Reorganisatie van Airbus door Fransen versneld

ROTTERDAM, 17 JAN. De beoogde reorganisatie van Airbus tot een 'normale' particuliere onderneming komt in een stroomversnelling nu de Franse partner Aerospatiale zijn Airbus-activiteiten samenbrengt in een afzonderlijke dochter die zal worden toegevoegd aan het nieuwe Airbus. Tot nu toe wierp de Franse partner bij dit moeizame streven de meeste barrières op.

De vier partners Aerospatiale (37,9 procent), Dasa (37,9 procent), British Aerospace (20 procent) en Casa (4,2 procent) beloofden elkaar vorig jaar om uiterlijk op 1 januari 1999 Airbus om te vormen van een wat archaische Groupement d'Interêt Économique naar Frans rechtsmodel tot een naamloze venootschap. Dat moet het Europese consortium een sterkere positie bezorgen in de concurrentiestrijd met het Amerikaanse Boeing dat vorig jaar McDonnell Douglas, tot dan 's werelds derde vliegtuigbouwer, overnam.

Volgens Aerospatiale's topman Yves Michot behoort de ontwerpafdeling, de grote trots van de Fransen die ze voorheen zelf wensten te behouden, tot de bezittingen die naar de dochter en daarmee naar Airbus gaan. De Aerospatiale-dochter, die nog geen naam heeft, omvat behalve de ontwerpafdeling de vliegtuigfabrieken en andere direct aan Airbus gerelateerde activiteiten. Daar werken 11.000 mensen. De afdelingen onderhoud en lichte vliegtuigen blijven, volgens Michot, bij Aerospatiale.

Het is de bedoeling dat Airbus in een volgend stadium ook de 'paraplu' wordt waaronder Europa's nu nog sterk verdeelde defensie-producenten gaan samenwerken. Michot berichtte donderdag dat de nettowinst van Aerospatiale - vooral door de spectaculaire toename van Airbus' orders en productie - vorig jaar scherp is toegenomen. “Het resultaat over '97 komt ruim uit boven de 1 miljard Franse franc (ongeveer 330 miljoen gulden) vergeleken met 812 miljoen franc in 1996”, aldus Michot. Verder haalde Aerospatiale vorig jaar orders binnen terwaarde van 26,8 miljard gulden, een toename van bijna een kwart vergeleken met '96.

Sinds de Amerikaanse Federal Aviation Administration (FAA) vorige week vliegmaatschappijen opdroeg alle Boeing 737 modellen van de laatste twee jaar te controleren op ontbrekende pinnen in de horizontale achtervleugel zijn nog vier toestellen ontdekt met die mankementen. Het betrof twee toestellen van het Amerikaanse Southwest Airlines, een van het eveneens Amerikaanse Continental en één van een niet nader geïdentificeerde Japanse maatschappij. FAA's verzoek ging uit nadat vorige maand op Sumatra een vrij nieuwe Singaporese Boeing 737 verongelukte die de betreffende gebreken vertoonde.

FAA-bestuurder Jane Garvey heeft mede naar aanleiding van bovengenoemde incidenten speciale inspectieteams naar Boeings 737-productiefaciliteiten in Seattle en Wichita gestuurd om daar een weeklang de productiepraktijk te inspecteren.

Boeing heeft de 737-productie het afgelopen jaar scherp opgevoerd na een spectaculaire groei van het aantal orders. De 737 is met afstand 's werelds meest verkochte straalverkeersvliegtuig.