Recordaantal medailles van Perth verhult matige prestaties van de vrouwen; Zwembond mag niet te hard juichen

De nationale zwemploeg ligt op koers voor de Olympische Spelen, zoals bleek bij de WK in Perth. Maar waakzaamheid is geboden, want de vrouwen presteerden in tegenstelling tot de mannen teleurstellend.

ROTTERDAM, 19 JAN. Met een recordaantal van zeven medailles heeft de Nederlandse zwemafvaardiging gisteren de WK in Perth afgesloten. Voor de technische staf gold de mondiale titelstrijd als het examen voor de Olympische Spelen, die over ruim twee jaar in Sydney worden gehouden. Voor die test slaagde de meerderheid van de nationale selectie, van wie sommigen met vlag en wimpel.

Vier jaar geleden bleef de zwemploeg bij de vorige WK nog met lege handen. Maar bij alle jubel van Perth passen enkele kanttekeningen. Zeven medailles betekent weliswaar een verbetering van het record uit 1975, toen Nederland in Cali vijf keer op het podium stond. Maar destijds maakte het marathonzwemmen nog geen deel uit van het programma en juist op dat onderdeel viel Nederland in Perth dankzij Edith van Dijk tweemaal in de prijzen.

Bovendien zijn de prestaties van zwemsters als Enith Brigita en Connie van Bentum onlangs in een ander daglicht komen te staan. Recente ontboezemingen van (oud-)trainers uit de voormalige DDR bevestigen wat velen al vermoedden: in de jaren '70 en '80 maakte de Oost-Duitse concurrentie systematisch gebruik van verboden middelen. De medailles van Brigita en Van Bentum krijgen daardoor met terugwerkende kracht nog meer glans.

Zwemmen is overigens nog altijd geen 'schone sport'. De dopinggevallen bij de Chinese ploeg wierpen afgelopen week een forse smet op het WK. Niettemin heeft de wereldzwembond de laatste jaren vooruitgang geboekt in de strijd tegen doping.

Bij de WK gelden geen excuses, betoogde PSV-trainer Jacco Verhaeren na de EK in Sevilla in een vraaggesprek met deze krant. “Daar word je gewoon eerste, tweede of derde. Of sta je in de finale met een dik persoonlijk record. Andere mogelijkheden zijn er niet.” Met die woorden in het achterhoofd valt niet aan de conclusie te ontkomen dat sommige zwemmers hebben gefaald in het Perth Challenge Stadium.

Teleurstellend was het optreden van de vrouwen, tot voor kort het boegbeeld van de zwembond. Geen van de negen deelneemsters realiseerde een persoonlijk record, met uitzondering van Inge de Bruijn op de 100 meter vlinderslag. Op acht van de zestien onderdelen haalden de vrouwen een finaleplaats, inclusief op drie estafettenummers waar de concurrentie verre van indrukwekkend was. Kirsten Vlieghuis, derde op de 800 meter vrij en vierde op de 400 vrij, en in minder mate de opgeleefde De Bruijn, zevende op de 100 vlinder, waren de enige lichtpunten.

Tegenover de magere prestaties van de vrouwen stond de bevestiging van de kracht van de mannen. Na zijn dubbelslag in Sevilla maakte kopman Marcel Wouda zijn status van wereldtopper opnieuw waar, met zilver op de 400 wissel en goud op de 200 wissel. Hetzelfde deed PSV-clubgenoot Pieter van den Hoogenband. Een half jaar gaf hij voorrang aan zijn VWO-opleiding en kwam het zwemmen op de tweede plaats. Maar ondanks die gebrekkige voorbereiding won Van den Hoogenband een bronzen medaille op de 200 vrij en stond hij samen met Wouda aan de basis van de zilveren plak op de 4x200 vrij, achter het ongenaakbare Australië.

Grootste verrassing was zonder twijfel Joris Keizer, de 18-jarige Twent die bij zijn WK-debuut onbevangen naar de vijfde plaats zwom op de 100 meter vlinderslag. Zowel in de serie als in de finale verbeterde de Europees jeugdkampioen het nationale record, en dat was een indrukwekkende prestatie voor iemand die pas drie jaar geleden voor het zwemmen koos en bovendien als enige niet aan de limiet had voldaan. Een andere debutant, de pas 17-jarige Johan Kenkhuis, verbaasde door in de series van de 4x100 vrij een startplaats af te dwingen voor de finale.

De zwembond moet snel prioriteit geven aan het inpassen van jeugdig talent. In Perth bleek dat de mannen, in navolging van de vrouwen, op steeds jongere leeftijd de toppen van hun kunnen bereiken. Veelzeggend waren de gouden medailles van de jeugdige Australiërs Ian Thorpe (15 jaar) op de 400 vrij en Grant Hackett (18) op de 1.500 vrij. In die zin mag Van den Hoogenband met zijn 19 jaar al als een oudje worden aangemerkt.

Over ruim twee jaar hoopt Van den Hoogenband te oogsten wanneer de Olympische Spelen op het programma staan. Sydney heet het eindstation te zijn van de nationale ploeg, maar voor de zwembond lijkt het verstandiger om verder vooruit te kijken. Na Sydney zijn de drie voortrekkers van het Nederlandse zwemmen, clubcoach Verhaeren en diens pupillen Wouda en Van den Hoogenband, van plan hun loopbaan te beëindigen. Een terugval dreigt en zou de prestaties in Perth in een klap teniet doen.