'Socialism is du greathist'

Solidarity Song. Ned.3 23.20-0.21u.

De communistische componist Hanns Eisler stierf in 1962, één jaar na de bouw van de Muur. In de televisiedocumentaire Solidary Song, uitgezonden in Het uur van de wolf, zien we het prikkeldraad, de soldaten en de halsbrekende vluchtpogingen van Berlijnse burgers. En dan kijkt, vanaf een foto, een sombere Eisler ons aan, het ooit zo vlezige gezicht smal en muizig, de oren groter dan groot. Stephanie, zijn tweede vrouw, vertelt over de beroerte die haar echtgenoot trof en een studio-stem murmelt wat over het 'tragische lot' van een strijder die aan het eind van zijn leven met lede ogen de 'gruwelijke vertekening' van zijn idealen moest aanzien.

De song die de documentaire zowel opent als afsluit heet Lob des Kommunismus. Een jonge vrouw in een witte lichtvlek zingt teder, alsof ze het over een minnaar heeft: “Er [het communisme] ist gut für dich/ Er ist gegen den Schmutz und gegen die Dummheit/ Er ist das Einfache/ das schwer zu machen ist...” In het begin, wanneer Eislers biografie nog niet is verteld, klinkt die song als lieflijke opmaat tot een stralende toekomst; aan het eind overheerst een vertwijfelde toon. De dood van Hanns Eisler en de bouw van de Muur, zijn aanvankelijke optimisme en uiteindelijke verbittering: wil regisseur Larry Weinstein daarmee zeggen dat wereldverbeteraars huns ondanks veranderden in wereldverknoeiers? Dat mensenvrienden mensenvijanden werden?

Dat laatste zou een omkering zijn van Eislers lied An die Nachgeborenen, naar het gelijknamige gedicht van Bertolt Brecht: “Wir, die den Boden bereiten wollten für Freundlichkeit/ wir konnten selber nicht freundlich sein./ Ihr aber, wenn es so weit ist/ dass der Mensch dem Menschen kein Wolf mehr ist,/ gedenket unser mit Nachsicht.”

Wij Nachgeborenen, wij weten dat die mooie, van geweld en uitbuiting gevrijwaarde tijd nooit is gekomen. Wij post-moderne, post-communistische en post-alles-kids, wij twijfelen zelfs aan de goede bedoelingen van die heilsprofeten. Misschien waren de artistieke en intellectuele leidersfiguren van de arbeidersbeweging wel domweg uit op macht en privileges. Misschien logen ze dat ze pas in 1956 vernamen van Stalins terreur.

Larry Weinstein doet geen concrete uitspraken. Hij suggereert alleen maar - met behulp van sfeervolle interviewfragmenten, oude journaalbeelden en recent gemaakte clips van eens razend populaire Eisler-deuntjes. Al die onderdelen zijn zowel chronologisch als associatief aan elkaar gelast, steeds met muziek van Eisler eronder, en het geheel stemt vooral melancholisch.

Een onzichtbare acteur met de stem van Hanns Eisler, aandoenlijk door de Duitse kleuring van het Amerikaans, geeft ondubbelzinnige statements ten beste: “Socialism is du greathist and noblhist phart in modern history. Du comphoser must transfhorm himself from a parasite into a fighter.”

Wat je uiteindelijk ook van deze gevoelige en grove, geestige en depressieve meneer Eisler mag denken, wat voor conclusies je ook mag trekken uit zijn avontuurlijke, door oorlogen en ballingschap getekende leven in Wenen, Berlijn, Hollywood en alweer Berlijn, het oostelijke deel natuurlijk: zijn muziek heeft nog steeds het effect dat hem voor ogen stond. Ze geeft vastgeroeste hersens een verfrissende injectie want ze is militant en irritant en intelligent en modern. Eisler wist Schönbergs twaalftoonstechniek gewiekst toe te passen en zorgde voor bijzondere orkestraties, met banjo's, piano's, trombones. En er valt nog veel te (her-)ontdekken, zoals het zelden opgevoerde symfonische werk.

Anders dan de Muur en anders dan wellicht de man blijft Eislers muziek overeind.