Eugene Chaplin over Charlie Chaplin

Charlie Chaplin's Smile: RAI Amsterdam 21 en 22/1.

The Kid door het Brabants Orkest: Dr Anton Philipszaal Den Haag 19/1 Theater aan de Parade Den Bosch 20/1.

AMSTERDAM, 19 JAN. “Mijn vader wist precies wat hij wilde. Maar hij had recht van spreken; hij was veelzijdig, zoals veel grote kunstenaars veelzijdig zijn. Hij las geen muziek, maar er was altijd iemand die noteerde wat hij neuriede, en soms speelde hij een stukje voor op de piano. Hij speelde verder viool, accordeon en cello, allemaal puur op het gehoor. Ook bemoeide hij zich met de arrangementen; als het hem werd voorgespeeld, maakte hij opmerkingen: hier iets minder violen, daar iets meer slagwerk. Hij was niet alleen de baas over zijn films, maar ook over alle muziek die je daarbij hoorde.”

Eugene Chaplin (44) produceert en presenteert het theaterconcert Charlie Chaplin's Smile dat deze week zijn wereldpremière beleeft in de RAI in Amsterdam, met twee Engelse zangsolisten, een ballet van de Dansacademie Tilburg en een 45-koppig orkest van Koos Marks met strijkers van het Haags conservatorium. Het is ook een testcase, zegt hij: Chaplin junior, die in het vroegere ouderlijk huis in Vevey (Zwitserland) een eigen productiebedrijfje leidt, hoopt internationale belangstelling voor zulke concerten te trekken. Het toeval wil dat ook het Brabants Orkest dezer dagen Chaplin-muziek uitvoert: bij diens film The kid (1921) wordt gespeeld onder leiding van de in zulke filmconcerten gespecialiseerde Carl Davis.

“Hoe meer hoe liever. Carl Davis doet uitstekend werk, en de muziek van mijn vader verdient vaak te worden gehoord. Bijna niemand weet het, maar al in 1916 had Charles Chaplin een eigen muziekuitgeverij. Bij zijn zwijgende films heeft hij aanvankelijk zelf partituren laten maken voor de musici in de bioscopen, met hier een stukje Berlioz, daar een beetje Wagner - zoals dat ging in die dagen. Bij zijn geluidsfilms schreef hij natuurlijk nieuwe muziek. Veel later, toen hij al oud was, heeft hij bij veel van zijn zwijgende films alsnog óók eigen muziek geschreven.

“Toen ik klein was, stelde mijn moeder regelmatig het projectiescherm op in de huiskamer. Video bestond nog niet. Dan zette ze er een oude film in en draaide op verzoek van mijn vader steeds stukjes voor- en achteruit. Zelf zat hij dan aan de piano om er per scène een melodietje bij te maken. Hij hechtte eraan dat zijn muziek melodieus zou zijn.

“Sindsdien mag ook bij die oude films geen andere muziek meer worden gespeeld. Mijn vader was een meester in het regelen van de copyrights en auteursrechtelijk gezien vormen die films nu één pakket met zijn muziek. We zijn dan ook in actie gekomen tegen een recente Nederlandse video-uitgave van The Gold Rush met eigen muziek door het Max Tak Orkest. Ik wil best aannemen dat dat een heel mooi project is geworden, maar wij staan het niet toe.

“We hebben een kantoor in Parijs dat de dagelijkse zaken regelt, maar met de acht nazaten komen we vijf keer per jaar bijeen om de belangrijkste aanvragen te bespreken. Het gaat elke keer om toestemming voor het gebruik van zijn beeltenis, zijn muziek, scènes uit zijn films. Elk van ons heeft daarop een eigen kijk, en geen van ons weet zeker hoe mijn vader er zelf op zou hebben gereageerd.

“Smile is zijn meest gespeelde nummer. Eerst hadden we Nat King Cole en Tony Bennett, en nu Michael Jackson die een heel romantische versie zingt op zijn cd HiStory. Heel veel andere nummers hoor ik als achtergrondmuziek in bars en hotels. Ook die verdienen weer op de voorgrond te komen. Wat hij van ons concert zou vinden, weet ik uiteraard niet. Maar ik hoop wel dat hij trots zou zijn, mijn vader.”