Files oplossen kan alleen met extra geld

Een dagelijks leed dat file heet. Het lijkt alsof het fileprobleem onoplosbaar is. Maar schijn bedriegt, aldus A. Jorritsma-Lebbink. Niet alleen op de hoofdwegen in de Randstad worden de files bestreden, ook in het achterland. Alleen ontbreekt het nog aan voldoende financiële middelen.

Als ik de komende kabinetsperiode minister van Verkeer en Waterstaat wil zijn, ben ik dan een serieuze kandidaat als ik niet de belofte doe de fileproblematiek in de Randstad aan te pakken? Deze vraag stelde E.J. Bomhoff onlangs in zijn column aan een ieder die het ministerschap van Verkeer en Waterstaat ambieert. En hij laat niet na een 'oplossing' voor de fileproblematiek aan te dragen: alle hoofdwegen tussen de vier grote steden dienen aan het eind van de komende kabinetsperiode tenminste uit twee keer drie rijstroken te bestaan. Bomhoff stelt dat de tweeëneenhalf tot drie miljard gulden die jaarlijks worden besteed aan de rijkswegen, de komende kabinetsperiode volledig ten goede moeten komen aan de verbreding van het hoofdwegennet in de Randstad.

De bedragen die Bomhoff noemt voor de weg-infrastructuur, lijken heel imposant. Maar in de praktijk valt dat reuze tegen. Zo hebben beheer, onderhoud en bediening uiteraard de allerhoogste prioriteit. Het goed functioneren van het bestaande wegennet dus. Dat alleen al slokt komend jaar van het beschikbare budget zo'n 1,2 miljard gulden op. Maar dan is ook geld nodig voor het optimaal benutten van de capaciteit van wegen, voor maatregelen als monitoring van het verkeer, informatieverstrekking aan de weggebruiker en signalering om verkeersstromen te sturen. Daarvoor is dit jaar 1998 een half miljard gulden gereserveerd. En helaas blijft dan niet zo gek veel meer over voor noodzakelijke infrastructurele uitbreidingen.

Intussen is de belofte dat de fileproblematiek de komende - en de daaropvolgende - kabinetsperiode wordt aangepakt, allang gedaan. Niet alleen op de hoofdwegen in de Randstad worden de files bestreden, maar zeker ook op de voor onze economie zo wezenlijke achterlandverbindingen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is druk doende met de uitvoering van het uitgebalanceerd pakket aan maatregelen om de congestie op het gehele hoofdwegennet terug te dringen en de bereikbaarheid te verbeteren, door vraag en aanbod in gunstige zin te beïnvloeden.

Ook al zijn er in korte tijd al goede resultaten geboekt - zie bijvoorbeeld Rotterdam - de toename van de congestie kan natuurlijk geen volledig halt worden toegeroepen. Er mogen ook geen wonderen worden verwacht van capaciteitsuitbreiding van het hoofdwegennet. Hetzelfde geldt voor verbetering van het openbaar vervoer. Hoe wenselijk en nuttig investeringen in het openbaar vervoer ook zijn, ervaringen hebben geleerd dat met alleen verbetering van het openbaar vervoer de files evenmin verdwijnen. Nee, het gaat om de volledige uitvoering van samenhangende maatregelen. Verbetering van de weg-infrastructuur vormt daarvan een onmisbaar onderdeel.

Hoewel de problemen zich natuurlijk nooit helemaal laten oplossen, kunnen de files wel aanzienlijk verminderen. Maatschappelijke groeperingen, bestuurders, parlement en automobilisten moeten met elkaar de schouders eronder zetten. Hoe vaak niet moet ik constateren dat de betrokken partijen het aantrekkelijker vinden een in hun kringen weinig populair voorstel naar de prullenbak te verwijzen dan te komen met een reëel alternatief dat wel voldoende draagvlak heeft.

Beluister alleen al de steeds vaker en luider klinkende roep om een nog betere, nog duurdere inpassing van infrastructuur. Prima, wie is niet voor optimale leefbaarheid? Maar het geld dat je daar extra voor uitgeeft, kan niet meer aan andere, noodzakelijke projecten worden besteed. En zolang niet aanmerkelijk meer guldens voorhanden zijn, is het zaak verantwoorde keuzes te maken. Vergelijkbaar is de houding van bijvoorbeeld het beroepsvervoer tegenover rekeningrijden. Bereikbaarheid ja, betalen nee. Terwijl juist deze sector baat heeft bij het systeem, waarbij de inkomsten niet in de schatkist belanden maar volledig worden teruggegeven.

De uitvoering van het anti-filebeleid ligt wat Verkeer en Waterstaat betreft op schema. Maar weliswaar heeft het kabinet twee miljard gulden voor de periode 1998-2000 beschikbaar gesteld, tot 2005 is nog een financiering nodig van zo'n zeven miljard gulden extra voor alleen al de knelpunten uit de nota Samen Werken aan Bereikbaarheid. En een meer compleet pakket om de bereikbaarheid en leefbaarheid te vergroten, vergt daarbovenop nog eens vele miljarden.

Van het grootst mogelijke belang is dan ook dat het nieuwe (paarse?) kabinet voldoende extra geld uittrekt voor de daadwerkelijke uitvoering van het in gang gezette beleid. De kans om ons land bereikbaar te houden, de leefbaarheid te waarborgen, onze achterstand op het punt van infra-investeringen goeddeels weg te werken, onze internationale concurrentiepositie te behouden en ons land klaar te stomen voor de 21ste eeuw, mogen we beslist niet laten lopen.

Als ik dan naar de verschillende concept-programma's van de politieke partijen kijk, zie ik de aandacht voor de bereikbaarheid helaas verslappen. Er wordt wel ruim aandacht besteed aan het zogenoemde flankerende beleid en aan investeringen in het openbaar vervoer, maar bij een gelijk budget betekent dit dat bitter weinig financiële ruimte overblijft voor de broodnodige investeringen in de infrastructuur. Terecht hebben enkele belangrijke maatschappelijke groeperingen daar onlangs nog eens op gewezen. Neem de paginagrote stripadvertenties in kranten van Bovag-RAI en recente uitspraken van de voorzitter van VNO-NCW. En de open brief van organisaties in het vervoer die afgelopen vrijdag in een aantal dagbladen verscheen met de dringende en terechte oproep extra geld uit te trekken voor het verkeers- en vervoerssysteem.

Het gemis aan voldoende financiële middelen baart mij niet geringe zorgen. De meest wezenlijke reden om de congestie krachtig aan te pakken ligt vooral op het vlak van de economie, en daarmee van de werkgelegenheid. Toenemende congestie staat voor afnemende bereikbaarheid, voor tijdverlies, voor economische schade. Afnemende bereikbaarheid doet afbreuk aan de kwaliteit en de efficiëncy van het hele ecnomische systeem in Nederland. Dit leidt ertoe dat bedrijven in Nederland concurrentienadelen zullen ondervinden en zich dus minder voorspoedig kunnen ontwikkelen. Bovendien schaadt het de concurrentiepositie van Nederland als vestigingsplaats voor bedrijven.

Intussen wordt de uitdaging alleen maar groter. Neem alleen al de prognoses van het Centraal Planbureau voor de economische groei, die het afgelopen jaar flink naar boven zijn bijgesteld. En daarmee samenhangend ook de prognoses van de mobiliteit, vooral in de sector goederenvervoer. Mocht de economische groei richting drie procent gaan en de uitvoering van mijn beleid noodgedwongen achterblijven dan voorziet het CPB in 2020 zelfs een verdubbeling van de tijd dat Nederland in de file staat ten opzichte van de situatie in 1995.

De belofte het fileleed te bestrijden hoeft niet opnieuw te worden gedaan. En mits voldoende geld beschikbaar komt, kunnen de problemen ook worden aangepakt. Maar files zijn niet de verantwoordelijkheid van Verkeer en Waterstaat alleen.