Vrijmerk vecht tegen windmolens

De KPN is op het matje geroepen bij de rechtbank in Groningen. De voormalige PTT is gedagvaard door de Stichting Vrijmerk, een onlangs opgerichte organisatie die strijdt tegen monopolisering van de taal door merkregistraties. Volgens Vrijmerk heeft KPN ten onrechte een merkenrechtelijke claim gelegd op een aantal generieke aanduidingen zoals Postkantoor, Telegram, 06-nummer, Semafoon en Het Net.

Dergelijke woorden mogen niet het exclusieve eigendom zijn van één onderneming, aldus de stichting. Iedereen moet vrijelijk over zijn eigen taal kunnen beschikken. In een bodemprocedure eist Vrijmerk de doorhaling van elf van dergelijke merkregistraties.

De aanval van Vrijmerk heeft flink wat publiciteit opgeleverd. Maar is deze aandacht ook terecht? Stelt de stichting nu echt een uitwas aan de kaak? Ik vraag het mij af. In de eerste plaats is de aanduiding 'taalmonopolie' waarover Vrijmerk spreekt, enigszins misleidend. De houder van een merkregistratie kan slechts optreden tegen gebruik van zijn merk door een ander, voorzover dit gebeurt in het economisch verkeer. Gebruik van het merk in een niet-commerciële context kan nooit verboden worden op grond van het merkenrecht. Ik herinner me nog de ophef halverwege vorig jaar, toen de rechter vaststelde dat PTT Telecom merkrechten bezat op de kleur groen. Verontruste burgers spraken toen de vrees uit dat zij nooit meer PTT-groene truien konden dragen. Onzin natuurlijk. Een merkhouder kan een concurrent verbieden producten of diensten onder hetzelfde merk aan te bieden. En daar houdt het zo'n beetje mee op.

In de tweede plaats strijdt Vrijmerk tegen iets wat er niet is. KPN bezit strikt genomen geen merkrechten op de meeste aangevallen woorden. Onder onze oude Benelux Merkenwet (1971-1996) was de rol van het Benelux Merkenbureau, het orgaan dat belast is met de inschrijving van merken, een volstrekt lijdelijke. Zolang de aanvrager van een nieuwe registratie betaalde en de formulieren op de juiste wijze had ingevuld, moest het Merkenbureau het merk registreren. Het gevolg was dat ook niet-onderscheidende woorden, zoals de soortnamen semafoon en telegram, in het register werden opgenomen.

Dit betekende echter nog niet dat de houder van een dergelijk merk ook het exclusieve gebruiksrecht verkreeg. Ook onder de oude Merkenwet gold de regel dat woorden zonder onderscheidend vermogen niet beschermd konden worden. De houder van zo'n merk had dus een schijnrecht. Stapte hij met zijn merkregistratie naar de rechter om een ander te verbieden dezelfde naam te gebruiken, dan stuurde de rechter hem snel weer naar huis.

Dit vreemde systeem bestaat sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Merkenwet niet meer. Het Merkenbureau mag nu de inschrijving van niet-onderscheidende merken weigeren. Maar ondertussen zorgt het oude systeem er nog steeds regelmatig voor dat ondernemers in de rechtszaal hun neus stoten. Zo bleek de eigenaar van het merk Zachte Bolletjes voor een bepaald soort dropjes niets te kunnen ondernemen tegen een concurrent die een identieke naam op zijn verpakking gebruikte. Ook de merken Krasloterij, Schenkstroop, Megastore, Relatielijn, Bedrijven Contact Dagen, Zelfverhuizer, Bakkerskwaliteit en Inlegkruisje werden door de rechter naar de prullenmand verwezen.

Zonder onderscheidend vermogen geen bescherming. Zo zullen ook de KPN-merkregistraties Gelukstelegram, Verjaardagpost en Cadeaucatalogus geen praktische waarde hebben. KPN kan er niets mee. Niemand kan het gebruik van dergelijke termen worden ontzegd.

Waar maakt Vrijmerk zich dus druk om? De rechter zal Vrijmerk in ieder geval in tien van de elf gevallen in het gelijk stellen en het verzoek tot doorhaling honoreren. Semafoon en telegram zijn nu eenmaal generieke aanduidingen waarvoor niemand merkenrechtelijk bescherming zal kunnen claimen. Maar dit moet niet als winst voor Vrijmerk worden gezien. Ook zonder rechtszaak waren die merkrechten er niet.

Bij één van de elf aangevallen merken twijfel ik. Ik doel op Het Net, een nieuw merk dat op dit moment met veel reclamegeweld door KPN 'in de markt' wordt gezet. Natuurlijk is het begrip Het Net in beginsel net zo generiek als alle andere KPNmerken. Maar Het Net kan als merk zijn ingeburgerd. Inburgering is het verschijnsel dat een oorspronkelijk niet-onderscheidend merk door intensief gebruik en veel reclame sterk onderscheidend vermogen verwerft en door het publiek als merk beschouwd gaat worden.

Is dat het geval dan komt het alsnog voor bescherming in aanmerking. Ook de beschrijvende aanduidingen BonBonBloc, Miauw, De Woonkrant en Circustheater zijn na inburgering als merk beschermd.