Rood maar dood; Bewijs voor leven op Mars brokkelt verder af

SINDS DE NASA vorig jaar augustus met veel tamtam aankondigde dat in een meteoriet afkomstig van Mars sporen van (oud) leven waren aangetroffen, is een felle wetenschappelijke discussie losgebarsten. Deze week publiceert het Amerikaanse weekblad Science, waar de opwinding begon, twee artikelen die in het kamp van de voorstanders van Martiaans leven hard moeten zijn aangekomen. Niet van de Rode Planeet komen de sporen, zo is de conclusie, maar van aardse verontreinigingen die via het ijs op Antartica de meteoriet zijn binnengedrongen.

Alles draait om meteoriet ALH84001, een steen zo groot als een aardappel die in 1984 bij de Alan Hills op Antartica is gevonden. Dat hij van Mars komt betwist niemand, maar de aanwijzingen voor leven op de Rode Planeet die hij bij zich zou dragen, hebben van meet af aan onder vuur gelegen. Het gaat dan om de aanwezigheid in ALH84001 van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), welke uit afgestorven organismen ontstaan zouden kunnen zijn (vergelijk de vorming van aardolie). Ook zouden zeer kleine 'nanobacteriën' in de Marsklomp zijn aangetroffen.

Jeffrey Bada en Luann Becker van het Scripps Instituut voor Oceanografie in La Jolla (Californië), die in eerdere publicaties al onafhankelijk van elkaar afrekenden met de PAK's als aanwijzing voor Martiaans leven, komen nu samen met enkele collega's in Science tot de conclusie dat de aanwezige aminozuren in de meteoriet hoogstwaarschijnlijk van aardse oorsprong zijn: hun samenstelling lijkt sprekend op wat in het nabije ijs van de Alan Hills is aangetroffen.

Aminozuren zijn de bouwstenen van het leven zoals we dat op aarde kennen. In het zoeken naar al dan niet buitenaards leven in organisch materiaal spelen ze een sleutelrol. Aminozuren kunnen in twee ruimtelijke structuren voorkomen die elkaars spiegelbeeld zijn. Omdat slechts de L-variant in aards leven aanwezig is, en leven elders in het heelal net zo goed de D-variant kan hanteren, kan de analyse van eventuele aminozuren in stukjes van ALH84001 licht werpen op hun oorsprong.

FLUORESCENTIE

Bada en zijn medewerkers gebruikten een vloeistof-chromatograaf op basis van fluorescentie. Met deze apparatuur zijn minuscule hoeveelheden (tot 10 mol) aminozuur in fijngemalen preparaten van enkele honderden milligrammen aantoonbaar. Inderdaad vonden de onderzoekers sporen aminozuur in ALH84001, in concentraties die varieerden van 0,1 tot 7 ppm (parts per million). Het gevonden alanine was van de L-variant. De aminozuren leken sterk op die in het omgevende ijs en hoewel onduidelijk is volgens welk mechanisme ze de meteoriet zijn binnengedrongen - de onderzoekers suggereren periodieke blootstelling aan smeltwater - is de conclusie van het artikel dat ze van aardse oorsprong zijn.

Dat zegt ook een team onderzoekers van de universiteit van Arizona in Tuscon. Onder leiding van Timothy Jull deed men isotopenanalyses aan zowel organisch koolstof als aan carbonaten van minerale oorsprong. Preparaten van de Marsmeteorieten ALH840001 en EETA79001 werden bij verschillende temperaturen verbrand, waarbij het gevormde kooldioxide (CO2) steeds werd opgevangen en geanalyseerd naar het voorkomen van de verschillende koolstofisotopen: het normale C, het zwaardere en eveneens stabiele C en het instabiele C.

Al drie jaar doet Jull met behulp van een gevoelige massaspectrometer isotopenonderzoek aan ALH84001, om zo de vroege samenstelling van de Marsatmosfeer te achterhalen. Nog voor de NASA vorig jaar augustus de knuppel in het hoenderhok gooide, had hij ontdekt dat de carbonaten in de meteoriet veel meer C bevatten dan die op aarde, wat het waarschijnlijk maakt dat ze op Mars zijn gevormd.

Voor het organische koolstof in ALH84001 ligt dat anders, schrijven Jull en zijn medewerkers in de Science van gisteren. Daar stemt de gemeten C-concentratie juist overeen met die in organisch materiaal uit de omgeving. Is dit op zichzelf al slecht nieuws voor de NASA, ook het C-onderzoek laat weinig ruimte voor Martiaans leven in ALH84001. Jull vond dat de hoeveelheid C in organisch koolstof uit de meteoriet aanzienlijk is en wijst op een leeftijd tot circa 11.000 jaar. Bekend is dat ALH84001 zo'n 13.000 jaar geleden zich in het ijs van Antartica boorde. Deze koolstof-14, zo maken de onderzoekers aannemelijk, kan niet tijdens een verblijf op Mars zijn gevormd. Conclusie: er zijn aardse verontreinigingen in het spel. Het Martiaanse leven in ALH84001 lijkt vooralsnog zo dood als een pier.