Pijnlijke programma's voor de PvdA

De congresdag van de PvdA kreeg op de televisie niet de meest ideale voortzetting.

Karin Adelmund bleek niet bereid in Buitenhof te discussiëren met Jan Marijnissen, die ze op het congres zwaar had aangevallen. Marijnissen buitte die weigering uiteraard dankbaar uit in het interview met Rob Trip: als je iemand openlijk aanvalt, moet je ook bereid zijn om...

Vanwaar die koudwatervrees voor Marijnissen met zijn beperkte repertoire?

Veel kritiek, weinig alternatieven, hield ook Trip hem voor. Na enig aandringen kwam Marijnissen met zo'n alternatief: belasting van de speculatiewinsten op de beurs. Nou ja, moest hij toegeven, daar was dan wel de medewerking van heel Europa voor nodig, maar dat moest Zalm dan maar even organiseren.

Trip begon ook over het maoïstische verleden van de SP, maar durfde niet door te bijten. Marijnissen kon daardoor al te gemakkelijk ontsnappen met zijn verweer dat hierop neerkwam: zijn partij bestond destijds niet uit modieuze salonsocialisten, zoals de PvdA met Nieuw Links, bij de SP was de liefde voor Mao recht uit het hart gekomen. En dat Mao achteraf nogal wat mensen 'in gevaar bleek te hebben gebracht', ach, ze hadden toch al in 1975 afstand van hem genomen?

Marijnissen is een handig demagoog à la Marcus Bakker en een goed bespeler van het medium televisie: daar schuilt zijn electorale werfkracht. Als de PvdA wil voorkomen dat ze in de polls nog meer zetels aan hem verspeelt, zal ze hem op zijn favoriete terrein - de media - moeten durven bestrijden.

In De Plantage was het voor de PvdA evenmin genieten geblazen. Daar moest staatssecretaris Netelenbos van onderwijs haar plannen voor het literatuuronderwijs - in samenhang met 'het studiehuis' in de bovenbouw - verdedigen. Het lukte haar maar matig. Zij trof twee getergde tegenstanders: de literatoren annex docenten Cyrille Offermans en Piet Calis. De staatssecretaris is een eeuwig vriendelijk glimlachende dame, maar deze heren lieten zich er niet door vermurwen. Vooral Offermans werd met de minuut grimmiger.

Er bleef per schooljaar nog maar tien uur voor literatuuronderwijs over, rekende Offermans de staatssecretaris voor. “Je hoort voortdurend geklaag over ontlezing, maar het is nu alsof men tegen de leraren zegt: zorg dat die ontlezing er komt (...) Dit is kaalslag. U schijnt niet te begrijpen wat u aanricht (...) Het wordt veredeld macrameën.”

Vier boeken hoeft de jeugd straks nog maar per jaar te lezen. “Het gaat niet om het aantal, maar om de kwaliteit”, verweerde de staatssecretaris zich. En: de jeugd las nu toch maar hoofdzakelijk uittreksels (Offermans: “Een grove beschuldiging”).

Aan het slot kaatste Netelenbos de bal terug naar haar tegenstanders: “Wij kregen altijd verdeelde adviezen. De waarheid ligt in het midden.” “U bent nooit een publiek debat aangegaan”, beet Offermans haar toe.

Alsof er nog niet genoeg kritiek was geweest, legden Van Kooten en De Bie 's avonds het slot van Wallage's congresrede op het hakblok. De magere slotregel (“We zullen zien”) van Wallage, gericht tot Bolkestein, moest het ontgelden. “En daarvoor moest hij nog op zijn papiertje kijken”, schamperde De Bie.

Een pikant politiek moment voltrok zich zaterdag in de talkshow van Karel van de Graaf. Hij confronteerde Bolkestein met de pro-Chinese propagandapraat waarmee Wiegel destijds na een bezoek aan Mao's China naar Nederland was teruggekeerd. Was dat dom geweest, vroeg De Graaf. Bolkestein aarzelde niet: “Buitengewoon.”

Bolkestein had er omheen kunnen draaien, hij had begrip kunnen vragen voor de omstandigheden, voor de context, voor de geest van de tijd et cetera, maar hij zei alleen maar: “Buitengewoon”. Dat ene woordje lijkt alles te zeggen over de verhouding tussen deze twee heren. Mag ik er mijn jaarsalaris, plus alle speculatiewinsten aan Europese beurzen, onder verwedden dat Wiegel nooit terugkeert in de regering zolang Bolkestein de VVD aanvoert?

Kortom, de televisie was dit weekeinde al een beetje datgene wat ze de komende maanden steeds vaker zal worden: het slagveld van onze democratie.