Leraren zwaar onder druk van lessen en bezuinigingen

Met het oog op een landelijke staking van leraren in het voortgezet onderwijs heeft minister Ritzen (Onderwijs) de schoolbesturen en de bonden uitgenodigd voor een gesprek. Grootste grief van de leraren is de hoge werkdruk.

HAARLEM, 19 JAN. Bij het bord legt leraar W. Habets een som uit aan zo'n 25 brugklassers. Ze luisteren rustig naar zijn verhaal of rekenen wat op hun rekenmachientjes. Habets gaat bij een groep leerlingen zitten om te kijken hoe zij vorderen en prompt wordt het rumoerig in het lokaal. De meisjes hervatten hun belangrijke gesprekken, de jongens bij het raam gaan armpje drukken. Bij Habets komt de een na de ander om aandacht vragen. Tussen de toelichtingen door roept hij naar de overkant: “Jongens, hup aan het werk!”

Het Haarlemse Mendel College (Mavo tot Gymnasium) is een doodgewone school. Met 1.250 doodgewone leerlingen. Weinig werkloze ouders, weinig drankzuchtige ouders, een gemiddeld aantal echtscheidingen. En toch is het lesgeven hier zwaar. De bankschroef waarin de 58 leraren vastzitten, wordt langzaam maar zeker aangedraaid, vertelt rector P. Hupsch. De leraren hebben steeds meer taken en de school krijgt daarvoor geen extra geld.

Begrijp hem niet verkeerd: “De kinderen zijn prima en het vak van leraar is prachtig. Onze school groeit zelfs. Maar leraren krijgen van Den Haag geen ruimte om hun vak behoorlijk uit te oefenen. Ze moeten behalve lesgeven ook van elke leerling de vorderingen bijhouden, leerlingen begeleiden, met ouders praten, administratie bijhouden, huiswerk nakijken en nu nieuwe lessen bedenken voor de Tweede Fase. Terwijl het aantal banen per school gelijk blijft.” Het schoolbestuur, de leerkrachten en Hupsch zijn het hier allemaal over eens.

Zo niet op landelijk niveau. De werkgeversorganisaties (schoolbesturen) en de vakbonden hebben zich de afgelopen dagen ingegraven waardoor de landelijke lerarenstaking op 29 januari onvermijdelijk lijkt. De bonden eisen twee uur arbeidsduurverkorting (ADV) tot 26 lesuren per week. De schoolbesturen zeggen: dat kunnen wij u niet bieden, omdat u zelf met minister Ritzen in de CAO heeft vastgelegd dat die ADV maar voor de helft wordt gecompenseerd. Voor de twee uur die leraren minder willen werken, krijgt de school maar één uur betaald voor vervanging. En dat betekent klassen met leerlingen naar huis sturen.

Dit conflict is precies wat er niet moet gebeuren, vindt rector Hupsch. “Bonden en besturen vliegen elkaar in de haren, terwijl ze het samen tegen de bewindslieden moeten opnemen. Zij bepalen hoeveel geld scholen krijgen voor personeel en materieel en wij moeten maar uitzoeken hoe we die lumpsum - let wel: een bezuiniging - besteden. Tegelijk worden er steeds meer eisen aan ons gesteld. De overheid eist onderwijsvernieuwing, de ouders eisen goed onderwijs en leerlingen eisen persoonlijke aandacht.”

Pagina 2: 'Leraar is geen ober voor zijn leerlingen'

Neem de leraar Duits, Henri Bloem (35). Hij heeft een 38-urige werkweek, ofwel 28 lesuren. Gemiddeld staat hij vijf uur per dag voor de klas. Vier uur per week vergadert hij over proefwerken of de nieuwe lesprogramma's voor de Tweede Fase; acht uur per week voert hij individuele gesprekken met leerlingen uit zijn mentor-klas; 's avonds kijkt hij huiswerk na, en in het weekeinde is er tijd voor bijscholing.

Het verschil tussen zo'n werkweek en een week op een kantoor, is dat een leraar nooit kan afhaken, zo onderstrepen Bloem en Hupsch. De leraar kan zijn werk niet naar de middag verschuiven, hij kan het niet even een halfuurtje rustig aan doen. “Want dan staan er meteen 28 apen voor je neus”, zegt ook lerares Nederlands, C. Wolff Schoemaker, die een paar straten verderop les geeft op een VBO-school.

Slaapt u weleens bloot? Draagt u sexy ondergoed? In het jaar dat Wolff Schoemaker (23) nu voor de klas staat, heeft ze geschikte antwoorden gevonden op brutale vragen van leerlingen. Ze moet er eigenlijk om lachen, want het zijn lieve leerlingen, recht voor zijn raap ook. Maar zwaar is het werk met hen wel. “Vooral als de jongens (van zestien) gaan vechten, dan denk ik: oh, als dat maar goed gaat.” Afgelopen jaar is ze er twee keer tussen gesprongen.

Zo'n vaart loopt het niet op het Mendel College, maar ook hier zijn leerlingen veeleisend. Bloem: “De meesten willen regelmatig een persoonlijk gesprek, buiten de lesuren. Ze zijn opgevoed als individu. Ze willen praten over schoolprestaties, over hun werk, over privé-problemen. Ze zien ons als kennissen die ze kunnen vertrouwen. School is een ontmoetingsplaats, de leraar is er om naar je te luisteren.”

De onderwijsvernieuwingen, op instigatie van Zoetermeer, reageren op deze individualisering, zegt Hupsch. “Onderwijs op Maat, waar de bewindslieden voor pleiten, gaat ervan uit dat leerlingen beter functioneren als wij ze als individu behandelen.” Hij is bang dat deze praktijk doorschiet: “Leerlingen moeten geen planeet worden waar wij als satellieten omheen draaien. Kinderen moeten zich leren aanpassen aan een groep; dat moeten ze later ook. De leraar is geen ober, die hen bedient naar hun individuele behoeften en die verder alleen hun vorderingen administreert.”

Dit bezwaar is meer dan een kwestie van beroepstrots, zegt Bloem. “Ik ben geen ober en het ís zwaar om iedereen de hele dag individueel aandacht te geven. Maar leerlingen zijn er ook zelf bij gebaat dat je ze als groep behandelt. Ik geloof dat je pas leert samenleven als je met anderen wordt geconfronteerd en als je ziet dat de wereld niet om jou draait. Deze kinderen hebben alles, hoor: een eigen walkman, een eigen computer, een eigen brommer.”

En ze hebben een baan. Volgens Hupsch concurreren leraren dagelijks met de werkgever van hun leerlingen. “Daarbij legt de school het weleens af”, vertelt Bloem. “De leerlingen werken drie avonden per week. Het gaat om grof geld hoor. Ze zeggen: 'Meneer, ik kan niet tot half vier blijven morgen, want dan wordt mijn baas boos.' Wat moet je dan? Wij vinden dat ze optimale aandacht voor school moeten opbrengen, dus moeten wij daaraan trekken. Vaak blijkt dat ouders het ook niet in de hand hebben. Hoeveel invloed kun je nog uitoefenen op een 16-jarige?”