Voorzitter gereformeerden was te goed van vertrouwen

Hij is tegen pedofilie, maar begaan met de daders. Die dubbelhartige opvatting kostte dominee Richard Vissinga deze week het voorzitterschap van de gereformeerde synode. “Nee, ik vind mezelf niet naïef.”

ROTTERDAM, 17 JAN. Humor. Dat was een van de eigenschappen die twee jaar geleden de 43-jarige predikant Richard Vissinga uit Kampen werden toegedicht toen hij tot voorzitter van de gereformeerde synode werd gekozen. Maar met al zijn humor heeft Vissinga het toch niet gered. Deze week kwam er een eind aan zijn voorzitterschap dat slechts tweeëndertig maanden heeft geduurd. Vooral zijn onbeholpen reactie op de verzonnen pedofilie-bekentenis in Trouw van zijn collega Van Drimmelen, leidde ertoe dat hij zijn functie moest neerleggen.

Richard Vissinga is moeilijk te beschrijven. Wat het meeste opvalt is dat hij zo aardig wordt gevonden. Alsook dat hij 'verward' kan overkomen en soms de indruk wekt dat hij maar wat roept. Hij neemt, zo was al bij het begin van zijn voorzitterschap te horen, nooit een blad voor de mond. Hij geniet van de publiciteit die het voorzitterschap met zich meebrengt, weet een gereformeerde hoogleraar te vertellen. Hij voegt eraan toe dat Vissinga's “misplaatste ijdelheid” de oorzaak van zijn val is geweest.

Maar er is meer. Dominee Vissinga is ook behept met die - onder predikanten van welke kerk ook - veel voorkomende neiging om een dubbel standpunt in te nemen. Enerzijds tegenstander van allerlei kwaad, anderzijds pastoraal begaan met de bedrijvers van datzelfde kwaad. Zo veroordeelt Vissinga pedofilie en pedoseksualiteit, maar heeft hij bewondering voor mensen die er voor uitkomen dat zij pedofiel zijn en zich daarnaar gedragen.

De gevallen synodevoorzitter heeft begin jaren '70 in Kampen theologie gestudeerd. Zijn vader was beroepsmilitair en even heeft zijn zoon getwijfeld of hij ook niet voor het militaire beroep zou kiezen. Maar het werd theologie. Die keuze bracht met zich mee dat hij zich in politieke zin met de PPR verbonden ging voelen en sterk sympathiseerde met het anti-kernwapenstandpunt van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV). Nu neemt hij ook daar een dubbel standpunt over in: enerzijds weemoed naar het vredesactivisme van toen, anderzijds pastoraal bewogen met hen die destijds geen atoompacifistisch standpunt innamen.

Leken de gereformeerde kerken in Nederland in de jaren '80 in wat rustiger vaarwater te komen, onlangs werden zij, nadat eindelijk duidelijke resultaten waren geboekt in de voorgenomen fusie met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk, opnieuw met een nieuwe, potentiële splijtzwam geconfronteerd. Nu ging het om de vraag of de klassieke 'verzoeningsleer' (dat Jezus door zijn kruisdood de zonden van de hele wereld op zich heeft genomen), nog wel geldig was. De gereformeerde Kamper theoloog Den Heyer heeft daar zijn twijfels over. Toch werden er geen maatregelen tegen hem genomen. Sterker nog: Toen de conclusie van een rapport dat Den Heyers onderzoek “volstrekt legitiem” noemde door de synode werd overgenomen, viel Den Heyer in de synode een hartelijk applaus ten deel. En juist dat - dat synodevoorzitter Vissinga dat toestond -, werd hem de afgelopen dagen nog eens stevig aangewreven.

Binnen gereformeerde kerken is meer aan de hand dan uitsluitend bezorgdheid over een onhandig opererende voorzitter, die zijn collega Van Drimmelen ook na diens bekentenis dat hij gelogen had over zijn pedofiele geaardheid, nog steeds een integere figuur bleef noemen. Allerlei kerk-politieke argumenten spelen mee. Wie tegen de kerkenfusie is, laat nu weer van zich horen. Wie het dwarszit, dat de theologen van de gereformeerde kerken tegenwoordig vrij algemeen een liberale en vrijzinnige theologie huldigen, zien hun kans schoon om een vuist te maken. Dat het synodebestuur - de voorzitter incluis - is afgetreden, juichen zij toe.

Dominee Vissinga, zo verklaarde hij onlangs in het kerkblad Woord en Dienst, schrikt van de toegenomen intolerantie in eigen kring. Maar tot voor kort bleef hij lachen en zijn humor bewaren. Altijd ziet hij de Geest door de synodestukken waaien, hoe gortdroog die ook kunnen zijn, “want we geloven toch dat de Geest de kerk leidt”. “Nee, ik vind mezelf niet naief”, zei hij in hetzelfde nummer van Woord en Dienst. “Maar het is een stukje van mijn kwetsbaarheid, mijn zwakte dat ik eerder geneigd ben het positieve en het goede in mensen te zien. Ik ga eerder uit van het vertrouwen dan van wantrouwen, eerder van de hoop dan van de angst en ik calculeer niet direct in dat het fout kan gaan.”

Toch is het met Vissinga's voorzitterschap van de gereformeerde synode verkeerd afgelopen. De geest die uit de fles gekomen was door het pedofilie-artikel in Trouw en door Vissinga's positieve reacties daarop, was er niet meer in terug te krijgen. Of de synodevergadering aanstaande woensdag het aftreden van het hele synodebestuur zal billijken of het bestuur zal terugroepen, is de vraag. Maar dat dominee Vissinga niet meer terugkeert, staat volgens insiders wel vast. “Richard heeft zichzelf te veel beschadigd”, heet het onder zijn vrienden. “Die zien we niet meer terug”.