Werk in plaats van bijstand

Mijn Amerikaanse vriend Jason Turner wordt volgende maand directeur van de Sociale Dienst voor heel New York. Burgemeester Giuliani wil na grote successen bij het openbaar vervoer en de politie nu in zijn tweede ambtstermijn de uitvoering van de bijstand aanpakken en heeft daarom de beste man weggehaald uit Wisconsin waar de experimenten het eerst zijn begonnen.

Gelukkig kon Turner nog net drie dagen vrij maken om een zware delegatie uit Nederland te ontvangen voor een werkbezoek aan Chicago en Milwaukee. Buiten zorgde een straffe noordenwind voor een temperatuur - inclusief 'chill factor' - van -29 graden Celsius. Binnen zaten de directeur van de Amsterdamse Sociale Dienst, topmanagers van Arbeidsvoorziening in Amsterdam, Rotterdam en landelijk, twee topambtenaren uit Den Haag, twee directeuren van het GAK en hun medereizigers om samen te leren over de Amerikaanse aanpak. De groepsfoto illustreert perfect de één-loket-gedachte; jammer dat het ene loket waar wij werden vereeuwigd in Milwaukee staat en nog niet in Amsterdam.

De kern van de zaak beschreef ik in mijn column van 22 november 1997. De overheid besteedt per stad of wijk voor een periode van ruim twee jaar al het werk van Sociale Dienst en Arbeidsbureau uit aan één organisatie die daarvoor durft te offreren (dat zou in onze situatie trouwens weer heel goed het huidige Arbeidsbureau kunnen zijn, dat dan dus het verzorgen van de uitkeringen als taak erbij krijgt). Aan het begin van de periode wordt één groot bedrag afgesproken voor de som van uitkeringen, scholing, training, bemiddeling, Melkert-banen en subsidies op nieuwe functies in de private sector.

De uitvoerende organisatie geeft iedere maand door aan de gemeente hoeveel mensen nog recht hebben op een uitkering en de overheid trekt het bijbehorende uitkeringsgeld af van het afgesproken totaal bedrag. De uitvoeringsorganisatie probeert zó energiek te werken aan scholing, bemiddeling, Melkert-banen etc. dat het aantal resterende uitkeringsgerechtigden daalt door al zulke investeringen in toekomstig extra werk. Is de strategie succesvol, dan blijft geld over aan het eind van de periode en terwijl het grootste deel daarvan weer terugvloeit naar de gemeente mag de uitvoerder (het Arbeidsbureau?, het GAK?, een wijkorganisatie?) een deel houden.

Ik hoop dat deze zakelijke aanpak vanuit Milwaukee wordt geëxporteerd naar New York en via zorgvuldige experimenten ook naar Amsterdam en Rotterdam. Import van Amerikaanse toestanden? Dat kan, want voorzover het Amerikaanse systeem in onze ogen te hardhandig is, laat zich dat opvangen met hogere uitkeringen, beter betaalbare kinderopvang, en uitzonderingen voor ouders met heel kleine kinderen. Dan resteert een financieel-organisatorisch kader met vijf grote voordelen. Ten eerste is het systeem een ondubbelzinnige invulling van de één-loket-gedachte uit ons regeerakkoord. Er zijn geen landelijke voorschriften meer nodig die gedetailleerd vastleggen wanneer de Sociale Dienst ophoudt en het Arbeidsbureau begint. Alles vindt immers plaats binnen één organisatie. Dat is veel comfortabeler en overzichtelijker voor de cliënten en maakt heel wat moeizame bureaucratische overlegsituaties overbodig. In de tweede plaats vervalt de noodzaak voor allerlei regels en beperkingen bij het arbeidsmarktbeleid. Hier in Nederland geeft de nieuwe WIW (Wet Inschakeling Werkzoekenden) al wat meer speelruimte, maar nog steeds zijn er voorschriften voor wat betreft subsidies, trainingsgeld etc. In Milwaukee blijft maar één beperkende voorwaarde over: een gesubsidieerde baan moet echt aanvullend zijn en niet ten koste gaan van een al bestaande functie. Voor het overige kan de uitvoerende organisatie zelf uitrekenen dat succes met scholing en subsidies heel veel uitkeringsgeld gaat besparen en dus een zinvolle investering is. In de derde plaats krijgen alle uitvoerders zichtbaar méér haast om cliënten te helpen. Iedere week dat een cliënt moet wachten op een bureaucratisch stempel, iedere dag dat een dossier zoek is en ieder uur dat een cliënt in de wachtkamer zit in plaats van in de scholing of op een werkplek kost nu geld omdat mensen dan langer moeten terugvallen op hun uitkering.

Ook de creativiteit van de uitvoerders wordt enorm gestimuleerd, omdat hun contract met de gemeente tussentijds wordt opgezegd wanneer de bodem van de zak met geld voor uitkeringen en training te snel in zicht komt. Bovendien komt automatisch de meeste hulp terecht bij wat wij in Nederland noemen de fase-4 cliënten: mensen die op dit moment nog het meest ver afstaan van de arbeidsmarkt. Als de uitvoerders hen niet met voorrang helpen, blijven die cliënten waarschijnlijk de volle periode recht houden op een uitkering. Anders gezegd: loopt het contract voor 27 maanden, zoals in Milwaukee, dan kunnen de uitvoerders tot aan de tegenwaarde van 26 maanden aan uitkeringsgeld van een fase-4 cliënt inzetten voor training en subsidies op arbeidskosten, en is iedereen nog steeds beter af dan wanneer een cliënt de volle periode een uitkering houdt.

En dan is er nog een vijfde voordeel. In Nederland wordt de politieke discussie over de bijstandswet en de Melkert-banen regelmatig onderbroken door de bewering dat een hoog percentage van de fase-4 cliënten toch op geen enkele manier kan worden geholpen. De één noemt 50 procent, een ander 60 tot 70 procent. In Milwaukee heeft iedereen het veel te druk met de uitvoering om het werk stil te leggen voor zo'n hypothetische discussie. Nergens hoorden wij speculaties over het percentage van de fase-4 cliënten zonder perspectief. Unilever onderbreekt de verkoop van shampoo toch ook niet om te klagen dat veel mensen maar moeilijk met hun hoofd onder de douche zijn te krijgen. Wat moeten u en ik met zo'n excuus? Concurrerende uitvoerders in de Bijstandswet leggen het werk niet meer stil om begrip te vragen voor de mogelijkheid dat x-procent van de cliënten nog heel lang afhankelijk zal blijven van een uitkering. Die zorg is geïnternaliseerd in het contract, en als de aanpak van cliënten niet deugt, of de computer geen goed overzicht biedt van de vacatures op de arbeidsmarkt, dan heeft dat financiële gevolgen voor de uitvoerders die dan ook alle belang hebben om het zo snel mogelijk op te lossen.

In zijn eerste economische encycliek, Laborem Exercens, schreef Paus Johannes Paulus II: “met werk onderscheidt de mens zich van alle andere schepsels [...] mensen kunnen iets van zichzelf van hun werk tot uitdrukking brengen.” Kleurige posters over 'The Power of Work' prijkten in alle kantoren die wij deze week bezochten. De Amsterdammers kregen op verzoek een paar mee om in Mokum-Werkum op te hangen: alvast een mooi decor voor het geval het komt tot een experiment.