The Mummy

The Mummy (Karl Freund, 1932, Verenigde Staten), zondagavond, BBC2, 1.45-3.00u.

“Oh, Amon Ra, death is but the doorway to new life. We live today - we shall live again. In many forms shall we return. Oh, Mighty One!” Een jonge archeoloog murmelt deze woorden van de papyrusrol, waarna een mummie, die 3700 jaar eerder levend begraven is, de eerste zwakke tekenen van leven laat zien. De archeoloog barst in een krankzinnig gelach uit, terwijl wij slechts een zwachtel om de deur heen zien verdwijnen. De handafdruk van de mummie op de plaats waar eerst de papyrusrol lag is genoeg om de verbeelding in gang te zetten.

Een raadselachtig sterfgeval en een aantal ongelukken die volgden op de opening van het graf van Toetanchamon in 1922 lieten de fantasie van menigeen op hol slaan. Regisseurs van enge films zijn uitgerust met een voelspriet voor dit soort griezelverhalen en Karl Freund is dan ook met verve aan de haal gegaan met de Egyptische cultuurschatten door tien jaar later The Mummy te maken.

Freund gebruikte de graftombes en het verbandgaas slechts als middel om een macaber liefdesverhaal tussen een tot leven gewekte mummie en zijn gereïncarneerde geliefde te vertellen. Boris Karloff is mysterieuzer dan ooit als de gekwelde mummie, die temidden van alchemistische gebruiksvoorwerpen probeert het verleden te laten herleven. Karloff stond op de toenmalige poster aangekondigd als Boris the Uncanny (de Griezel). Terecht, maar Karloffs personages zijn voor alles op zoek naar de liefde.

“No man has suffered as I did. But the rest you may not know, not untill you're ready to feel moments of horror for an eternity of love.” De mummie praat hier niet alleen tegen zijn geliefde, maar raakt tegelijkertijd de ziel van de griezelfilm. Karloffs sinistere blik is werkelijk onweerstaanbaar. De mummie had de papyrusrol om de doden te reïncarneren, de gewone stervelingen hebben het celluloid om grootse acteurs als Karloff keer op keer tot leven te wekken.