NECMETTIN ERBAKAN; Sterk door strijd

ANKARA, 19 JAN. Necmettin Erbakan (71), de leider van de vrijdag ontbonden moslim-fundamentalistische Welvaartspartij in Turkije, is een gewiekst politicus. Tegenslagen - partijsluitingen, militaire staatsgrepen en een gedwongen verblijf in het buitenland - gedurende de kleine 30 jaar van zijn politieke carrière hebben zijn aanhang juist vergroot. De politieke islam groeide onder zijn leiding uit tot de grootste politieke beweging in het seculiere Turkije, met inmiddels ruim 20 procent van de stemmen.

Erbakan was niet alleen de eerste fundamentalistische premier in de republikeinse Turkse geschiedenis, hij is bovendien de eerste politicus die openlijk de vergaande machtspositie van het leger ter discussie durfde te stellen. Na een regeerperiode van een krap jaar werd hij midden vorig jaar evenwel door diezelfde militairen, de beschermers van de seculiere wetten, tot aftreden gedwongen. De ontbinding van zijn Welvaartspartij wordt als een verdere stap gezien om de macht van de politieke islam verder in te dammen.

De kracht van Erbakan, die een voorkeur heeft voor stijlvolle pakken en dassen uit Italiaanse modehuizen, is dat hij het Anatolische platteland, evenals de miljoenen nieuwkomers in de Turkse metropolen, een stem heeft gegeven. De conservatieve denkbeelden van dit deel van de Turkse bevolking zijn sterk verweven met de islam en worden door de seculiere machthebbers als achterhaald beschouwd, in strijd met de wereldlijke wetten en Westerse oriëntatie van de Turkse republiek sinds haar oprichting in 1923. In de Turkse provinciesteden bloeide in snel tempo en op eigen kracht een nieuwe middenklasse van ondernemers op die enerzijds aansluiting zoeken bij de globale economie, maar anderzijds hun islamitische identiteit wensen uit te dragen. Ze vormen een steeds grotere bedreiging voor zowel de - met de staat verbonden - gevestigde ondernemers, als voor de seculiere Turkse systeem dat in de grondwet ligt verankerd.

Door de economische malaise - de inflatie bedraagt nu bijna 100 procent op jaarbasis - is de kloof tussen arm en rijk in Turkije gegroeid. Gecombineerd met de grootschalige corruptie en machtsmisbruik in ambtelijke en politieke kringen, leverde dat een fantastische voedingsbodem op voor een politieke protestbeweging. De Welvaartspartij, die tot 1990 werd gedomineerd door een groep naar binnen gekeerde religieuzen, werd nu een partij van de massa met religieuze sympathieën. Bij de gemeenteraadsverkiezingen begin 1994 behaalde Erbakan zijn eerste overwinning: de burgemeestersposten in zowel Ankara als in Istanbul, evenals tientallen in de provincie, kwamen in handen van de fundamentalisten. Was de Welvaartspartij in de metropolen vooral aan de macht gekomen door de steun van de onderklasse, sindsdien richtte Erbakan zich ook op de midden- en hogere klasse. Bij de laatste parlementsverkiezingen, in december 1995, legde hem dat geen windeieren: de Welvaartspartij werd de grootste partij, vooral dankzij de vrouwen, een kwart van de inmiddels 4,25 miljoen leden, die van huis tot huis campagne voerden.

Erbakan beroept zich er nu op dat hij na elke ontbinding sterker uit de strijd is gekomen. In 1970 richtte hij de Nationale Orde Partij op, die een jaar later werd gesloten, gevolgd door de Nationale Heils Partij. Deze speelde tot 1980 een sleutelrol bij de vorming van brede coalitieregeringen. Na de militaire staatsgreep in 1980 werd ook deze partij ontbonden en mocht Erbakan zeven jaar lang geen actieve rol in de politiek spelen. Ondertussen werd de Welvaartspartij opgericht, die vanaf 1987 en onder hernieuwde leiding van Erbakan haar aanhang vergrootte.

De vraag is dan ook niet zozeer of de politieke islam een sleutelrol inneemt in de Turkse politiek, maar of Erbakan in staat is om van achter de schermen de partij te blijven leiden nu er in Turkije een nieuwe generatie van jonge, dynamische fundamentalistische politici is opgestaan, die een pragmatische koers voor ogen staat. Zij achten het hun taak om vrede te sluiten met de seculiere meerderheid, die Erbakan en zijn medestrijders als een bedreiging ziet voor het moderne Turkije.