Het ontspoorde leven van Marianne van der E.

Een vrolijk, vriendelijk mens, zeggen vrienden over Marianne van der E., hoofdverdachte van de moord op twee mannen in het Friese dorp Anjum. Maar het keurige meisje in plooirokjes liep als volwassen vrouw vast in ruzies en een 'opeenstapeling van gelijk krijgen'.

De pensionhoudster in Anjum, in het uiterste noorden van Friesland, had iemand nodig die haar beschermde. Ze werd bestolen en lastiggevallen door vroegere pensiongasten en zwervers uit de buurt. Herman Sonnemans, een dikke man met brede schouders, joeg ze voor haar van het erf. Hij achtervolgde ze soms tot in het dorp. Sonnemans, die graag vertelde dat hij 'makkelijk' aan wapens kon komen, woonde in een caravan bij het pension. Een paar weken geleden, op eerste kerstdag, werd zijn lijk gevonden in de voortuin van het pension na een anonieme tip bij de politie. Het lichaam van Sonnemans had daar een half jaar onder de grond gelegen. Een dag eerder was het lijk van Louw de Jong uit de tuin opgegraven, ook een bekende van de pensionhoudster èn van de politie.

De vrouw werd gearresteerd en zit in de gevangenis van Zwolle. Ze ontkent dat ze iets met de dood van Sonnemans en De Jong te maken heeft.

Voor de inwoners van Anjum en Moddergat, een dorp in de buurt waar de vrouw woonde voordat ze het pension overnam, maakt dat weinig uit. Ze hebben haar, in kranten en voor televisie-camera's, collectief veroordeeld en verbannen. Die 'Hollandse', zeggen ze, was eerst vriendelijk en keurig. Maar de laatste jaren werd ze 'vreemd' en 'slonzig'. Voor de honderden journalisten die langskwamen bedachten ze bijnamen die lekker klonken: de 'heks van Anjum', de 'satan van Moddergat'. En ze roddelden bereidwillig over brandjes die ze zou hebben gesticht en seksspelletjes waartoe ze haar pensiongasten zou hebben verplicht. Of ze die mannen nou had vermoord of niet, zei een oud-wethouder uit Anjum vorige week trillend van woede op de televisie: “Die hoeft hier nooit, nooit meer terug te komen.”

Marianne van der E. (52) is bioloog, ze werkte op het ministerie van Landbouw en Visserij, ze gaf les op scholen voor hoger beroepsonderwijs en ze werd pensionhoudster op de rand van Nederland.

Ze komt uit een keurige familie. In 1956 verhuisde vader Cor van der E., leraar wiskunde in Dordrecht, met zijn vrouw en vier kinderen naar Texel. Marianne was elf. Hij werd er rector van de net opgerichte HBS in Den Burg. De rector vond dat hij, met de notaris, de dokter, de burgemeester en de dominee, bij de notabelen van het eiland hoorde. “Hij liep minzaam gedag-knikkend over straat”, zegt in Den Burg een vriendin van Marianne, die dringend verzoekt anoniem te mogen blijven omdat ze bang is voor negatieve reacties op het eiland. Moeder van der E. deed, zoals het hoorde, aan liefdadigheid en was voorzitter van de vereniging voor plattelandsvrouwen. Het gezin woonde in een van de mooiste huizen van het dorp. Loopjongens brachten hun bestellingen achterom, voor hen werd de voordeur niet opengedaan.

Rector Van der E. was heel precies, streng en had een scherp gevoel voor verhoudingen. Hij zag erop toe dat ieder propje in de gangen werd opgeraapt. Na afloop van toneel- of muziekavonden voor de gezamenlijke scholen van Texel stuurde hij de meisjes van de huishoudschool onmiddellijk naar huis. De anderen mochten blijven om, onder zijn leiding, over de avond na te praten'.

Marianne van der E. was, zeggen vroegere klasgenoten, een aardig en vrolijk meisje. Ze viel alleen op omdat ze zo keurig sprak en plooirokjes droeg.

Halverwege de jaren zestig studeerde ze biologie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Bouwe Kuipers, bioloog bij het Nederlands instituut voor onderzoek der zee op Texel, leerde haar kennen tijdens een excursie van biologiestudenten naar een vulkaankratermeer in de Auvergne, Frankrijk. Hij zegt: “Ze was heel goed in haar vak en we mochten haar allemaal graag. Ze kon waanzinnig veel drinken, goed biljarten en toch zag ze er altijd als een dame uit.”

Kuipers herinnert zich dat de studenten wel vaak 'hoofdschuddend' over haar praatten. “Ze deed volkomen wat ze zelf wilde. Ze neukte bijvoorbeeld met iedereen. Ze maakte daar geen probleem van. Ze wond mannen om haar vinger, ze was echt een schoonheid in die tijd.”

Niels Daan, visserijbioloog bij het Rijksinstituut voor visserijonderzoek in IJmuiden, maakte haar drie weken mee op het onderzoeksschip van het instituut, in 1975. Marianne van der E. deed in die tijd promotie-onderzoek in Schotland naar een planktonsoort. Daan: “We hadden een gezellige reis met haar, veel gelachen. Ze was niet onder de indruk van het mannenwereldje aan boord dat soms grof is. Ze paste erin. Ze had ook zo haar eigen besognes, er waren mannen achter wie ze aan zat.”

Vanaf die tijd verliep haar leven minder soepel. Het promotie-onderzoek maakte ze nooit af. Ze werkte als beleidsmedewerker bij het ministerie van Landbouw en Visserij in Den Haag, maar nam daar al na een paar jaar ontslag. “Ze begon met iedereen ruzie te maken”, zegt Bouwe Kuipers. “Ze sleepte zich van de ene rechtszaak naar de andere. Ze raakte langzamerhand de draad kwijt.”

In 1981 werd ze lerares biologie op de agrarische hogeschool in Groningen, het prof. H.C. van Hall-instituut. In het tweede jaar dat ze daar werkte, ze had net een vaste aanstelling, kreeg ze conflicten met collega's en de directie. Het ministerie van Landbouw en Visserij, waar de school onder viel, probeerde nog te bemiddelen. Niks hielp, zegt prof.dr. L. Speelman, toen directeur van de agrarische hogesschool. “Mevrouw van der E. is nogal rechtlijnig. In mijn ogen ging het vaak om futiliteiten. Een voorbeeld: over practicumproeven in de sloot en wie dan het netje omhoog moest trekken. Maar voor haar waren het altijd heel principiële zaken.”

Van der E. werd in 1987 ontslagen, toen de directie ontdekte dat ze dictaten kopieerde op school en die daar liet bezorgen via haar eigen stichting, de Stichting ontwikkeling milieustudies. Met een rekening erbij, voor reproduktiekosten, van duizenden guldens.

Acht jaar en veel ruzies later werd ze ook in Den Helder ontslagen bij de opleiding voor petroleum- en gastechnologie 'Noorderhaaks'. Jan Biesheuvel werd er directeur toen ze net was aangenomen: “Ze zou bij ons een milieu-afdeling opzetten. Ze beloofde veel, maar deed weinig.”

Op Texel was ze in die tijd verwikkeld geraakt in een juridisch gevecht over een kantoor dat aan het huis van haar ouders vastzat. Zij wilde dat van de gemeente kopen, maar vond dat de gemeente er te veel voor vroeg. Een vriendin op Texel: “Als ze langskwam zei ik: 'vijf minuten over je conflicten en dan praten we over iets anders, oké?”'

Marianne van E. had in de jaren tachtig een paar jaar samengewoond met een man die haar mishandelde, vertelde ze vrienden. Ze had daarna een relatie met een man van 75 uit Dokkummer Nieuwe Zijlen die haar later aanklaagde. Hij meldde bij de politie dat ze hem had willen vergiftigen. De man had in Moddergat, waar Marianne ruim tien jaar woonde en nog steeds een huis heeft, brieven rondgebracht om de inwoners tegen haar te waarschuwen.

Niek Welboren, kunstschilder in De Cocksdorp op Texel en een vriend van Marianne van der E., was vijf jaar geleden bij haar op bezoek in Moddergat. “Ik merkte dat ze achtervolgingswaan begon te krijgen. Ze sloeg door. Ze had rechtszaken lopen tegen de regering, de gemeente en de school. En ze had een nacht in het politiebureau gezeten omdat ze zonder achterlicht reed of zoiets en omdat de politie van Dokkum de pik op haar had. Het was een opeenstapeling van gelijk krijgen.”

Welboren zag dat de inwoners van Moddergat haar niet mochten. “Er hing een broeierig, pesterig sfeertje. Ze vonden haar raar. Een vrouw die boormachines en zagen koopt en haar eigen huis gaat verbouwen, dat kan niet in zo'n dorp.”

Marianne van E., zeggen haar vrienden, begon zich te verwaarlozen. Ze droeg wijde, oude kleren, ze had piekerig, slordig haar. Twee jaar geleden, ze was vijftig, vertelde ze vrienden dat ze een relatie had met een jongen van in de twintig. Ze vertelde er ook bij wat ze met hem deed in bed en hoe leuk dat was. Bij alle veroveringen die ze in haar leven had gehad, had ze er nooit zo uitvoerig over gepraat. Hans van der Klift, antiekhandelaar in Den Burg, Texel: “Toen ze hier in conflict lag met de gemeente en toen ze wat had met die veel jongere jongen, toen had ik het gevoel: dit gaat niet goed.”

Acht jaar lang reisde Marianne van der E. heen en weer tussen haar huis in Moddergat en een appartement in Den Helder. Na haar ontslag op hogeschool 'Noorderhaaks' kocht ze het pension 'Het Station' in Anjum.

Ruim een jaar geleden was ze op televisie, bij het SBS6-programma 'Breekijzer'. Ze vond dat de gemeente een zwerver die bij haar logeerde een huis moest aanbieden. Pieter Storms kwam helpen met zijn programma. “Ze had mij maar één keer over die man gebeld”, zegt gemeentesecretaris H. Coerts van Dantumadeel, die door de televisieploeg werd overvallen, “Ze wilde eerst niet eens zijn naam zeggen, ze deed heel geheimzinnig. Ik heb toen beloofd dat ik zou nagaan of de man bij ons bekend was. Dat was hij niet.”

De vliering van de schuur naast haar pension werd twee jaar geleden vernieuwd. Voor Poolse kinderen die hun vakantie in Friesland wilden doorbrengen, zei Marianne van der E. tegen inwoners van Anjum. Die kinderen kwamen er niet. Er groeiden 2.100 hennepplanten. De politie nam ze in beslag. Maar dat is een kleinigheid naast de verdenking van betrokkenheid bij twee moorden. Het is zelfs voor haar vrienden moeilijk voorstelbaar dat Marianne, die bijna iedere dag in haar tuin werkte, niet op zijn minst moet hebben gewéten dat daar lijken lagen.

De advocaat van de verdachte, W. Anker, wil daar niets over zeggen. Hij blijft bij: “ Ze ontkent de feiten.” De komende week overlegt hij met Marianne van der E. of ze zich zal laten onderzoeken door het Pieter Baancentrum. “Dat bespreken we bijna altijd bij zo'n zware zaak.”

De politie Friesland werkt met dertig mensen aan het onderzoek naar de moordzaak. Marianne van der E. zit nu bijna vier weken vast. Haar gevangenhouding kan nog twee keer met dertig dagen worden verlengd.

Jacob Hofman (22) uit Anjum woonde in 1995 een half jaar in een caravan op het kampeerterrein dat bij het pension hoort. Hij heeft lagere school, daarna is hij gaan zwerven. Jacob is, zegt de vriendin van zijn vader, snel agressief. Hij vernielde een keer uit drift zijn caravan. In de tijd dat hij naast het pension woonde, deed hij klusjes voor Marianne van der E. in ruil voor een gratis overnachting of een maaltijd. Jacob Hofman zegt dat hij Herman Sonnemans goed kende: “Een drugscrimineel was het, en hij dronk”. Hofman kreeg ruzie met Van der E. en Sonnemans joeg Jacob Hofman het terrein af.

Op zaterdagmiddag 17 januari, bijna vier weken na de arrestatie van Marianne van der E., staat Jacob Hofman voor het pension in Anjum. Voor de oprit naar het huis hangt een rood-wit gestreept lint. Hij wijst op een witte auto op het kampeerterrein, de auto van Herman Sonnemans. Een groen-witte caravan, de caravan van Herman. “En daar,” wijst hij naar een open plek in de tuin, vlak onder het raam van het pension, “daar hebben ze Herman opgegraven.”