Irak wil wapens houden èn olie exporteren

Irak heeft gedreigd een eind te maken aan alle wapeninspecties door de Verenigde Naties. Of Saddam Hussein zijn dreigement waarmaakt, lijkt af te hangen van het antwoord van de Veiligheidsraad.

AMSTERDAM, 19 JAN. De Iraakse president Saddam Hussein heeft zaterdag met een nieuw dreigement herdacht dat zeven jaar geleden de 'Moeder van alle Veldslagen' begon - de oorlog tegen Irak, ter bevrijding van Koeweit.

In een televisietoespraak van bijna een uur kondigde Saddam ferm aan een eind te zullen maken aan alle wapeninspecties in zijn land, als de handelssancties die de Veiligheidsraad van de VN aan Irak heeft opgelegd, niet binnen enkele maanden worden beëindigd. Hij zal de in november geformuleerde aanbevelingen volgen van het (door hem volledig gecontroleerde) parlement om in mei alle samenwerking met de wapeninspecteurs van de VN te staken, als die dan nog niet hun werkzaamheden (met een voor Irak gunstig rapport) hebben afgesloten.

Alles wijst er echter op dat hij nog geen definitieve beslissing heeft genomen, maar afwacht hoe sterk of hoe slap de reactie van de internationale gemeenschap is - met name de reactie van de Sovjet-Unie, Frankrijk, China en de Arabische wereld.

Saddams nieuwste uitdaging komt niet onverwachts. UNSCOM, de speciale ontwapeningscommissie van de Verenigde Naties, loopt al meer dan 6,5 jaar horden in Irak. UNSCOM moet in opdracht van de Veiligheidsraad toezicht houden op de door de Raad geëiste ontmanteling van Iraks lange afstandsraketten en nucleaire, bacteriologische en chemische wapens. Pas als UNSCOM rapporteert dat Irak niet langer over die wapens beschikt en ze ook niet opnieuw aanschaft, wordt het door de Raad ingestelde olie-embargo beëindigd.

Maar Saddam wil onder geen beding afstand doen van die wapens, zelfs al kost het olie-embargo nog zo veel Irakezen hun gezondheid en hun leven. Zonder massa-vernietigingswapens moet hij afscheid nemen van zijn droom om 'de nieuwe Nebukadnezar van het Midden-Oosten' te worden. Die droom bracht hem in 1980 ertoe een vernietigende oorlog tegen Iran te beginnen en tien jaar later, toen hij over onvoldoende geldmiddelen beschikte, Koeweit te annexeren. Dus probeert hij een deel van zijn nog overgebleven wapenarsenaal te behouden en tegelijkertijd van het desastreuze olie-embargo verlost te raken.

Elke paar maanden legt hij de lat iets hoger om UNSCOM het functioneren vrijwel onmogelijk te maken zonder daarvoor gestraft te worden. Zo worden de UNSCOM-inspecteurs voortdurend voorgelogen. In de woorden van de vroegere directeur van UNSCOM, de Zweedse diplomaat Rolf Ekeus: “De Irakezen komen met de meest ongeloofwaardige verhalen. Het lijkt op Duizend-en-één-Nacht, waarin ze ook elke nacht een ander verhaal opdissen om hun huid te redden.” Daarnaast worden de UNSCOM-inspecteurs fysiek gehinderd, soms zelfs persoonlijk bedreigd, als zij te dicht bij iets verdachts komen.

Om te verhinderen dat UNSCOM vervelende ontdekkingen doet, heeft de Iraakse overheid het land verdeeld in verschillende categorieën. Naast de plaatsen waar inspecties getolereerd worden, zijn er plaatsen die als 'gevoelig' worden aangeduid, maar niet nader worden gespecificeerd. Daar mag UNSCOM nu eens wel, dan weer niet inspecteren. Maar in de 'presidentiële' plaatsen mogen de inspecteurs nooit en te nimmer komen - zulks “ter bescherming van de waardigheid en de soevereiniteit van de Iraakse natie”. Deze 'presidentiële' plaatsen zijn zo uitgestrekt, dat buitenlandse journalisten die ze onlangs onder geleide mochten bezoeken, auto's nodig hadden om ze te doorkruisen.

Tot het vaste ritueel van de Iraakse sabotage-pogingen behoort ook een reeks verdachtmakingen. Al een jaar geleden deugden Rolf Ekeus en zijn assistent Charles Duelfer van geen kant. De Amerikaanse inspecteur Scott Ritter, werd er de afgelopen weken van beschuldigd een 'CIA-agent' te zijn - reden om hem en zijn ploeg, “bestaande uit onevenredig veel Amerikanen en Britten”, alle werkzaamheden in Irak te verbieden. En woensdag deelde de Iraakse afgevaardigde bij de Arabische Liga in Kairo mee dat zijn land “niet kan samenwerken” met Richard Butler, de opvolger van Ekeus. De huidige UNSCOM-directeur - zo legde hij uit - “is iemand die wij beschouwen als een leugenaar en een bedrieger. Vooral als hij een onderwerp behandelt dat gaat over de voortzetting van de sancties tegen Irak”.

Vice-premier Tareq Aziz ging diezelfde dag nog een stuk verder. Op de vraag van een journalist of UNSCOM - in ruil voor een andere samenstelling van de commissie - de 'presidentiële plaatsen' zou mogen onderzoeken, zei hij: “Nee, dáár gaat het niet om, het gaat om de ontwapening. Als wij een evenwichtige ontwapeningscommissie zouden hebben, geleid door deskundigen uit landen die geen vijandige bedoelingen hebben ten aanzien van Irak, zouden zij aan de Veiligheidsraad melden - daar zijn we zeker van - dat het werk voltooid is en er derhalve geen enkele reden bestaat voor deze inspecties.”

Saddam wil nu echt een eind aan het olie-embargo. Hij en zijn naaste verwanten verdienen weliswaar aan het olie-embargo fortuinen, die voortkomen uit de door hen geleide smokkelhandel. Maar er is onvoldoende geld om, zoals vroeger, alles en iedereen te controleren. En aangezien zelfs binnen de elite veel mensen in snel tempo verarmen, kunnen er altijd lekken ontstaan over de biologische en chemische wapens die Saddam koste wat het kost wil behouden.

Pijnlijk genoeg al waren de berichten dat er twee jaar geleden experimenten werden uitgevoerd met de dodelijke anthrax-bacterie en een pokken-virus - eerst op dieren en vervolgens op gevangenen (Iraniërs, Koerden en opstandige leden van de sunnitische Juburi-clan). Die berichten waren zó betrouwbaar dat UNSCOM besloot een onverwacht bezoek te brengen aan de Abu Gharib-gevangenis bij Bagdad, waar een deel van de experimenten zou zijn uitgevoerd. De man die dit onderzoek moest leiden, was Scott Ritter, 'de CIA-agent'. Eerder had een Duits lid van UNSCOM een merkwaardige lacune ontdekt in de gegevens van Abu Gharib. Alle documenten uit de periode van de dodelijke experimenten waren verdwenen.

UNSCOM moet, zo zeggen Saddams woordvoerders, “evenwichtiger” worden. UNSCOM moet met andere woorden nog maar een héél klein beetje onderzoek verrichten en vervolgens de voortdurend herhaalde Iraakse bewering overnemen dat het land zich volledig heeft gekweten van al zijn ontwapeningsverplichtingen. Er moet niet langer worden gezeurd over verborgen Iraakse biologische en chemische wapens.

De slappe reacties van het afgelopen jaar van de Veiligheidsraad op de Iraakse schendingen van de door diezelfde Raad geëiste samenwerking met UNSCOM hebben Saddam moed gegeven. In feite werd UNSCOM vrijwel op non-actief gezet door drie van de vijf permanente leden van de Raad: Rusland, Frankrijk en China.

Om politieke redenen (ze zijn tegen een te dominante Amerikaanse positie in het Midden-Oosten) en om economische redenen (ze willen terugbetaling van de Iraakse miljardenschulden en ze hebben enorme olie-contracten met Irak afgesloten) streven zij naar gedeeltelijke opheffing van zowel de UNSCOM-inspecties als het olie-embargo, opdat er “voor Irak licht aan het eind van de tunnel komt”. Door hun toedoen werden zelfs de afgelopen najaar aan Irak opgelegde reissancties niet uitgevoerd. De Veiligheidsraad stelde geen lijst op van Iraakse regeringsfunctionarissen die volgens de Raad niet meer naar het buitenland mochten reizen. Zo bleef de resolutie een dode letter.

Daarom is de brandende vraag nu hoe met name Rusland en Frankrijk op Saddams laatste uitdaging zullen reageren. En of Clinton bereid is om het tanende Amerikaanse gezag in het Midden-Oosten - desnoods met geweld en tegen de zin van zijn bondgenoten - weer op te krikken. Als Saddam geen tegengas krijgt, zal de spanning in het Midden-Oosten snel oplopen. De Veiligheidsraad van de VN staat dan ook voor de vraag hoe lang men nog de beslissing uit de weg wil gaan om effectief tegen Saddam op te treden.