheid als mens en zijn ontvankelijkheid voor de spirituele inhoud van een partituur, waardoor hij met zijn instrumentale begaafdheid als hulpmiddel ter plekke, en niet gehinderd door weerstand van welke aard dan ook, een werk weet te herscheppen in een wonder van klank, geest en emotie.

Met de omhoogreikende inzet van Mozarts Sonate in e KV 304 als springplank, belandden Vengerov en zijn in alle opzichten uitmuntende pianist Igor Uryash direct hoog boven de wolken. Mozart werd met onorthodoxe vaart, spontaniteit en vitaliteit uiteengezet, waarbij Vengerov zijn viool liet zingen met het soort genuanceerde verfijning waarin ooit Zino Francescatti zo'n meester was.

In Beethovens Kreutzer sonate wisselden tedere intimiteit en niets ontziende passie elkaar in zo'n vliegende vaart af, dat de vonken van het podium af sloegen.

De Derde sonate van Brahms had dat introverte en broeiende, maar ook dat sensuele en vloeiende dat de essentie ervan uitmaakt, waarna Vengerov met zijn geraffineerde verklanking van drie van Brahms' Hongaarse dansen veranderde in de onweerstaanbaar woeste en vurige mannelijke versie van de Carmen van Bizet.