Strenge aanpak van IMF in Zuid-Oost-Azië roept veel kritiek op; Recept voor recessie

Wanneer ergens ter wereld een land in ernstige financiële problemen komt, snelt het Internationale Monetaire Fonds te hulp. Het vaste crisisrecept, hoge rente en strenge begrotingsdiscipline, dreigt volgens critici deze keer in Zuidoost-Azië verkeerd uit te pakken. Het IMF maakt zich niet al te druk. 'In tijden van crisis trekt het IMF altijd meer aandacht, en dat betekent meestal ook meer kritiek.'

Terwijl het Internationale Monetaire Fonds (IMF) overuren maakt om de financiële crisis in Azië te bedwingen, ligt de organisatie in de Verenigde Staten van verschillende kanten onder vuur. Congresleden van beide partijen, economen en commentatoren in de media maken het Fonds scherpe verwijten. In de huidige crisis staat niet alleen de economische toekomst van een hele regio op het spel, maar ook de geloofwaardigheid van het IMF.

Het is een bonte coalitie die in Washington tegen het IMF en zijn aanpak van de Aziatische crisis te hoop loopt. Hun bezwaren, die steunen op zeer uiteenlopende argumenten, krijgen extra gewicht omdat het Amerikaanse Congres zich in de komende maanden zal moeten uitspreken over extra financiering voor het Fonds. De stemming in het Congres is vooralsnog niet welwillend.

Democraten vinden dat het IMF zich bij het samenstellen van hulppakketten te weinig inzet voor de rechten van werknemers, de mensenrechten en het milieu. Ze vrezen dat de redding van de Aziatische economieën ten koste zal gaan van Amerikaanse banen. Republikeinen klagen dat het IMF geld van de Amerikaanse belastingbetaler over de balk smijt, de landen in nood van de regen in de drup helpt en verder het functioneren van de vrije markt ondergraaft. Bovendien zouden de deskundigen van het Fonds de crisis veel te laat hebben zien aankomen.

Algemene klacht, zowel onder economen en commentatoren als onder linkse en rechtse politici, is dat de financiële hulp van het IMF de grote, internationale banken vrijwaart van de gevolgen van hun eigen onvoorzichtige beleid bij het verstrekken van leningen. Nu de banken opnieuw ondervinden dat het IMF klaar staat om bij elke grote crisis te hulp te schieten, zo luidt het argument, zullen ze in de toekomst nóg onvoorzichtiger zijn. Daarmee zou de kiem voor een volgende crisis gelegd zijn. En kan het IMF zich veroorloven om dan wéér met een reddingsplan te komen?

Jack Kemp, die in 1996 de Republikeinse kandidaat voor het Amerikaanse vice-presidentschap was, heeft openlijk aangedrongen op het aftreden van de Franse IMF-directeur Michel Camdessus. Economen verwijten het IMF dat het op de Aziatische economieën blindelings de formule toepast die het in de jaren tachtig aanwendde voor Latijns-Amerika. Misschien nog wel het pijnlijkst van alles is de kritiek van Joseph Stiglitz, topeconoom bij de Wereldbank, de zusterorganisatie van het IMF. Stiglitz sprak vorige week in The Wall Street Journal de vrees uit dat het recept dat het IMF de Aziatische landen voorschrijft, met name de hoge rente en strenge begrotingsdiscipline, zal leiden tot diepe recessies.

Deze week ten slotte lekte in Jakarta een vertrouwelijk rapport uit waarin het IMF zelf erkende dat sommige maatregelen die het aan de Indonesische regering had voorgeschreven een averechts effect hadden. De sluiting van zestien banken die aan de grond zaten, bleek niet te leiden tot hernieuwd vertrouwen in het resterende banksysteem, zoals het IMF had gehoopt, maar veroorzaakte juist paniek en leidde bijna tot de complete ineenstorting van het financiële systeem.

De top van het IMF is niet doof voor de kritiek, zegt J. de Beaufort Wijnholds, de Nederlandse bewindvoerder bij het Fonds. “In tijden van crisis trekt het IMF altijd meer aandacht, en dat betekent meestal ook meer kritiek. We zijn er wel aan gewend, wat overigens niet betekent dat we het negeren.” Zo worden er volgens Wijnholds, die deel uitmaakt van het 24-koppige IMF-bestuur, “pittige interne debatten” gevoerd over het probleem dat de commerciële banken door IMF-interventie grotendeels ontkomen aan de gevolgen van hun onvoorzichtige leningenbeleid.

Een columnist schreef over die kwestie onlangs in The Washington Post: “Dat is niet alleen oneerlijk, het ondergraaft ook de dynamiek van het kapitalisme”. En het Britse blad The Economist, dat in Washington goed gelezen wordt, schreef vorige week: “In een financieel systeem dat op de vrije markt is gebaseerd, is het risico dat je je geld verliest niet iets lastigs wat te omzeilen valt, maar een eerste vereiste”.

“Het is een hele moeilijke kwestie”, erkent Wijnholds. “Maar wat is het alternatief? Als het IMF niets doet, dan moeten de landen die in de problemen zitten een moratorium afkondigen, wat in het ergste geval wanbetaling betekent. Daar moet je heel voorzichtig mee omgaan. Maar ik vind ook dat je het niet moet uitsluiten. Toen de banken de leningen aan Zuid-Korea doorrolden hebben ze overigens al iets gedaan wat ze op zich niet wilden. Het is van belang dat ook de crediteuren zien dat er een zekere verdeling van de lasten is.”

Wijnholds bestrijdt de opvatting dat het IMF dogmatisch vasthoudt aan het recept van hoge rente en strenge begrotingsdiscipline. “Als de wisselkoers volkomen wegzakt, is een hogere rente nodig om het vertrouwen te herstellen. Je moet voorkomen dat het gebrek aan vertrouwen blijft doorzieken. Maar als dat vertrouwen terugkomt, moet je kunnen versoepelen. En kijk naar Indonesië: we zeggen dat ze een klein begrotingstekort mogen accepteren. Ik denk dat de critici een beetje te snel zijn geweest.

“Zo'n financiële aanpassing is natuurlijk pijnlijk. Maar we zijn ons er van bewust dat er opvang voor de meest kwetsbare groepen moet zijn. Op dat punt staat het IMF open voor extra uitgaven, als ze maar gefinancierd worden uit een ander deel van de begroting - 'uit militaire of andere uitgaven', staat heel duidelijk in de overeenkomst met Indonesië.”

De nadruk van de IMF-programma's in Zuid-Korea, Thailand en Indonesië ligt niet op de rente of het begrotingsbeleid, benadrukt Wijnholds, maar op structurele maatregelen die de financiële sector en de economie moeten liberaliseren. “En daarin gaan we verder dan ooit. Ik ben ervan overtuigd dat die landen er weer bovenop kunnen komen. Maar dan moeten de afspraken die zijn gemaakt in de praktijk wel nagekomen worden. Als IMF-programma's niet aanslaan is de vraag altijd: was het programma niet goed? Of heeft het betreffende land het niet goed uitgevoerd?”

Wijnholds wijst erop dat het IMF de afgelopen tien jaar, na aanhoudende kritiek op de gesloten cultuur van de organisatie, veel opener is geworden. De overeenkomst met Indonesië werd deze week bijvoorbeeld meteen openbaar gemaakt. “Maar de mate van openheid die we kunnen betrachten blijft altijd een punt van discussie. Het IMF heeft landen van over de hele wereld als lid (182 landen, red.), en je kunt je voorstellen dat Saoedi-Arabië niet voorop loopt bij het bevorderen van de openbaarheid. Terwijl het wel een bestuurslid heeft.”

“We zijn begonnen om sommige activiteiten door externe onderzoekers te laten evalueren. Nu komt er zo'n onderzoek naar de manier waarop het IMF toezicht houdt op het economisch beleid van landen. Daarbij zal zeker aan de orde komen of we sommige problemen, bijvoorbeeld in Azië, niet te laat hebben zien aankomen. Ik sluit niet uit dat we soms onvoldoende hebben doorgevraagd. Maar daar speelt dan ook de vraag: als je ziet dat iets niet goed gaat in een land, moet je het dan meteen aan de grote klok gaan hangen?”

Wijnholds verwacht vooralsnog niet dat de crisis in Azië grote gevolgen zal hebben voor de economieën in de Verenigde Staten of Europa. Maar in Amerika is men daar niet gerust op. Daar verwacht men dat de Aziatische landen zich met volle overgave, en gesteund door hun lage wisselkoersen, op de export zullen werpen om een uitweg uit de crisis te zoeken. De goedkope Aziatische goederen zullen het risico van inflatie doen verdwijnen, zo is de gedachte, wat positief is. Maar het Amerikaanse handelstekort zal er verder door toenemen. Dat kan weer grote politieke gevolgen hebben, als de Democraat Richard Gephart met een protectionistisch programma probeert om de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen in 2000 te veroveren.

Voorlopig zijn het de verkiezingen voor het Congres, in november van dit jaar, die hun schaduw vooruit werpen. De afgelopen weken is al gebleken dat vooral het Huis van Afgevaardigden weinig voelt voor extra uitgaven aan het IMF. Een wetsvoorstel van de regering dat 3,5 miljard dollar zou vrijmaken voor een noodfonds van het IMF sneuvelde afgelopen najaar, onder meer omdat conservatieve Republikeinen in ruil voor hun stem maatregelen (die er helemaal los van stonden) tegen abortus eisten. Dit voorjaar zal de regering het voorstel opnieuw aan het Congres sturen.

Daarna moet het Congres nog stemmen over de verhoging van de bijdrage aan het IMF van 14,5 miljard dollar (in de vorm van leningen), waartoe de lidstaten vorig jaar hebben besloten. Veel leden van het Congres zien dat als een subsidie van de Amerikaanse belastingbetaler aan een internationale organisatie waar ze geen greep op hebben, en die ook nog eens geleid wordt door iemand die gezien wordt als een Franse bureaucraat.

De Amerikaanse regering, die binnen het IMF de toon aangeeft, is er veel aan gelegen het Congres over de streep te trekken. Minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright veroordeelde de dwarsliggers in het Huis deze week scherp. De betalingen aan internationale organisaties (behalve het IMF ook de achterstallige contributie aan de Verenigde Naties) noemde ze een van de vier grote uitdagingen van de Amerikaanse buitenlandse politiek in het Congres (naast uitbreiding van de NAVO, verlenging van de militaire aanwezigheid in Bosnië en het Amerikaanse economische initiatief voor Afrika).

Nadat president Clinton de Aziatische crisis aanvankelijk in het openbaar bagatelliseerde, is nu duidelijk dat zijn regering het beschouwt als een zaak die direct de nationale veiligheid raakt. Minister van Defensie Cohen heeft het Congres op het hart gedrukt dat een goede afloop van de crisis in Zuid-Korea van groot belang is voor de veiligheid van de 37.000 Amerikaanse militairen die in het land zijn gelegerd. Ook van groot belang voor de VS is de stabiliteit van Indonesië, dat niet alleen een bondgenoot uit de tijd van de Koude Oorlog is en een veelbelovende handelspartner, maar in geopolitiek opzicht ook een belangrijk tegenwicht voor grootmacht China.

Washington is zich ervan bewust dat het op eigen houtje de Aziatische financiële crisis nooit kan oplossen. Dat is deels een kwestie van geld, maar niet alleen. De Amerikanen beseffen dat de gedaalde wisselkoersen, strenge bezuinigingsmaatregelen en verwachte ontslagen in de Aziatische landen tot grote onvrede kunnen leiden, die zich gemakkelijk kan uiten als anti-Amerikaanse gevoelens. Hoe meer het IMF als bliksemafleider kan dienen, hoe liever het Washington is.