Vete familie Kösedag bereikt Haagse rechtszaal

De emoties liepen gisteren hoog op tijdens de rechtszaak tegen de van brandstichting in de Haagse schilderswijk verdachte Neçmettin K. Bij de brand kwamen zijn tante en vijf van haar kinderen om het leven.

DEN HAAG, 17 JAN. “Meneer Zeki Kösedag, bent u degene die zoveel lawaai maakt?” Rechter M. Tan probeert met woorden de emoties van de tientallen leden van de familie Kösedag op de publieke tribune tot bedaren te krijgen. Een antwoord in woorden komt er niet. Mannen en vrouwen slaan, schoppen en spugen samen met Zeki tegen de glazen afscheiding. Een meisje schreeuwt enkele verwensingen in het Turks. Een ander familielid haalt dreigend zijn wijsvinger over zijn keel. Enkele agenten ontruimen de zaal op gezag van de rechter.

Beneden in de rechtszaal kijkt de 25-jarige Neçmettin K. gelaten voor zich uit. Na een aantal minuten wordt de rechtszaak tegen de man die vorig jaar maart het huis van zijn oom Zeki in de Haagse Frans Halsstraat in de brand stak voortgezet. “Ik wil wat zeggen”, zegt hij tegen de rechter. “Wat moet ik? Ik heb mijn schuld toegegeven. Ik voel de pijn. Maar wat die mensen nu doen is onrecht. Ik ben geen terrorist, maar een mens. Ik heb ook een gezin.”

Neçmettin draagt een trainingsbroek en een gekleurde trui en heeft lange zwarte krullen in zijn nek. Ooit was hij naar eigen zeggen “een groot man”, maar sinds hij in 1994 in de ziektewet terecht was gekomen voelde hij zich “klein”. Alles wat hij in de loop der jaren door in het Westland te werken had opgebouwd, had hij verloren. Hij had de hoop door te gokken alles terug te verdienen, maar uiteindelijk moest hij zijn huis en land in Turkije verkopen. Het enige wat hem nog voldoening gaf waren zijn kinderen. Op 25 maart vorig jaar kwam hij thuis. Zijn zoontje riep hem bij hem. Die vertelde hem dat hij van een negenjarig zoontje van Zeki had gehoord dat zijn vader niet zou deugen. Hij kwam nooit thuis, gokte en hield niet van zijn kinderen. Neçmettin ontstak in woede. Vanuit zijn woning nam hij een lege fles mee en nam een taxi naar een bezinestation. Omdat hij de fles niet mocht vullen kocht hij een jerrycan. Met ruim drie liter benzine vertrok hij weer. In de nacht goot hij de vloeistof door de deur van zijn oom en propte een brandend stuk papier door de brievenbus van het huis waar twaalf mensen sliepen. Zeki Kösedags 41-jarige vrouw, drie dochters en twee zoons kwamen om in de vlammenzee.

“Hoe kan iemand zoiets doen? Waar dacht u op dat moment aan?”, vraagt de rechter. “Ik weet het niet. Ik dacht aan niets”, antwoordt Neçmettin. De rechter leest voor uit een psychiatrisch rapport dat het Pieter Baan Centrum over Neçmettin heeft gemaakt. “U heeft narcistische trekken. Dat wil zeggen dat u heel erg met u zelf bezig bent”, zegt de rechter. “U bent zeer afhankelijk van wat anderen van u vinden en u kunt er niet tegen als u wordt gekrenkt. De angst en agressie zijn versterkt door een incident. U moet leren omgaan met uw woede.”

Neçmettin laat de woorden van de rechter op zich afkomen. Hij wil alleen kwijt dat hij spijt heeft. Officier van justitie T.H. van Nederpelt vindt dat hij willens en wetens brand heeft gesticht. “U heeft gewacht tot de mensen in het huis sliepen en kende de risico's.” Ze eiste twintig jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. “De gevangenisstraf is nodig als vergelding voor de familie”, zegt ze. De advocaat van de verdachte, A. Visser, verzocht de rechtbank gevangenisstraf op te leggen in combinatie met tbs, maar drong erop aan de gevangenisstraf zo kort mogelijk te houden, zodat de behandeling snel kan beginnen.

Selim Kösedag voert even later het woord voor de familie. Hij had gehoopt op levenslang. Maar eigenlijk had hij het liefst gezien dat de neef van Zeki in Turkije terecht had moeten staan. Daar zou hij zwaarder zijn gestraft. De rechter doet op 30 januari uitspraak.