Technische studies (1)

In NRC Handelsblad van 12 januari breekt minister Ritzen een lans voor een minder eenzijdige opzet van technische studies. Het kan niet zo zijn, aldus de minister, dat het gros van de nieuwe studenten na een jaar de poort wordt gewezen.

Nu is dat wat overdreven maar het is inderdaad zo dat een te groot deel van de studenten in het eerste jaar sneuvelt.

De TU's onderkennen dit al langer en zijn druk doende hun programma's aan de eisen van de tijd aan te passen. Aan dit laatste gaat de minister, helaas, voorbij. Sterker nog, hij wekt de suggestie als zouden de technische universiteiten blind zijn voor de problematiek. Ik wil dit met kracht ontkennen.

Al enkele jaren zijn de drie TU's bezig met hervormingen in het curriculum. In de eerste plaats wordt de hand gelegd aan het afronden van de nieuwe vijfjarige programma's. Belangrijker is echter dat met grote voortvarendheid wordt gewerkt aan het aantrekkelijker maken van de curricula. AIledrie de TU's zijn bezig met het invoeren van project- en probleemgestuurd onderwijs, wat betekent dat van meet af aan studenten worden geconfronteerd met de praktische toepassingen van de techniek, dat het onderwijs meer gaat leven en dat is afgestapt van de strikt theoretische en abstracte benaderingen die ons nog wel eens worden verweten. Daarnaast wordt op alledrie de universiteiten in toenemende mate gewerkt met vormen van projectonderwijs in multidisciplinaire teams, juist om aan te sluiten bij de eisen die het bedrijfsleven aan onze afgestudeerden stelt in termen van sociale en communicatieve vaardigheden.

Ook op het punt van het toegankelijk maken van technische opleidingen voor een breder deel van de middelbare scholieren zonder aantasting van het niveau van de opleidingen wordt al het een en ander ondernomen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de discussie die momenteel op de Universiteit Twente (UT) wordt gevoerd over de invoering van een major-minor structuur en die naadloos lijkt aan te sluiten bij de door de minister genoemde punten.

De gedachte achter dit concept is eenvoudig. Na een basis van ongeveer twee jaar kiest een student voor een hoofdrichting (major) en daarnaast voor een substantiële bijrichting (de minor). Gegeven het unieke opleidingenaanbod van de UT bestaat de mogelijkheid voor studenten uit de technische richtingen om een minor uit de maatschappijwetenschappen te kiezen en omgekeerd. Zo zal bijvoorbeeld een student elektronicatechniek als major telematica kunnen kiezen met een minor ondernemerschap, of een student bestuurskunde publiek management (major) met informatisering (minor). Op deze manier zijn we in staat studenten breder te vormen en beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Wij realiseren ons terdege dat wij wel in de goede richting bezig zijn, maar dat er nog veel werk verzet zal moeten worden. Maar het schort niet aan de onwil om deze ingrijpende veranderingenn met enthousiasme en inzet door te voeren. Als het ergens aan schort is het aan de wijze waarop dit naar de samenleving wordt uitgedragen en de vooroordelen die nog steeds bestaan over het karakter van de technische opleidingen. Wellicht kan het geen kwaad de discussie met name hierop te richten.