Van Thijn betuigt spijt aan Van Agt

NIJMEGEN, 17 JAN. PvdA-politicus Ed. van Thijn heeft spijt van de wijze waarop hij in de jaren zeventig ten tijde van het kabinet-Den Uyl politici uit de christen-democratische partijen heeft bejegend. “Ik beaam ten volle dat wij de christen-democraten niet respectvol hebben behandeld. We zijn te ver gegaan.”

Van Thijn, indertijd fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer en geestelijk vader van de toen volop gehanteerde polarisatiestrategie, deed deze boetedoening gisteren in Nijmegen tijdens een symposium over het kabinet-Den Uyl dat 25 jaar geleden aan de macht kwam.

Dit kabinet viel in maart 1977, twee maanden voor het reguliere einde, over de grondpolitiek. Maar volgens veel betrokkenen voltrok de eigenlijke breuk tussen de christen-democraten en de PvdA zich een maand eerder tijdens het debat in de Tweede Kamer over de affaire-Menten.

De van oorlogsmisdaden verdachte kunsthandelaar Menten had naar het buitenland kunnen vluchten omdat toenmalig minister van Justitie Van Agt geen onmiddellijk besluit had genomen over een verzoek tot arrestatie van Menten. De PvdA-fractie viel Van Agt hier zeer hard over aan. Slechts omdat de verkiezingen toch al aanstaande waren, zag de PvdA geen reden om het vertrouwen in Van Agt op te zeggen. Van Agt heeft deze actie indertijd als zeer grievend ervaren.

Van Thijn gaf gisteren toe dat er sprake was geweest van een “laf oordeel”.

De PvdA had óf het vertrouwen moeten geven, óf het vertrouwen moeten opzeggen, zei hij. In het in 1992 verschenen boek Repeterende breuken staat dat de christen-democraten de keiharde houding van de PvdA tegenover Van Agt destijds als een oorlogsverklaring hebben opgevat.