Parijs bleef Hutu's ook tijdens de genocide in Rwanda steunen

De Franse krant Le Figaro heeft deze week een doos van Pandora geopend, waarvan de inhoud onder afrikanisten al bekend was, maar die tot dusver voor het Franse publiek gesloten bleef. Het gaat om bewijzen voor partijdigheid van Parijs in de burgeroorlog tussen de Hutu-regering van Rwanda en Tutsi-ballingen (1990-1993) en voor steun aan Rwandese politici en militairen, verantwoordelijk voor de genocide in Rwanda in 1994.

PARIJS, 17 JAN. Frankrijk leverde in 1994 wapens aan het regime in Rwanda terwijl daar de genocide al bezig was die aan ten minste 800.000 mensen het leven heeft gekost. Dat concludeert het Franse dagblad Le Figaro in een uitgebreide serie artikelen die maandag is begonnen. Maar de Franse regering heeft de beschuldiging van de hand gewezen, terwijl het parlement zich tot dusver opvallend stil houdt.

Volgens Le Figaro is Parijs blijven samenwerken met het Hutu-regime in Rwanda, dat de slachting heeft mogelijk gemaakt, tot eind mei '94, twee weken nadat de Verenigde Naties een wapenembargo jegens Rwanda hadden ingesteld. Krap een maand later lanceerde Frankrijk de 'humanitaire' Operatie Turquoise, toen de massamoord al goeddeels voltrokken was. Volgens Le Figaro vloog op 3 mei 1994 een vliegtuig naar Zaïre, gevuld met wapens ter waarde van 942.680 dollar bestemd voor het Rwandese leger.

Tot nu toe heeft alleen de woordvoerster van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken gereageerd. Zij stelt dat Frankrijk na het tekenen van het Verdrag van Arusha (4 augustus '93) geen wapenexport naar Rwanda meer hebben goedgekeurd, laat staan na het in werking treden van het VN-embargo (17 mei '94). Op onderdelen weerlegt zij de door Le Figaro geleverde documentatie van één concrete wapenleverantie door de Sofrémas (Société française d'exportation de matériel et de systèmes d'armement). De in facsimile afgedrukte order zou slechts een offerte betreffen. Le Figaro antwoordde daar gisteren op dat het uitbrengen van die offerte op die late datum bevestigt dat de Franse regering kennelijk op dat moment nog geen instructie had gegeven zulks na te laten.

De artikelen schetsen het beeld van een in 1990 door de socialistische president Mitterrand ingezette politiek van onvoorwaardelijke steun aan het Hutu-regime in Rwanda. Toen rechts in '93 de parlementsverkiezingen in Frankrijk had gewonnen, nam de conservatieve regering-Balladur de Afrika-politiek van Mitterrand (die bleef doorregeren) over. Dat gold ook toen rechts in '95 het presidentschap won en Jacques Chirac president Mitterrand afloste, met Juppé als premier.

In het Franse parlement is tot nu toe geen substantiële reactie te horen geweest op de resultaten van het Figaro-onderzoek, dat deels bevestigd wordt door eigen onderzoek van het dagblad Libération. De laatste krant citeert uit twee verslagen van de Franse militaire eenheden die destijds in Rwanda aanwezig waren. De krant haalt interne communicatie aan tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en diplomaten ter plekke, waar uit zou blijken dat de opstandige Tutsi's lang als “de vijand” zijn omschreven en alles er op was gericht hen uit de hoofdstad Kigali weg te houden.

De zwijgzaamheid van politici over de Franse betrokkenheid bij het Rwandese drama wordt door Le Figaro verklaard uit de complicaties van de cohabitation: de rechtse regering-Balladur kon of wilde niet tegen het Elysée van de linkse president Mitterrand ingaan. Nog lastiger zou het lot van de huidige linkse regering zijn, die het beleid van de rechtse president èn dat van zijn linkse voorganger niet drastisch of openlijk zou willen afvallen.

De woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken wees er deze week op, toen zij opnieuw vragen kreeg over de affaire, dat Frankrijk ongeschonden uit een VN-onderzoek was gekomen naar naleving van het wapen-embargo. Zij kon de letterlijke tekst daarvan niet leveren, noch de namen van de andere landen die wel overtredingen op hun geweten hebben.