Jeetje, ben jij basketballer?

Laatst had ik een afspraak met een meisje in een café, ze wilde me interviewen voor haar schoolkrant. Ze kende me alleen van naam. Ik naar dat café. Daar zat een meisje, ze zag me binnenkomen. Maar ze kwam niet naar me toe, dus dacht ik dat zij het niet was. Na een kwartier kwam ze toch op me af. 'Ben jij soms Steve', vroeg ze. Nadat ik 'ja' had gezegd, zei zij: 'Jeetje, ik had een jongen van twee meter verwacht'.

Voor een basketballer ben ik inderdaad klein, 1.73 meter. Ik ben altijd klein geweest. Het ligt dan niet echt voor de hand dat je op basketbal gaat, maar mijn vader speelde op hoog niveau. Zo ben ik er als jochie van drie, vier jaar vanzelf ingerold. Ik was ook goed, kwam al snel in allerlei selecties, eerst regionaal en later ook bij de nationale cadettenselectie.

Ik ben spelverdeler, dat betekent dat ik de lijnen uitzet. In zo'n functie is lengte niet belangrijk. Naast spelinzicht compenseer ik mijn 1.73 met balvaardigheid, snelheid, wendbaarheid en het geven van assists. Ik scoor zelf ook regelmatig, gemiddeld tien à twaalf punten per wedstrijd. Voor een spelverdeler is dat vrij veel.

Jammer vind ik het wel dat in Nederland doorgaans eerst naar lengte wordt gekeken en dan pas naar kwaliteit. In andere landen is dat veel minder het geval. Ik baalde dan ook enorm toen ik uit de cadettenselectie werd gezet wegens m'n lengte. Toen was ik twee weken helemaal down. Waardering krijg ik echter ook. Zo ben ik twee keer gekozen in een All-Starselectie van spelers uit de eredivisie. Daar ben ik trots op.

Ik heb wel eens gedacht: was ik maar twee meter. Maar dan zou ik ook een ander type basketballer zijn. En niet automatisch een betere.