Met het auteursrecht op cd-roms valt niet te spotten

De bibliotheken vinden dat critici niet zo gretig vergoedingen moeten najagen voor artikelen die op cd-rom worden gezet. Volgens Graa Boomsma miskennen ze hiermee het auteursrecht.

De Amerikaanse schrijver Don DeLillo beschrijft in zijn tweede roman Great Jones Street (1972) een succesvolle hardrock-ster die genoeg heeft van de allesverterende roem en ergens in morsig Manhattan onderduikt. Zijn buurman, een auteur, schrijft zich daarentegen al jaren de rechterarm uit de kom voor slechts een greintje beroemdheid. “De markt is een vreemd verschijnsel”, zegt hij, “bijna een levend organisme. Hij verandert, zijn hart klopt, hij groeit, hij scheidt af. Hij zuigt dingen op en spuwt ze daarna weer uit. Het is een levend wiel dat draait en knettert. De markt accepteert en verwerpt. Hij heeft lief en maakt af.” Zo'n markt trekt zich niets aan van een ploeterende schrijver - of hij bemoeit zich ongevraagd en plotseling met zijn geestesproducten en gaat ermee vandoor zonder dat de schrijver de kans krijgt te zeggen: Houd de dief!

Dit is, om misverstanden te voorkomen, geen recensie. Ik wil ingaan op de grillige en hebzuchtige markt waarop de schrijver, in de gedaante van literair criticus of recensent, moet opereren. Ook hij wil gelezen worden!

Op 6 januari beklaagde Leo Popma, secretaris van het NBLC (het Nederlands Bibliotheek- en Lektuurcentrum, het overkoepelend orgaan van de openbare bibliotheken) zich er in deze krant over dat schrijver en criticus Hans Warren en de auteursorganisaties (onder andere de schrijversvakbond VvL en de journalistenbond NVJ) naar de rechter zijn gestapt en dwarsliggen bij de exploitatie van de LiteRom, een cd-rom met meer dan 50.000 boekbesprekingen die in de bibliotheken voor het publiek beschikbaar zou moeten zijn. Popma beschuldigt de auteurs in zijn artikel ervan dat ze inbreuk maken op het recht van burgers op vrije toegang tot informatie, dat ze de belangen van leesgierige scholieren en studenten schaden en dat deze 'vrijdenkers van de literatuur' een ware klopjacht op het Grote Geld aan het organiseren zijn.

Dat zijn loodzware beschuldigingen die kant noch wal raken. Wat zijn de feiten?

De rechter heeft tot twee keer toe Hans Warren en de belangenorganisaties gelijk gegeven: de LiteRom is een onrechtmatige publicatie omdat het NBLC de auteursrechthebbenden geen toestemming heeft gevraagd om hun werken te mogen opnemen op de LiteRom, laat staan dat ze die toestemming heeft verkregen. De LiteRom is in strijd met de Auteurswet. Het NBLC heeft zich daar helaas niet bij neergelegd en is in hoger beroep gegaan.

Elke uitgever van een verzamelwerk, of dat nu een cd of een boek is, weet dat hij toestemming moet vragen aan de makers, de auteurs. Maar hoewel Leo Postma pro forma de auteursrechten erkent, is zijn artikel een tendentieus pleidooi het auteursrecht te marginaliseren en zelfs te negeren. Dat auteursrecht maakt ook de kern uit van het geschil tussen de auteurs en het NBLC. Het is daarom geenszins overdreven om tegen het NBLC 'Houd de dief!' te roepen. Kennelijk staat deze organisatie toe dat een aantal bibliotheken de uitspraak van de rechter naast zich neerlegt en ondanks het rechterlijk verbod gewoon doorgaat met het aanbieden van de LiteRom.

Natuurlijk zien auteurs graag dat hun recensies veelvuldig door het publiek worden geraadpleegd, maar ze willen voor de exploitatie door middel van de LiteRom wel een redelijke vergoeding ontvangen. De schrijvers wensen hun recht op zeggenschap over hun geestelijke producten te behouden. Het pleidooi van Postma voor een vrij toegankelijke LiteRom in het belang van de gebruikers rammelt aan alle kanten en zit boordevol onjuistheden. Zo beweert hij dat het NBLC aan de auteurs een eenmalige vergoeding van vijftien gulden per artikel zou zijn aangeboden, plus een auteurscontract en een gratis exemplaar van de cd-rom. Maar over deze drie zaken is nóóit gesproken tijdens de moeizame en uiteindelijk mislukte onderhandelingen tussen het NBLC en de vertegenwoordigers van de auteurs. Een dergelijk 'honorarium' is ook een belediging, niet eens een fooi, te vergelijken met de spreekwoordelijke bos bloemen en de goedkope fles wijn die de argeloze, beginnende schrijver ontvangt nadat hij een lezing van twee uur heeft gegeven over eigen werk en zijn hele ziel heeft blootgelegd.

Ook heeft het NBLC op 8 januari geen nieuw kort geding tegen Warren gevoerd, zoals Popma meent. Er was slechts sprake van een rolzitting in hoger beroep tegen de eerdere kort geding uitspraak waarin schriftelijke stukken werden overhandigd.

Nog een fout moet ik hier rechtzetten. Postma vindt het gek dat je boekbesprekingen uit De Groene Amsterdammer zo van Internet kunt 'plukken' terwijl de LiteRom niet meer mag worden geraadpleegd. Maar De Groene, waaraan ik als literair medewerker verbonden ben, publiceert niet alleen kwalitatief goede stukken over literatuur, het is ook een fatsoenlijk weekblad dat zijn medewerkers keurig om toestemming vraagt voor deze specifieke vorm van exploitatie.

Dat kan van het NBLC niet gezegd worden. Deze organisatie heeft altijd gevonden dat het helemaal niet nodig was de auteurs toestemming te vragen omdat de LiteRom een vorm van exploitatie zou zijn die de auteursrechthebbenden maar moeten gedogen. Maar de rechter heeft nu bepaald dat zo'n verzameling van tienduizenden recensies een bundel auteursrechtelijk beschermde artikelen is en ik heb er alle vertrouwen in dat de rechter dat zal blijven zeggen.

Don DeLillo laat in een andere roman, MAO II (1992), een schrijver optreden die zich, net als een Salinger of Pynchon, afzijdig houdt van de maatschappij en ergens op een geheime plek ondergedoken blijft. Zijn onzichtbaarheid draagt bij aan zijn groeiende roem. Maar hij betreedt de wereld weer als hij solidair wil zijn met een collega die ergens in het Midden-Oosten door een groep terroristen gevangen wordt gehouden.

Wordt DeLillo's schrijverspersonage zelf een terrorist? Leent u het boek maar uit de bibliotheek als u het antwoord wilt weten.

Maar misschien komt er straks een gelegenheidsbende van schrijvers en critici (freelancers aller kranten verenigt u!) die het bastion van de bibliotheek bestormen, hun geestelijk eigendom terugeisen en dit beschermen tegen degenen die het in gijzeling houden.