Ook Fransen en Britten bekijken oorlogsverleden

Deze week kwamen Groot-Brittannië en Frankrijk met een rapport over bezittingen van slachtoffers van de Holocaust. Zwitserland is al lang niet meer het enige land met een troebel verleden op dit gebied.

ROTTERDAM, 17 JAN. Na Zwitserland zijn intussen ook de meeste andere Europese landen hun oorlogsverleden aan het onderzoeken. Begin deze week kwam Frankrijk met een voorlopig rapport waaruit bleek dat het Vichy-regime systematisch bezittingen van de joodse bevolking heeft gestolen. Hoeveel is voorlopig nog niet te zeggen, maar belangrijker is dat de waarheid aan het licht komt, aldus het rapport.

Donderdag volgden de Britten met een aantal voorlopige onderzoeksresultaten. Groot-Brittannië is interessant, omdat de Britse Labour-politicus Lord Janner, ruim een jaar geleden Zwitserland aan de schandpaal nagelde in verband met het verdonkeremanen van bezittingen die joden tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Zwitserse banken in bewaring hadden gegeven. Zijn aanklacht vormde de opmaat voor wat intussen onder de noemer 'nazi-goud' is uitgegroeid tot een veroordeling van het neutrale Zwitserland als collaborateur.

Een belangrijke overeenkomst tussen Zwitserland en Groot-Brittannië is, dat beide landen niet door de Duitsers bezet waren. Dat betekende dat ook Britse banken een veilige haven waren voor bezittingen die anders door de nazi's geconfisqueerd zouden zijn. Het ministerie van Handel en Industrie maakte donderdag bekend dat de Britse regering na de oorlog al het kapitaal dat vanuit het buitenland op Britse rekeningen was gestort tot Brits bezit verklaarde. Daarbij werd geen onderscheid gemaakt tussen bezittingen van bedrijven en van particulieren en ook niet tussen geld van nazi's en dat van slachtoffers van de nazi's.

Joodse organisaties in Groot-Brittannië, waar juist vorige maand nog een film over zogenaamde 'werkkampen' voor joodse vluchtelingen in Zwitserland voor enige opschudding zorgde, vinden dat de Britse regering de zaak zo snel mogelijk moet regelen.

“De Britse regering beschouwde iedere buitenlander in die tijd als een vijand, los van de vraag waarom iemand zijn veiligheid zocht in Groot-Brittannië”, aldus Neville Nagler, directeur-generaal van organisaties van Britse joden. “Zelfs bona fide vluchtelingen waren vrijwel niet in staat om hun claims te gelde te maken.”

De benadering van de toenmalige Britse regering lijkt veel op die waarvoor de Zwitserse banken het afgelopen jaar zoveel kritiek. Ook de Britten betaalden alleen als de eisers konden bewijzen dat ze slachtoffers van de nazi's waren, of erfgenamen.

Het lijkt erop dat ook de Britse regering, net als de Zwitsers, vijftig jaar na dato niet zal ontsnappen aan de beschamende publicatie van een lijst met namen van mensen die mogelijk aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding.

Minister van Handel en Industrie, Margaret Beckett, heeft al aangekondigd dat de lijst met vermoedelijk zo'n 25.000 namen zo spoedig mogen openbaar zal worden gemaakt.

Lord Janner spreekt, zij het op iets mindere krachtige toon dan destijds tegen Zwitserland, van een “onwaardige” situatie, waar zo snel mogelijk een einde aan moet worden gemaakt.

De Fransen zijn voorlopig nog lang niet zo ver dat ze lijsten zouden kunnen publiceren. In het 100 pagina's tellende rapport dat maandag verscheen staat dat het nog jaren zal duren voordat alle duizenden dossiers met schadeclaims die ongerubriceerd in de Franse archieven liggen zijn doorgeplozen. De ordelijke Zwitsers kijken ongetwijfeld smalend toe bij het geploeter van de vroegere geallieerden.