'Financiële motieven'; Moordpartij op Irakezen in Jordanië

AMMAN/ BAGDAD, 19 JAN. In de Jordaanse hoofdstad Amman zijn zaterdagavond acht mensen onder wie een Iraakse topdiplomaat en een Iraakse miljardair, Namir Ochi, die het leiderschap in Bagdad naar verluidt miljoenen schuldig was, vermoord.

De Jordaanse autoriteiten toonden zich gisteren onzeker over het motief voor de moorden. Maar zij meenden dat de diplomaat Himet al-Hajou, de tweede man van de Iraakse ambassade, waarschijnlijk niet het doelwit was. Volgens hen was er niet zozeer sprake van politieke motieven als wel “financiële onenigheid”. Irak heeft een onmiddellijk onderzoek naar “deze verschrikkelijke misdaden” geëist.

Vier of vijf gemaskerde mannen die met een Iraaks accent spraken, drongen zaterdagavond de witte villa van de Iraakse zakenman Sami George Thomas binnen tegen het eind van een maaltijd ter gelegenheid van het einde van het dagelijkse vasten. Volgens de enige overlevende, Thomas' Griekse huishoudster, die met zware verwondingen in een ziekenhuis is opgenomen, bonden de daders alle slachtoffers aan één stoel vast en sneden ze hun slachtoffers vervolgens de keel af.

Thomas (62), die eveneens onder de doden is, zou de afgelopen tien jaar betrokken zijn geweest bij zakelijke deals ten bate van de Iraakse president Saddam Hussein en diens oudste zoon, Uday. De miljardair Namir Ochi op zijn beurt leidde een onderneming voor Saddam Hussein die Iraakse voedselimporten regelde. Ochi was kennelijk ook betrokken bij illegale wapenimporten. Hij was het Iraakse leiderschap miljoenen dollars schuldig, aldus Westerse diplomaten.

Begin deze maand ontsnapte een handelsadviseur van de Iraakse ambassade bij een aanslag aan de dood. Negen Irakezen zijn vervolgens opgepakt, maar volgens Jordaanse functionarissen is het motief onduidelijk gebleven. Jordanië huisvest honderdduizenden Irakezen, onder wie ook dissidenten, spionnen en smokkelaars die het land als uitvalsbasis gebruiken.