Virtuele vrienden; Eenzame, verlegen mensen varen wel bij internet

Het internet is een uitkomst voor mensen met contactproblemen. Eindelijk kunnen ze zich uiten.

INTERNET HEEFT massa's nieuwe ontmoetingsplaatsen gecreëerd. In on line-chatboxes kan bijvoorbeeld een groot aantal mensen tegelijk met elkaar praten - via het toetsenbord. De vormgeving is vaak gebaseerd op een huis: je zit met een paar mensen in een kamer te kwekken, en als het je niet meer bevalt ga je eens ergens anders kijken of je nog een bekende ziet. Al wat langer bestaan op het internet de zogeheten nieuwsgroepen. Dat zijn - meestal thematisch gerangschikte - plaatsen waar mensen berichten kunnen plaatsen en geplaatste berichten van anderen kunnen lezen, en daar eventueel op reageren door zelf weer een bericht te plaatsen. Voor vrijwel alle denkbare onderwerpen is er wel een of andere nieuwsgroep, van allerlei seksuele eigenaardigheden tot wetenschappelijke discussies.

Over de psychologische betekenis van dergelijke on-line interacties voor de mensen die eraan deelnemen bestaan allerlei stereotiepe ideeën die soms juist en soms onjuist blijken te zijn. Het klopt bijvoorbeeld dat vooral eenzame, verlegen mensen zich gemakkelijker uiten op het internet dan in het 'echte' leven. Maar dat ze daardoor sociaal nog meer geïsoleerd zouden raken, is niet waar. Het internet biedt hun juist de mogelijkheid om mensen te leren kennen met wie ze ook eens een echte afspraak kunnen maken, een relatie beginnen, of zelfs trouwen.

VRAGENLIJST

Op de jaarbijeenkomst van de Society for Experimental Social Psychology, onlangs in Toronto, presenteerde Katelyn McKenna van Ohio University een aantal onderzoeken die ze heeft uitgevoerd onder deelnemers aan internet-nieuwsgroepen. In een ervan trok ze een steekproef van 20 willekeurige nieuwsgroepen waarop per week ten minste 75 berichtjes (geen plaatjes of advertenties) binnenkwamen. Vervolgens stuurde ze per e-mail een korte vragenlijst naar 2.000 mensen die kort tevoren een bericht hadden geplaatst. Het ging erom te bepalen hoe eenzaam en hoe verlegen deze mensen waren, hoe intiem en serieus hun internet-relaties, en hoe vaak ze internet-vrienden in het echt ontmoetten.

McKenna ontving 568 van de 2.000 vragenlijsten ingevuld terug. Nog eens 317 kwamen oningevuld retour omdat de desbetreffende persoon zijn of haar e-mailadres had veranderd. Er reageerden 333 vrouwen en 234 mannen, met een gemiddelde leeftijd van 32 jaar. Hoe verlegener en eenzamer deze mensen waren, hoe meer ze zeiden hun 'ware zelf' wel te tonen aan hun internet-vrienden, maar niet aan de mensen die ze in het dagelijks leven ontmoetten. Verlegen en/of eenzame respondenten vormden intiemere relaties met hun internet-vrienden dan mensen die niet eenzaam of sociaal angstig waren. Ze belden hun internet-vrienden vaker op, wisselden vaker foto's uit, ontmoetten hen vaker in het echt en begonnen vaker een relatie met een internet-vriend(in). Van alle mannelijke respondenten had 51% wel eens een internet-vriend(in) werkelijk ontmoet, en had 23% een relatie (gehad) met een internet-vriend(in); 7% had zich verloofd, 3,5% woonde ongetrouwd samen en 3,8% was getrouwd met hun internet-liefde. Bij de vrouwen waren deze percentages 60 (ontmoeting), 21 (relatie), 9,9 (verloofd), 10,7 (samenwonen) en 7,5 (getrouwd).

Ook ex-gedetineerden, mensen met niet-alledaagse seksuele voorkeuren of aanhangers van extreme politieke opvattingen hebben baat bij deelname aan internet-nieuwsgroepen. Ze stellen deze mensen in staat hun geheim te delen met lotgenoten, zodat ze zich emotioneel gesteund en minder 'anders' voelen. In een van hun onderzoeken volgden de onderzoekers vier populaire mainstream nieuwsgroepen (alt.culture.us.1970s, alt.parents-teens, alt.politics.economics en alt.tv.melrose-place), vier nieuwsgroepen van mensen met duidelijk waarneembare stigma's als overgewicht en kaalheid (soc.support.fat.acceptance, alt.support.stuttering, alt.support.cerebral-palsy en alt.baldspot) en vier nieuwsgroepen van mensen met onzichtbare stigma's (alt.drugs, alt.homosexual, alt.sex.bondage en alt.sex.spanking). De laatste waren door de respondenten van een enquête op de populaire nieuwsgroep alt.cooking.recipes aangewezen als groepen waarin ze het minst graag onder hun echte naam een bericht zouden plaatsen.

POSITIEVE FEEDBACK

Mensen uit onzichtbare-stigma-nieuwsgroepen bleken per persoon meer berichten te plaatsen dan mensen in de mainstream groepen of in de zichtbare-stigma-groepen. Bovendien maakte het alleen voor mensen in de onzichtbare-stigma-groepen uit hoe er op hun bericht gereageerd werd: zij gingen meer berichten plaatsen na positieve feedback. Verder onderzoek van McKenna en Bargh liet zien dat alleen actieve deelname aan de nieuwsgroepen psychologisch gunstige effecten heeft.

Nieuwsgroepgebruikers onderscheiden posters (mensen die berichten plaatsen) en lurkers (die slechts meelezen). McKenna en Bargh stuurden per e-mail een enquête naar 330 posters in nieuwsgroepen met als thema onalledaagse, sociaal niet-geaccepteerde seksuele en politieke voorkeuren. Dezelfde enquête plaatsten ze ook in de nieuwsgroepen om in contact te komen met lurkers. In totaal reageerden 162 posters en 67 lurkers. De respons uit de politieke groepen was het laagst. Aanhangers van samenzweringstheorieën moesten eerst worden gerustgesteld dat de onderzoekers geen banden hadden met de CIA of de FBI.

Posters vonden de nieuwsgroep belangrijker dan lurkers. Ze accepteerden zichzelf beter, voelden ze zich minder 'anders' en waren eerder geneigd tot een coming out. Bij een virtuele groep horen heeft dus vergelijkbare psychologische voordelen als bij een echte 'fysieke'. Mensen die al jaren met geheimen rondliepen brachten deze onder invloed van virtueel gedrag in het dagelijks leven naar buiten.