Bond Korea vreest voor kleine bedrijven

Zuid-Koreaanse werknemers demonstreerden dit weekeinde voor behoud van banen. Structurele hervorming van 's lands economie is nodig, erkent de militante bond KCTU, maar wetgeving die massaontslag mogelijk maakt draagt niet bij aan herstel van vertrouwen.

SEOUL, 19 JAN. Jarenlang hebben de Zuid-Koreaanse werknemers vaak felle strijd geleverd voor slechts één doel: hogere lonen. Nu hun eisen min of meer zijn gerealiseerd - Zuid-Korea is allang niet meer het lage-lonenland van weleer - krijgt het gevecht plotseling een geheel andere inzet: het simpele behoud van banen.

Voorop in de vakbondsstrijd loopt de Korean Confederation of Trade Unions (KCTU), niet de grootste vakcentrale van Zuid-Korea maar zeker de meest onafhankelijke en militante. De grootste vakcentrale, de Federation of Korean Trade Unions (FKTU), met circa 1,5 miljoen 'witte boorden' en werknemers van kleine bedrijven als lid, houdt zich zoals gewoonlijk nog op de achtergrond. De actieve KCTU, met ruim een half miljoen leden in voor Zuid-Korea zo belangrijke bedrijfstakken als de auto-, de staalindustrie en de scheepsbouw, zet de toon van het protest tegen dreigende massaontslagen bij de grote, door familieclans beheerste conglomeraten, de chaebols. Onder druk van eisen die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft gesteld aan het financiële noodpakket van bijna 58 miljard dollar zullen, zo wordt algemeen verwacht, zeker een miljoen banen verloren gaan. Dat is ongekend voor Zuid-Korea, waar collectieve ontslagen van grote omvang nu nog bij wet verboden zijn. Een voorstel om die wet te veranderen ligt weliswaar bij het parlement, maar Kim Dae-jung, die op 25 februari als president wordt geïnstalleerd, probeert ernstige sociale onrust - desastreus voor het herwinnen van het vertrouwen van de internationale financiële wereld - te voorkomen. Onder zijn leiding is vorige week een overlegorgaan in het leven geroepen van overheid, ondernemers en werknemers. Die commissie moet tot een pakket maatregelen komen dat de pijn van de sanering van de Zuid-Koreaanse economie zo goed mogelijk verdeelt.

De vakcentrale KCTU vertrouwt erop dat de nieuwe president de wetgeving voor massaontslagen niet zal doordrukken en heeft voorlopig afgezien van stakingen.

In het wat smoezelige kantoortje van de KCTU boven een tankstation net buiten het centrum van Seoul verklaart internationaal secretaris Yoon Young-mo: “Het plan om massaontslagen mogelijk te maken is contraproductief voor het bereiken van stabilisatie en het herstel van vertrouwen. Wij hebben Kim Dae-jung daarom zelf gevraagd om overleg. We denken dat we hem kunnen overtuigen en dat hij het plan intrekt.”

Yoon geeft niettemin een schot voor de boeg: “Mocht Kim onder druk van IMF en de internationale financiële wereld ongeduldig worden en zijn wetsvoorstel toch indienen, dan is de mogelijkheid van grote stakingen in potentie aanwezig.”

Dat is geen geruststellende gedachte voor politici, IMF-bestuurders en internationale bankiers die deze week in New York cruciale gesprekken voeren over het omzetten van een deel van Zuid-Korea's omvangrijke kortlopende buitenlandse schulden.

Yoon heeft daar geen boodschap aan. “Er moeten veel dingen gebeuren in Zuid-Korea. Ook wij erkennen dat in zekere mate pijnlijke maatregelen nodig zijn om de economie structureel te hervormen. Maar wij willen als werknemers inspraak. Tot nu toe is de vakbeweging in dit land altijd buiten belangrijke economische beslissingen gehouden. Maar democratie betekent niet alleen eens in de vijf jaar presidentsverkiezingen, het betekent ook sterke sociale instituties.”

De KCTU-secretaris acht een diepgaande hervorming nodig van Zuid-Korea's industriële structuur. Hij wil meer aandacht voor het creëren van banen bij kleine en middelgrote bedrijven, maar vreest dat de interesse opnieuw vooral zal uitgaan naar de machtige chaebols. Die moeten overigens ook volgens Yoon wel degelijk ingrijpend veranderen. “Wij hebben al jaren gewaarschuwd en op veranderingen aangedrongen, helaas zonder resultaat. De chaebols hebben veel te hoge schulden opgebouwd, soms wel tien keer zoveel als hun eigen vermogen. Ze investeerden allemaal in dezelfde sectoren en schiepen daardoor een enorme overcapaciteit. Daardoor hebben we geen uitgebalanceerde economie. De leiders van nu zullen plaats moeten maken voor modern management.”

Yoon wijst erop dat slechts 4,4 procent van de beroepsbevolking bij de chaebols werkt; 45 procent van de beroepsbevolking is niet in vaste dienst, maar werkt op parttime- of contractbasis. Voor hen en voor werknemers in de kleinere (familie)bedrijven is er niet veel sociale bescherming. Huisvesting is duur en verzekering tegen ziektekosten is er vaak niet. En juist die sociale bescherming zal met het oog op de noodzakelijke saneringen beter moeten worden, vinden de vakbonden.

Yoon: “Er bestaat sinds anderhalf jaar een werkloosheidsuitkering, maar die is zeer beperkt. Mensen krijgen maximaal drie maanden een uitkering en de regeling geldt alleen voor bedrijven met meer dan dertig werknemers.” De nieuwe regering wil dit trouwens uitbreiden tot vijf personeelsleden en tevens de duur van de uitkeringen verlengen van 30 dagen naar een jaar. Ook kleinere bedrijven, zegt Yoon, komen als gevolg van de door het IMF afgedwongen maatregelen, zoals de verdubbeling van de rentetarieven, in de problemen.

“De economische groei kan binnen één tot drie jaar terugkeren”, meent Yoon. “Dat kan de tweede ronde van economische groei worden, maar dan een op een gezonde basis. In eerste instantie moet de huidige crisis worden gestabiliseerd. We moeten vertrouwen wekken. Buitenlandse investeerders willen een teken dat er iets ten goede verandert. Maar wetgeving ten gunste van massaontslag maakt het voor de werknemers alleen maar slechter. Bedrijven moeten zich niet wagen aan eenzijdige acties en het slachtofferen van personeel. De pijn kan worden verzacht als het gevoel bestaat dat het hele hervormingsproces onder controle is.”

Yoon toont zich evenwel niet optimistisch: “Het slechtste scenario is de totale vernietiging van ons midden- en kleinbedrijf en het ontstaan van een kleiner aantal nog grotere chaebols. Helaas is dit het meest waarschijnlijke scenario”, aldus de vakbondsman. Hij vreest dat strak vasthouden aan de voorwaarden van het IMF bij bevolking en werknemers in Zuid-Korea kan leiden tot een negatieve stemming jegens de internationale financiële wereld.