Vloeimans met een Turkse band

Concert: Telvin band uit Istanboel o.l.v. Erkan Ogur met als gast trompettist Eric Vloeimans. Gehoord: 15/1 SJU Jazzpodium, Utrecht. Verder: 17/1 Korzotheater, Den Haag, 18/1 Concertgebouw, Amsterdam.

Waarop kun je je voorbereiden als er 'Folk-Jazz uit Turkije' wordt beloofd? Welbeschouwd op helemaal niks, want de combinatie is ongehoord. Van Turkse jazz weet niemand iets; de enige Turken die in jazzland bekend zijn, zijn Nesuhi en Ahmed Ertegun die in de jaren '50 en '60 het beroemde label Atlantic bestierden. Maar dat was in Amerika waar deze diplomatenzonen de jazz ontdekten. Zij brachten prachtige platen uit, onder anderen van John Coltrane en Ornette Coleman, maar een Turkse muzikant zat nooit in hun fonds.

Het 'folk' in de aankondiging maakt ook niet veel duidelijk omdat, zelfs als dat begrip voor volksmuziek zou staan. De muziek uit Turkije is ongelooflijk divers. Er zijn klassieke makams, er is religieuze soefi-muziek, er zijn liefdesliederen, de zogenaamde gazels, er is Turkse zigeunermuziek, er is Turkse pop en hip-hop. Daarnaast zijn er vele varianten van landelijke muziek die pas de laatste jaren worden (her)ontdekt. Het land was zo bezig modern te worden, dat de aandacht voor de historie er meestal bij inschoot.

Dat er bij die 'ouwe troep' heel fraaie melodieën zitten bleek gisteren in Utrecht waar de goedgevulde SJU-zaal de handen heet klapte na De overkant van de rivier, een stuk 'ouder dan Jezus' dat leider Erkan Ogur had opgepikt in Elazig, een landelijke gebied in Oost-Turkije. De gitarist speelde op een instrument met een dubbele steel, de onderste 'normaal', de bovenste fretloos. Vooral op deze steel deed Ogur heel bijzondere dingen. Vaak dacht je een viool of cello te horen, en als het soms toch op een gitaar leek dan had het iets van Bill Frisell, die zo prachtig mooi kan janken zonder de buren te frustreren.

De aankondigingen van toetsenspeler Baki Duyarlar hadden iets hilarisch, drummer Turgut Alpbekoglu kwam na een stroef begin steeds beter los, de goed gevulde zaal ging er steeds meer in geloven. Niet in de laatste plaats door de verbazingwekkende bijdragen van gasttrompettist Eric Vloeimans. In '88 studeerde hij cum laude af op het conservatorium in Rotterdam, inmiddels verdient hij nog heel veel meer lof. Meespelen met een onbekende groep in een een al even onbekend repertoire is geen kleinigheid, maar Vloeimans toonde zich een reus met gevoel. Zijn lage en zachte geluiden gloeiden door tot onder de huid, zijn messcherpe hoge noten ketsten er als bliksemschichten tegen aan. Zijn gevoel voor drama is sterk gegroeid; welke trompettist kan een solo ontwikkelen met zo'n lieve en verleidelijke kop maar aan het eind zo'n gevaarlijke staart? Waarschijnlijk geen enkele collega in Nederland, maar ook maar weinigen daarbuiten.

Roy Hargrove bijvoorbeeld, het gedoodverfde nieuwe kanon van de Amerikaanse jazz haalt het, afgezien van energie, op geen stukken na bij Eric Vloeimans. Een Nederlandse trompettist op wereldniveau bij een Turkse band met veel 'Telvin'-kleur, wie niets weet van Turkse Folk-Jazz zal zich zeker verbazen.