Wie geniet van de vakantiewoning?

Voor de eigenaren van een vakantiewoning zit het dezer dagen niet mee. Onlangs presenteerde het kabinet-Kok een nieuwe systematiek voor de inkomstenbelasting waarbij de hypotheekrente die men moet betalen voor zo'n luxe, niet langer als aftrekpost meetelt. Een troost kan zijn dat het nieuwe systeem pas in 2001 of zelfs 2002 een fiscale werkelijkheid wordt.

Een verdere compensatie van de schrik komt van de Haagse belastingrechter baron van Knobelsdorff. Het gaat om de onroerende-zaakbelasting waar elke huiseigenaar voor opdraait. Deze gemeentelijke belasting valt in twee onderdelen uiteen. De eigenaar moet een deel van de belasting betalen terwijl de gebruiker voor het andere deel van de heffing opdraait. Dat eigenaarsdeel kent een helder criterium waar weinig discussie over kan bestaan.

Dat ligt anders voor het gebruikersdeel, het wat mistige juridische criterium is 'het genot van de woning'. Hoe zit het bijvoorbeeld als de bungalowbezitter zijn huis via een verhuurorganisatie rendabel maakt? Dat deed bijvoorbeeld een inwoner van het westen van het land, die voor twee ton een bungalow kocht in een gemeente waarvan de naam door de rechter merkwaardig genoeg niet is onthuld. Vervolgens stelde de koper zijn bungalow voor een periode van drie jaar ter beschikking aan een bedrijf dat zorgde voor verhuur ervan. De eigenaar kreeg daar in totaal 42.000 gulden voor. Dat is dan het 'genot' dat het bezit van de woning aan de eigenaar geeft, zo redeneerde de gemeente. Zij legde een aanslag onroerende-zaakbelasting voor gebruikers op en was daar niet van af te brengen. De betrokkene restte niets anders dan een beroep op de belastingrechter. Die kon niet inzien dat de man als gebruiker aangeslagen kan worden en haalde een streep door de belastingaanslag.

Dat zegt nog weinig over een net iets anders liggende situatie. Namelijk die van de eigenaar die zijn vakantiewoning niet voor drie jaar heeft afgestaan, maar via een bemiddelingsbureau verhuurt voor korte periodes, al naar gelang er belangstelling voor is. Deze man had zijn sleutels niet afgegeven aan het bemiddelingsbureau. Hij ging zelf van tijd tot tijd naar de bungalow om daar buiten de verhuurperiodes onderhoud te verrichten en de woning in goede staat te brengen voor een volgende periode van verhuur.

De gemeente Brouwershaven maakte daaruit op dat de betrokkene de woning voor eigen gebruik ter beschikking had. Hij kon er immers heengaan buiten de verhuurperioden; mocht hij daarvan afzien dan was dat zijn eigen keuze. De beschikbaarheid werd er niet minder om. Mr. van Knobelsdorff ziet dat anders. Het gaat er om of de man zijn bungalow alleen had bezocht om hem in orde te maken en te houden voor de verhuur. Dat kon hij in de rechtszaal overtuigend naar voren brengen. Daardoor kwam de gemeente voor de tamelijk lastige opgave te staan om duidelijk te maken dat hij er ook voor zijn plezier was geweest. Omdat dit de gemeente niet lukte, moest zij de aanslag onroerende-zaakbelasting voor het gebruikersdeel laten schieten.

De meeste gemeenten volgen overeenkomstig de heersende visie de praktijk van de gemeente Brouwershaven en de mysterieuze anoniem gebleven gemeente. Wie zich in de genoemde bungaloweigenaren herkent, kan tegen dergelijke gebruikersaanslagen in beroep komen. Het is evenwel lang niet zeker dat de visie van het Haagse gerechtshof ook door andere belastingrechters in het land wordt gevolgd. Het is zelfs mogelijk dat de uitspraken van Van Knobelsdorff een eenmansactie vormen die niet door al zijn collega's in Den Haag wordt gevolgd, ook al zou dat de belastingrechtspraak wel erg tot een tombola maken.

Het definitieve oordeel komt toe aan de Hoge Raad. Tot die heeft gesproken kan het geen kwaad in procedures te verwijzen naar de hier besproken uitspraken met de rolnummers 96/1567 respectievelijk 96/2682.

Nieuw systeem niet voor 2001 fiscale werkelijkheid