Seth Gaaikema serieus over het einde van het millennium

Voorstelling: De uitverkoop van de eeuw, door Seth Gaaikema. Piano: Bob Zimmerman. Gezien: 17/1 in De Purmaryn, Purmerend. Tournee t/m 18/4. Inl. (0900) 9203.

Seth Gaaikema is erbij gaan zitten. Daadkrachtig schudde hij vier jaar geleden de vervetting van zich af om als een gereanimeerde stand up comedian een nieuw theaterleven te beginnen. Twee jaar geleden, in zijn vorige programma, was hij opnieuw losser en gedurfder. En nu zit hij op een stoeltje aan zo'n tafeltje met smeedijzeren voet uit een grand café, en zijn optreden is er wederom soberder van geworden. Af en toe slaat hij een blaadje om van de stapel teksten op het ronde tafelblad, en af en toe staat hij op om zijn betoog iets meer kracht bij te zetten. Maar meestal is dat niet nodig.

Met het Laatste oordeel van Jeroen Bosch op het achterdoek en op de toonhoogte van een oudejaarsavondconference levert Gaaikema ironisch, cynisch en ook uitgesproken serieus commentaar bij het eind van het millennium. Hortend en stotend gaat dat soms, want een geraffineerd conferencier zal hij nooit worden. Alleen bij vlagen brengt hij een effectieve stroomversnelling op gang, bijvoorbeeld in een uitgelaten opsomming van erge dingen, en in een mooi opgebouwd verhaal over een droom waarin de KLM, de PTT, de NS en andere instituten bij de mensen thuis hun excuses komen aanbieden voor hun feilen.

Maar ook als hij gewoon aan dat tafeltje zit te keuvelen, vrijuit vragen stelt aan het publiek en alert reageert op de antwoorden, schept hij met succes de samenzweerderige sfeer waarbij een cabaret-voorstelling het best gedijt. En sommige van zijn kwinkslagen bereiken een aforistisch niveau - zoals in een verwijzing naar de oorlog: “Er was een tijd dat de Duitsers waren zoals wij nu denken dat ze zijn.”

Eén keer ontkracht Gaaikema echter wat hij daarvóór zo raak formuleerde, want na een fikse tirade over de overspannen reacties op de dood van Diana volgt een liedje waarin de prinses weer, met alle bijbehorende clichés, de heldinnenstatus krijgt. Die liedjes blijven trouwens, wat mij betreft, het laatste restant van de Seth Gaaikema die hij niet meer wilde zijn. Terwijl pianist Bob Zimmerman nog bekwaam suggereert dat er sprake is van een melodie, baant Gaaikema zich moeizaam zingzeggend een weg door de overbodige woorden. Twee keer heft hij zelfs een liefdesliedje aan, dat dan ook nogal verdwaasd in het niets blijft hangen omdat het nergens op slaat.