Parijs-Dakar

De woestijnrally Parijs-Dakar heeft dit jaar al vijf doden gekost. Diverse auto's zijn door bendes beschoten en één chauffeur moest zijn vrachtwagen afstaan. Is de rally gekkenwerk?

Mieke Tijsterman, nam met haar man Kees negen keer deel aan Parijs-Dakar: “Het is een verschrikkelijk mooi evenement. In alle sporten gebeuren ongelukken. Wie weet hoe vaak er al een tribune is ingestort, maar er worden ook nog steeds voetbalwedstrijden gehouden. Op de gewone weg vallen ook doden. Elk jaar zijn er weer mensen die niet levend terugkeren van vakantie en toch gaan we elk jaar weer met z'n allen. Nee, dat vind ik geen vreemde vergelijking. Net als in Parijs-Dakar calculeer je een bepaald risico in. Maar meestal denk je dat overkomt mij niet. Ik heb ook niet iedere minuut stil gestaan bij de gevaren. We hebben fantastische jaren meegemaakt.”

Dave Strijbos, motorcrosser: “Ik zou nooit voor mijn plezier aan zo'n rally meedoen. Daarvoor is het risico gewoon te groot. Maar als er financieel iets goeds tegenover staat, zou ik er zeker over nadenken. Parijs-Dakar kent veel meer risico's dan andere wedstrijden. Je weet niet wat je tegenkomt, van het ene op het andere moment kun je in een gat vallen. In de sport zelf redeneer je echter anders. Ik kan me goed voorstellen dat mensen het gekkenwerk vinden, maar voor de deelnemers is het pure topsport. Het is hun eigen keuze om mee te doen. Dat moet je niet te snel veroordelen.”

Ron den Engelsen, woordvoerder van DAF Trucks: “Wij zijn aan het eind van de jaren tachtig gestopt met Parijs-Dakar toen één van onze deelnemers omkwam bij een ongeluk. Het team dat meedeed had een soort familieband, zo hecht was het. Het verlies betekende zo veel dat we de race niet hebben uitgereden en daarna zijn we gestopt. Naderhand hebben we gesponsord bij wielrennen, zeezeilen en sterkste-manwedstrijden. Tegenwoordig zijn we actief in truckracen. Parijs-Dakar nemen we af en toe nog mee in onze overwegingen over hoe we ons produkt het beste kunnen promoten. Maar marketing-technisch levert truckracen voor ons veel meer op.”

Huub Rothengatter, oud-coureur: “Op die vraag is maar één antwoord mogelijk: de populariteit van de rally en het enthousiasme van de deelnemers zijn zo groot dat het zeker nog zinnig is om Parijs-Dakar te organiseren. Met die zin is alles gezegd. Het is gewoon een groot avontuur. Of ik er zelf aan zou willen meedoen? Ja.”

Jur Bulthuis, campagne-coördinator van de NOVIB: “Van ons hoeft Parijs-Dakar niet zo. Voor bepaalde mensen zal het best zin hebben om de rally elk jaar opnieuw te organiseren, maar daaraan liggen commerciële motieven ten grondslag. En er zijn ook sporters die het leuk vinden om door een woestijn te crossen. Maar er vallen elk jaar doden, ook onder de lokale bevolking die vaak op plaatsen opgesteld staat waar auto's de bocht uitvliegen. Je moet niet vergeten dat Parijs-Dakar door gebieden komt waarin het niet de gewoonte is dat auto's met hoge snelheid langsrijden. Overigens heeft West-Afrika niets aan de rally. Misschien wordt er eens een colaatje meer verkocht op plaatsen waar ze langskomen, maar dan houdt het op. En de televisiebeelden bevestigen het stereotype beeld dat van Afrika bestaat: een grote zandbak waarin nauwelijks valt te leven.”

Pierre Karsmakers, viervoudig deelnemer op de motor: “Wat er ook gebeurd, je moet de rally altijd blijven organiseren. Hij wordt steeds populairder, dat merk je aan het aantal inschrijvingen. Er is een kans dat ik in 2000 samen met mijn zoon meedoe, maar dat staat nog niet vast. Het is in ieder geval wel zeker dat ik nog een keer ga. Natuurlijk loop je risico's, maar die kun je indammen door hard te trainen. Tien tot twaalf uur op een motor zitten is erg vermoeiend, het is zaak om op het einde nog snel te kunnen reageren. Dan kun je net die steen ontwijken waardoor je niet over de kop gaat. Het grootste deel van de ongelukken wordt veroorzaakt door eigen falen. Ik kan me voorstellen dat sommigen dit geen sport meer vinden. Maar ja, er zijn veel verschillende mensen op deze wereld.”