Kritisch rapport over optreden van Ouwerkerk

GRONINGEN, 19 JAN. De oud-commissaris van de koningin in Utrecht P. Beelaerts van Blokland heeft in een rapport kritiek geuit op het optreden van burgemeester H. Ouwerkerk van Groningen tijdens de rellen in de Oosterparkwijk. De positie van Ouwerkerk lijkt met het rapport onhoudbaar te zijn geworden.

Van Ouwerkerk had “meer directe aandacht” verwacht mogen worden, nadat hij 's avonds 30 december op de hoogte was gesteld van de rellen en hij telefonisch toestemming had gegeven de ME in te zetten, aldus Beelaerts van Blokland. “Zo al geen gang naar het bureau, dan toch een nader telefoontje om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de zaak”, schrijft de oud-commissaris. Volgens hem had Ouwerkerk moeten beseffen dat de Oosterparkwijk een bijzondere wijk is met veel problemen en extra aandacht verdiende.

Het rapport-Beelaerts van Blokland is op verzoek van het Groninger college van B en W gemaakt om de gemeenteraad een goed oordeel te kunnen laten vellen over het falende politieoptreden bij de rellen in de Oosterparkwijk van 30 op 31 december. Deze gebeurtenis leidde samen met een kritisch rapport over het slechte functioneren van het driehoeksoverleg (burgemeester, hoofdofficier van justitie en de korpschef) tot het aftreden van korpschef J. Veenstra.

Het rapport geeft de burgemeester weinig lucht voor de gemeenteraadsvergadering van aanstaande woensdag. “Er blijven nog veel vragen over waarop hij hele heldere antwoorden zal moeten geven”, zegt R. Bron (D66). GroenLinks-raadslid C. Dekker zegt dat Ouwerkerk “behoorlijk in de min staat”. VVD'er K. Schuiling vraagt zich af of de raad Ouwerkerk nog langer moet laten bungelen.

A. Timmerman (PvdA) is van mening dat het voor Ouwerkerk lastig valt uit te leggen waarom hij niet in actie is gekomen, maar ze wil het raadsdebat afwachten alvorens een definitief standpunt in te nemen.

Dat geldt voor alle partijen, met uitzondering van de SP, die vindt dat Ouwerkerk de eer aan zichzelf moet houden. Overigens zijn de raadsleden weinig te spreken over de kwaliteit van het rapport-Beelaerts van Blokland. Ze vinden dat het geen nieuwe informatie heeft opgeleverd.

Ouwerkerk heeft de gemeenteraad in een brief laten weten dat hij “vertrouwen in ruime zin” wil krijgen en anders zal aftreden. Dat betekent dat naast de coalitie in Groningen (PvdA, D66, CDA) een of meer oppositiepartijen hem moeten steunen. “Wat het voor mij wel extra moeilijk maakt is, dat ik hem als persoon bijzonder waardeer”, zegt Dekker van GroenLinks.

Beelaerts van Blokland noemt het merkwaardig dat zowel Ouwerkerk als districtschef M. ter Harmsel niet de vraag heeft gesteld of de officier van justitie was ingelicht. Dat is bij de inzet van de ME gebruikelijk.

Pagina 7: Politie: 'Relschoppers hadden wapens'

Ter Harmsel krijgt scherpere kritiek van Beelaerts Blokland dan Ouwerkerk. Ter Harmsel is weliswaar een “politieman met hart voor de zaak”, maar hij heeft de verkeerde conclusie getrokken na een melding van de officier van dienst. Het is volgens Beelaerts van Blokland onbegrijpelijk waarom hij niet de gang naar het bureau heeft gemaakt.

Beelaerts van Blokland stelt verder dat onrust in de Oosterparkwijk op 28 en 29 december voor de politie aanleiding had moeten zijn om extra maatregelen te nemen. Ook vindt hij dat op 30 december om 23.00 uur, toen de politie 43 agenten bijeen had, had moeten worden optreden tegen de vijftig à zestig relschoppers. “Hierbij leert de ervaring dat bovendien een deel meelopers zijn die waarschijnlijk bij een confrontatie er vandoorgaan.”

De beslissing om de ME in te schakelen, leidde er toe dat pas om 2.20 uur werd ingegrepen. Vanaf het moment van alarmering duurde het tweeëneenhalf uur voordat de ME paraat was, terwijl volgens de ministeriële regeling Mobiele Eenheid de eerst beschikbare eenheid binnen anderhalf uur inzetbaar moet zijn.

De mening van de politiebond NPB dat ingrijpen te gevaarlijk was omdat de relschoppers over wapens beschikten, deelt Beelaerts van Blokland niet. Volgens hem was er van slechts één relschopper bekend dat hij over een vuurwapen kon beschikken. Berichten over andere vuurwapens ontbreken, schrijft Beelaerts van Blokland.

De waarnemend-korpschef H. Munting schrijft in een rapport aan de gemeenteraad dat in de afwegingen die de avond van 30 december zijn gemaakt, onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de bewoners van de Oosterparkwijk. Eerder ingrijpen was nodig en mogelijk, aldus Munting. Maar hij schrijft ook dat hij begrip heeft voor de beslissingen zoals die zijn genomen.

Bij de actie gaan de relschoppers georganiseerd te werk door met afgezaagde bomen toegangswegen tot het Goudenregenplein te barricaderen. De jongeren waren volgens Munting alleen maar uit op een confrontatie met de politie. “De kans dat de politie in dagelijks tenue gebruik had moeten maken van het vuurwapen was dan niet ondenkbeeldig geweest.”

Munting is stelliger over de aanwezigheid van wapens. De relschoppers beschikten volgens hem “over wapens en mogelijk over vuurwapens”. Volgens hem waren de rellen niet te voorzien geweest. Het betrof een spontane actie. Hij schrijft voorts dat de politie een andere afweging had gemaakt als er informatie was gekomen dat buurtbewoners persoonlijk gevaar liepen.

Burgemeester Ouwerkerk wil voor het raadsdebat niet reageren op het rapport-Beelaerts van Blokland.

Woensdag vergadert de raadscommissie veiligheid over de kwestie. Dan zal mogelijk duidelijk worden of Ouwerkerk moet aftreden. Maar het is ook mogelijk dat een week later in een plenair debat over de burgemeester wordt gestemd.