Rijksrecherche onderzoekt optreden van ME-peloton Bravo 20; 'Verwijdert u!'

Tijdens een charge van ME-peloton Bravo 20 bij de Eurotop vorige zomer werd Jaap Quakernaat mishandeld. De Rijksrecherche stelde een onderzoek in. Wat gebeurde er in het peloton en wie zijn verantwoordelijk voor de uitbarsting van 'disproportioneel geweld'? Een anatomie van hoodpijn en rottigheid.

Pelotonscommandant S. had zijn mannen zogezegd geïnstrueerd. Later zou hij verklaren: “Waar collega's hun gram halen - dat wil zeggen dat zij iemand aftuigen door met zijn allen op een persoon te springen - is door mij aangegeven dat dit geen juist optreden is (...)”

Op zaterdag 14 juni, het weekend voorafgaand aan de Eurotop, werd Jaap Quakernaat (53) in Amsterdam door minstens drie leden van de Mobiele Eenheid met de wapenstok geslagen. Op verscheidene lichaamsdelen - meerdere malen ook op zijn hoofd. Een ambulance bracht hem naar het ziekenhuis, waar zijn hoofdwond werd gehecht. Tien dagen later deed Quakernaats advocaat M. Veldman namens zijn cliënt bij de Amsterdamse hoofdofficier J.M. Vrakking aangifte van poging tot moord. Wegens “het door vijf tot zes verdachten - zonder enige aanleiding - met voorbedachte rade willens en wetens met slagwapens ernstig verwonden van een 53-jarige wandelaar”. De Rijksrecherche stelde een onderzoek in, dat vorige maand is voltooid. Uit het vertrouwelijke proces-verbaal blijkt dat acht leden van de Mobiele Eenheid als verdachte zijn gehoord. Onder hen bevinden zich twee leidinggevenden: de pelotonscommandant en een sectiecommandant. Alle acht verdachten maakten in de week van de Eurotop deel uit van het ME-peloton Bravo 20.

Hoe kan bevoegd gezag ontsporen als het de confrontatie met burgers aan moet gaan? Het 177 pagina's tellende proces-verbaal over de zaak-Quakernaat laat zich lezen als een anatomie van geweld. Het bevat onder meer verklaringen van 24 getuigen, foto's die van de bewuste ME-actie zijn gemaakt en medische verklaringen over de verwondingen van Quakernaat. Ook zijn de verscherpte 'beleids- en tolerantiegrenzen' vermeld die tijdens de Eurotop voor politiefunctionarissen golden. Conclusies trekt de Rijksrecherche niet - dat moet de Amsterdamse officier van justitie J. Koers doen. Eind deze maand beslist hij of het openbaar ministerie de ME'ers zal vervolgen en in dat geval bepaalt hij wat de aanklacht zal zijn. In het proces-verbaal worden de pelotonscommandant, de sectiecommandant en drie ME'ers alleen “verdachte” genoemd. Drie andere ME'ers, allen als hoofdagent werkzaam op het Amsterdamse politiebureau Warmoesstraat, zijn aangemerkt als verdacht van “mishandeling”. Het Amsterdamse openbaar ministerie wil vooralsnog niets over het onderzoek zeggen.

J. Naeyé en T.M Schalken, respectievelijk hoogleraar politierecht en strafrechtwetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, waren bereid op basis van dit artikel hun reactie te geven. In een uiterst kritisch rapport over het politie-optreden tijdens de Eurotop concludeerde Schalken eind vorig jaar als voorzitter van de Amsterdamse commissie politieklachten, dat onvoldoende rekening was gehouden met grote ordeverstoringen. “Het is de vraag of de Mobiele Eenheid nog voldoende is getraind in de aanpak van grootschalig optreden”, zegt hij ook nu. Conclusies over de zaak Quakernaat wil hij evenwel niet trekken, omdat zijn commissie deze mogelijk nog zelf moet onderzoeken. Jan Naeyé: “Het is de vraag of de pelotonscommandant in deze zaak ervaren genoeg was.”

De Eurotop werd begeleid door tientallen demonstraties tegen de Europese Unie in het algemeen en het Verdrag van Amsterdam in het bijzonder. In Amsterdam waren die week 5.000 politieagenten ingezet om de orde te handhaven. Honderden van hen konden zo nodig als ME'er optreden. Het ME-peloton Bravo 20 bestond uit vier groepen van negen á tien man. Die werden geleid door een groeps- of sectiecommandant. Deze krijgt zijn instructies van de pelotonscommandant.

Escalerend karakter

“M.E.-optreden. (...) Bedacht dient (...) te worden dat ieder verschijnen van de Mobiele Eenheid een sterk escalerend karakter heeft.” (Beleids- en tolerantiegrenzen tijdens de Eurotop, punt 7)

J. Naeyé: “De ME is in de jaren '60 opgericht om individuele excessen van agenten te voorkomen. Tijdens de grootschalige ordeverstoringen in de jaren '70 en '80 heeft de ME grote ervaring in zelfbeheersing gekregen en op papier kun je dat nog terugvinden. Maar voor de toepassing moet je ambachtelijke ervaring hebben. Die is nu bij gebrek aan rellen weggelekt.”

Op vrijdagavond de 13e juni waren de eerste vlaggemasten al omvergetrokken en de eerste ruiten ingegooid door relschoppers. Zaterdag 14 juni was de dag van de grote anti-werkloosheidsdemonstratie, waaraan naar schatting vijftigduizend personen uit heel Europa zouden deelnemen. Het moest een vreedzame tocht worden. Bravo 20 trad dan ook aan in het zogeheten 'vredestenue': een gewoon politie-uniform, zij het met ME-broek.

De anti-werkloosheidsdemonstratie vertrok vanaf de Dam en verliep volgens de getuigen aanvankelijk in “ontspannen sfeer” en “vrolijk”. Rond half vier 's middags, ter hoogte van het Weteringcircuit, veranderde dat.

“Daar kregen wij moeilijkheden met de demonstranten. Deze bestonden uit een bekogeling met kapotte flessen, stenen en dergelijke attributen. Ik ben daarbij gewond geraakt”, verklaart de ME'er en verdachte G. Een getuige die deelnam aan de demonstratie verklaart: “Ik wil wel stellen dat de demonstranten die zich daaraan schuldig maakten geen lieverdjes waren. (...) Ik denk wel, dat deze situatie ertoe heeft bijgedragen dat de ME mogelijk opgefokt was.” Verdachte G: “Ik kreeg een volle bierfles, inhoud een halve liter bier, in mijn nek. Ik kreeg daardoor hoofdpijn en een stijve nek.” G. zou later als eerste ME'er Quakernaat ontmoeten.

De flessen en de stenen kwamen uit de richting van een grote groep in het zwart geklede personen. Het waren relschoppers die tijdens de Eurotop bekend werden als 'autonomen'. Even voor vier uur kleedde Bravo 20 zich om in volledig ME-tenue. Dikke jas, helm, schild, wapenstok. Jaap Quakernaat zat op dat moment nog met zijn vrouw Willy en zijn dochter Carola op een terrasje op het Leidseplein.

De Quakernaats waren vanuit Hoorn naar de demonstratie in Amsterdam gekomen om “tegen de sociale afbraak van Europa” te betogen. Toen de 'autonomen' op het Weteringcircuit de eerste stenen gooiden, was het gedeelte van de demonstratie waarin de Quakernaats liepen al bijna op het Leidseplein. Nadat zij even later uit de tocht waren gestapt om daar iets te drinken, haalden de stenengooiers hen in. Toen de Quakernaats zich weer aansloten bij de tocht, liepen de 'autonomen' niet ver voor hen naar de Marnixstraat.

In de Marnixstraat stond, naast het hoofdbureau van politie, een politiebusje geparkeerd. Een aantal relschoppers duwde het busje omver en iemand stak met een mes de banden lek. Quakernaat verwachtte “rottigheid”: “Uit voorzorg gingen mijn vrouw, dochter en ik - en met ons meer mensen - wel de richting van de demonstratie volgen, maar niet over de Marnixstraat, maar over de Lijnbaansgracht”, verklaart hij later. Deze gracht loopt parallel aan de Marnixstraat. Het water scheidt beide wegen. Toen reden zes ME-busjes de Marnixstraat in.

Pelotonscommandant S. van Bravo 20 reed voorop. Hij hoorde tikken op zijn busje en dacht dat het stenen waren. Ofschoon bij verhoor verklaart geen stenengooiers te hebben gezien, gaf commandant S. zijn pelotonsleden onmiddellijk de opdracht de wagens te verlaten en de Marnixstraat vrij te maken van demonstranten. S.: “Dat hield dus een charge in”. Met zijn bevel, zei S., “bedoelde” hij de omgeving van het hoofdbureau vrij te maken van stenengooiers. Hij vroeg het commandocentrum om toestemming, die werd gegeven. Willy Quakernaat en haar dochter renden in paniek weg. Ter hoogte van de brug schuin tegenover het hoofdbureau van politie, vlakbij het pand met het opschrift 'Lees de bijbel het boek voor u', bleef Jaap Quakernaat achter.

Algemene waarschuwing

In punt 7 van de 'Beleids- en tolerantiegrenzen' wordt alle ME-commandanten “uitdrukkelijk” en in hoofdletters opgedragen waar mogelijk “HERHAALDELIJK EN OP NIET MIS TE VERSTANE WIJZE TE WAARSCHUWEN ALVORENS OP ENIGERLEI WIJZE GEWELD WORDT AANGEWEND.” Ook als ME-acties eenmaal aan de gang zijn dient zo vaak mogelijk te worden herhaald: “Gehoorzaamheid aan de wet, verwijdert u, of geweld zal worden gebruikt”.

Bijna niemand van de getuigen en verdachten heeft die waarschuwing gehoord. Sommige ME'ers “meenden dat het werd geroepen”. Maar pelotonscommandant S. verklaart: “Ik heb aan het publiek geen algemene waarschuwing gegeven in de trant van 'Verwijder u of geweld zal worden gebruikt'. Daar had ik de tijd niet voor.”

Getuigen uit de demonstratie verklaren: “Er werden geen bevelen gegeven, iedereen deed maar wat” En: “Het was net een nest jonge honden die uit de busjes op hun prooi afrenden.” Ook een verdachte ME-er zegt: “Het 'liep' met het ME-optreden ter plaatse niet vlekkeloos.”

De pelotonscommandant richtte zijn blik op de schoon te vegen Marnixstraat en zag niet wat er achter hem gebeurde. Na enige tijd realiseerde hij zich dat hij ongeveer anderhalve groep van zijn peloton miste. “Pas toen bleek mij, dat op de brug (...) een deel van de ME stond”. Quakernaat was daar toen al in elkaar geslagen.

De achtergebleven ME'ers hadden besloten ook de brug te ontruimen. “Wij zullen ongetwijfeld de opdracht hebben gekregen, maar dat herinner ik me niet, om de brug vrij te maken”, verklaart verdachte P. De peletonscommandant kan het bevel niet gegeven hebben - hij keek de andere kant op. Hij verklaart later wel “bedoeld” te hebben dat ME'ers de brug moesten “meenemen”. De sectiecommandant had het bevel ook kunnen geven. Maar hij werd opgehouden door een demonstrant met hartproblemen, voor wie hij een ambulance belde, en heeft de hele actie op de brug gemist. “Ik wil nog graag opmerken, dat ikzelf geen opdracht heb gegeven geweld te gebruiken”, verklaart hij. “Onze opdracht was in mijn beleving (..) om meerdere vernielingen te voorkomen.” Blijft één groepscommandant over. Hij stond op de brug, maar verklaart evenmin iets over een bevel tot ontruiming van de brug of het toepassen van geweld. Het slaan van Quakernaat is hem eveneens ontgaan, ofschoon hij enkele meters verder in dezelfde linie stond. T.M. Schalken: “De vraag is of een ME'er onbeheerst optreden kan worden verweten als dit het gevolg is van tactische fouten.”

Toen de ME'ers op de brug een wat rommelige linie hadden gevormd, raakte Jaap Quakernaat “op hen gefixeerd”. Verderop had hij al ME'ers met traangasgranaten gezien. “Het maakte op mij diepe indruk (...) Het leek wel oorlog.” Wellicht voelde Quakernaat zich even een oorlogsheld. Hij besloot toch de brug te willen oversteken en liep in zijn eentje recht op verdachte G. af. Een ME'er getuigt dat Quakernaat schreeuwde: “Ik ga toch die kant op, al wordt het mijn dood”. G. zegt hem te hebben gewaarschuwd, wat ook door zijn collega's is gehoord. Een andere ME'er getuigt: “Wij wisten, dat tolerantiegrens 0 gold. Dat betekent dat geweld mag worden gebruikt tegen mensen die vernielingen plegen of zich niet verwijderen.” Desondanks verklaart Jaap Quakernaat “absoluut de indruk” te hebben gehad dat hij de brug kon oversteken.

J. Naeyé: “En zo lokte hij zelf geweld uit.”

Getuigen uit de demonstratie:

“Ik heb gezien dat hij op zijn hoofd en tegen de zijkant van zijn lichaam harde klappen kreeg.”

“Toen (...) ging nog door mij heen dat zij bezig waren die man dood te slaan.”

J. Naeyé: “Wie niet naar de ME wil luisteren, kan uiteindelijk klappen krijgen.”

In de 'beleids- en tolerantiegrenzen' staat onder 'gebruik geweldsmiddelen': “Het eventueel door de politie aan te wenden geweld dient te voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit - artikel 8 van de Politiewet (...)”

De eerste klap

De eerste klap, zegt Quakernaat, kreeg hij van verdachte G. op zijn zijde. Maar G. verklaart dat hij hem daarvoor al met de wapenstok in zijn buik had 'geprikt' - een geoorloofde wijze om een demonstrant op afstand te houden. “Ik zag dat hij al slaand en schoppende op mij afkwam”, verklaart G.. Quakernaat greep toen naar de wapenstok van verdachte G. Vanaf dat moment is geen verklaring hetzelfde. De situatie ontspoorde. Het publiek begon te joelen en te schelden. Collega's van verdachte G. sprongen bij. Daardoor werd de linie gebroken. Toen sprong een demonstrant op de rug van verdachte G.. J. Naeyé, die tijdens de Provo-rellen eind jaren '60 zelf ME-commandant was: “Ik heb al heel veel gezien, maar zoiets nog nooit. Het instinct van de groep op de brug is dan ook duidelijk: collega verdedigen!” De man werd door toesnellende ME'ers uit de linie weggeslagen.

Een video van de Duitse televisie die Quakernaat aan de Rijksrecherche gaf, begint waar Quakernaat de wapenstok van G. vastpakt. Ook is te zien hoe de verdachte ME'er P. met zijn wapenstok enkele klappen op Quakernaats hoofd geeft. Nadat deze al was teruggedeinsd. J. Naeyé: “Slaan op het hoofd is een misdrijf, maar er kan een een grond zijn die de klap rechtvaardigt. In dit geval lijken de klappen op Quakernaats hoofd buitenproportioneel. Hier kwam het niet op zelfverdediging aan. Het was een groep ME'ers tegen één man. ”

Er was geen rugdekking, een van de grootste fouten die de ME kan maken. Een ME'er getuigt: “Het had absoluut niet mogen gebeuren dat iemand een ME'er van achteren kan aanvallen.” Achter de linie op de brug kon de demonstratie namelijk gewoon verdergegaan. Omdat pelotonscommandant S. niet was opgevallen dat op de brug nog ME stond, was verzuimd om de demonstranten daar te blijven tegenhouden. Toen de voorhoede door de Marnixstraat werd gedirigeerd door ME-busjes, herstelde daarachter de demonstratie zich alweer. “Dit incident zou worden geëvalueerd”, verklaart een ME'er. “Ik heb er niets meer van gehoord.”

J. Naeyé voorspelt dat ondanks “tactische fouten” de zaak-Quakernaat wordt geseponeerd. “Eén ME'er, die de klappen op zijn hoofd gaf, kan misschien worden vervolgd omdat zijn geweld disproportioneel was. Maar verder heeft Quakernaat geen poot om op te staan. Door zich te verzetten tegen de poging van de ME hem te verwijderen, pleegde hij volgens de wet hoe dan ook zelf een misdrijf.”